Nieuws van uw accountant in Harderwijk

Cliënten van Van Welie Accountants ontvangen eerder informatie via onze nieuwsbrief.

Kantoorruimte te huur

Op zoek naar representatieve zelfstandige kantoorruimte? kijk eens op ons aanbod.


Regeerakkoord, fiscale plannen 2018-2021

Op 10 oktober 2017 hebben VVD, CDA, D66 en ChristenUnie het regeerakkoord "Vertrouwen in de toekomst" voor de periode 2017 – 2021 gepresenteerd. Uit het regeerakkoord blijken onder andere de volgende fiscale maatregelen.

Inkomstenbelasting

  • Zzp’ers met een laag tarief (tot maximaal 125% wettelijk minimumloon) en een langere duur van de overeenkomst (> 3 maanden) zijn altijd in dienstbetrekking.
  • Zzp’ers met een hoog tarief (van minimaal € 75) en een kortere duur van de overeenkomst (< 1 jaar) krijgen een ‘opt out’ voor loonbelasting en werknemersverzekeringen.
  • Voor zzp’ers boven het lage tarief wordt een opdrachtgeversverklaring ingevoerd. Met deze opdrachtgeversverklaring krijgt een opdrachtgever zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.
  • Let op, het bovenstaande is zeker nog geen wet, er kan nog veel worden aangepast!

    Prinsjesdag 2017

    De fiscale maatregelen zijn voor u op een rij gezet, zie de Prinsjesdag special 2017.
    (september 2017).

    Minimumloon per 1 juli 2017 vanaf 22 jaar!

    Het wettelijk bruto minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2017:

    •    € 1.565,40 per maand 
    •    € 361,25 per week 
    •    € 72,25 per dag

    De leeftijd voor het volwassen minimumloon gaat op 1 juli 2017 omlaag van 23 naar 22 jaar. Het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 21-jarigen gaat omhoog.
    Het is de bedoeling dat op 1 juli 2019 de minimumloonleeftijd naar 21 jaar gaat. Ook gaat in 2019 het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 20-jarigen omhoog. Werkgevers krijgen voor de hogere loonkosten van 18- tot en met 21-jarigen compensatie via het minimumjeugdloonvoordeel. Deze regeling gaat in per 1 januari 2018 en compenseert werkgevers met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2017 voor jonge werknemers met een laag loon. Ook de regels voor stukloon en extra uren (het zogeheten meerwerk) veranderen per 1 januari 2018.
    Het minimumjeugdloonvoordeel voor 18- tot en met 21-jarigen, een bedrag per uur, betaalt de Belastingdienst automatisch aan u uit in de tweede helft van 2019 op basis van gegevens van het UWV. U krijgt dan het voordeel over zowel het tweede halfjaar van 2017 als 2018. U hoeft daarvoor niets te doen.

    De belangrijkste wijzigingen in de belastingen voor 2017 op een rij: bekijk ze hier

    Teruggaaf BTW oninbare vorderingen wordt makkelijker

    Heeft u een klant die uw factuur niet betaalt, dan kunt u de berekende BTW aan de Belastingdienst terugvragen. Tot nu toe kon dat niet via de periodieke aangifte, maar moest u daarvoor een brief sturen aan de Belastingdienst, vergezeld van een kopie van de factuur en stukken waaruit de oninbaarheid bleek.
    Vanaf 2017 gaat de teruggaaf wel via de aangifte. Dus u hoeft dan geen brief met bijlagen meer te sturen. Dat scheelt een hoop werk voor u en voor de Belastingdienst.

    Teruggaaf BTW wordt verplicht
    Op het tijdstip dat blijkt dat de vordering geheel of gedeeltelijk niet zal worden ontvangen, kan de BTW terug worden gevraagd. Nieuw is dat wanneer een factuur één jaar na de uiterste betaaldatum nog niet is betaald u de BTW verplicht moet terugvragen. Zodra uw klant de factuur alsnog betaalt moet u de BTW daarover weer aangeven en afdragen.
    Voor alle onbetaalde facturen van 2016 en ouder geldt dat op 1 januari 2017 de termijn van een jaar aanvangt.
    Wat is en blijft is, dat u geen creditfactuur mag maken die u wel verwerkt in uw boekhouding maar niet naar de klant stuurt.

    BTW op onbetaalde inkoopfacturen moet u na een jaar weer terugbetalen aan de fiscus
    Heeft u een onbetaalde inkoopfactuur waarvan de betalingstermijn al een jaar verlopen is, dan moet u de BTW daarvan weer aan de Belastingdienst terugbetalen. U mag deze BTW vervolgens weer aftrekken indien u de factuur heeft betaald. Ook hier geldt dat de termijn van 1 jaar voor facturen van 2016 en ouder op 1 januari 2017 aanvangt.

    Minimumloon per 1 januari 2017

    Het wettelijk bruto minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2017:

    •    € 1.551,60 per maand 
    •    € 358,05 per week 
    •    € 71,61 per dag

    De handhaving op de wet DBA wordt opgeschort tot 1 juli 2018.

    Dit betekent dat zzp’ers en opdrachtgevers tot die tijd en over die periode geen boete of naheffing krijgen. Het kabinet gaat in de tussenliggende periode bekijken hoe de begrippen ‘gezag’ en ‘vrije vervanging’ kunnen worden aangepast aan de moderne tijd.
    Dit betekent niet dat toepassing van de modelovereenkomst voorlopig niet meer nodig is. Als zzp’er moet u nog steeds kunnen aantonen dat er geen gezagsverhouding is.

    Factsheet ZZP/Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA)
    Klik hier voor de antwoorden op uw vragen over de DBA

    Verhoogde vrijstelling schenking voor eigen woning

    Vanaf 1 januari 2017 mag u iemand eenmalig € 100.000 belastingvrij schenken voor de eigen woning. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

    -    de ontvanger is tussen de 18 en 40 jaar.
    -    het bedrag van de schenking wordt gebruikt voor:

    Er komt een overgangsregeling als u in 2015 of 2016 of vóór 2010 ook al gebruik heeft gemaakt van een verhoogde vrijstelling. De regeling geldt voor iedereen, niet alleen voor ouders aan kinderen.

    Pensioen in eigen beheer directeur-grootaandeelhouder verdwijnt

    Veel dga’s bouwen in hun eigen BV pensioen op. Door allerlei ontwikkelingen, zoals de erg laag geworden commerciële rekenrente ten opzichte van de 4% die de fiscus heeft voorgeschreven en de beperking op uitkeren van dividend bij onvoldoende dekking van de pensioenvoorziening leidt dit tot ongewenste situaties.
    In 2017 is het volgens het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer voor een directeur-grootaandeelhouder van een B.V. (hierna: dga) niet langer mogelijk pensioenaanspraken in eigen beheer op te bouwen of extern verzekerde pensioenen naar de eigen B.V. over te brengen.

    Voor reeds opgebouwde aanspraken (ook ingegane pensioenen) zijn er kort samengevat de volgende mogelijkheden:

    1. Behoud eigen beheer op basis van premievrij pensioen
    2. (geen verdere opbouw)
    3. Afkoop met belastingkorting
    4. Omzetting naar een oudedagsverplichting

    1. Tot en met 2016 opgebouwd pensioen mag in de B.V. blijven
    De oude aanspraken mogen in eigen beheer worden afgewikkeld. Dit betekent dat de huidige regeling premievrij kan worden voortgezet. Het pensioen gaat in na het bereiken van de AOW leeftijd. De pensioenvoorziening moet jaarlijks actuarieel worden berekend waarbij het verschil tussen commercieel en fiscaal blijft bestaan. Het pensioen in de toekomst wordt afgewikkeld volgens de voorwaarden van uw laatst opgestelde pensioenbrief. Bij reeds ingegane pensioenen verandert er dus niets.

    Een van de nadelen van een pensioen in eigen beheer doet zich voor bij de, sinds een paar jaar verplichte, uitkeringstoets.
    Om dividend uit te kunnen keren uit de B.V. moet eerst gekeken worden of de B.V. voldoende eigen vermogen heeft. Hierbij dienen de activa en passiva op de commerciële waarde te worden herrekend, dus ook de pensioenvoorziening. Hierbij moet ook een voorziening voor het partnerpensioen worden opgenomen. De commerciële waarde is door de huidige lage rentestand vaak vele malen hoger dan de in de jaarrekening vermelde fiscale waarde, waardoor vaak weinig of geen eigen vermogen meer overblijft om het dividend uit te kunnen keren.
    Vanaf 2017 is het mogelijk de pensioenaanspraken te herrekenen op basis van de fiscale waarde van de voorziening (afstempeling) gevolgd door afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting (zie hierna). Het gevolg hiervan is dat de pensioenrechten van de dga substantieel lager worden. Afstempeling heeft wel een positief effect op de uitkeringstoets.

    2. Afkoop met korting
    Na afstempeling kan de dga het pensioen afkopen. Dit gebeurt dan tegen de fiscale waarde op het moment van afkoop. Over de afkoopwaarde is loon- respectievelijk inkomstenbelasting verschuldigd. Daarbij blijft in 2017 34,5% van de fiscale waarde per 31 december 2015 onbelast (bij reeds ingegane pensioenen de fiscale waarde op de datum van  afkoop). Over de in 2016 opgebouwde aanspraken wordt geen korting verleend.
    Afkoop kan ook in 2018 of 2019. Het onbelaste deel neemt dan echter per jaar af van 34,5% in 2017 naar 25% in 2018 en 19,5% in 2019.
    Bij afkoop komt u al gauw in de hoogste belastingschijf terecht. Bij periodieke uitkering na de pensioendatum kan de belastingschijf veel lager zijn (dat hangt af van uw overig inkomen te zijner tijd). De eerste schijf vanaf de AOW leeftijd is nu maar 18,65%. Of die 34,5% dan wel zo voordelig is, is dus maar de vraag.
    Gedeeltelijke afkoop is niet mogelijk. Afkoop na 2019 kan eigenlijk niet, want dat zou leiden tot een forse belastingaanslag over de (hogere) commerciële waarde, waarbij ook nog eens revisierente wordt berekend.
    Afkoop leidt niet tot een voor de vennootschap belaste vrijval van de pensioenvoorziening. Het netto bedrag van de afkoop dient daadwerkelijk door de BV te worden uitbetaald dan wel in rekening-courant met de dga te worden verrekend. De afkoop moet in de (eventueel eenmalig op te zetten) loonadministratie worden verwerkt.

    3. Omzetting naar een oudedagsverplichting
    Na afstempelen kan de dga er ook voor kiezen om de fiscale waarde van de pensioenvoorziening om te zetten naar een oudedagsverplichting. De oudedagsverplichting rent ieder jaar op met de markrente (het U-rendement) en moet vanaf de AOW leeftijd in 20 jaar worden uitgekeerd. Het is mogelijk de ingangsdatum van de uitkering met 5 jaar te vervroegen. De uitkering moet in de loonadministratie worden verwerkt.
    Bij reeds ingegane pensioenen wordt de 20 jaar termijn gekort met de periode waarover al pensioen is genoten.
    Bij overlijden vererft de oudedagsverplichting naar de erfgenamen.

    Toestemming partner
    Indien de B.V. ook een nabestaandenpensioen heeft toegezegd dient de (ex)-partner die daar recht op heeft expliciet toestemming te geven voor de afstempeling, afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting. Reden is dat diens pensioenrechten ernstig worden aangetast. De partner kan voor dit verlies aan pensioenaanspraken wellicht anderszins gecompenseerd worden.

    Welke keuze is verstandig?
    Welke keuze verstandig is, is niet op voorhand te zeggen. Dit hangt af van diverse factoren, zoals onder andere

    de verdeling van de aandelen. Indien u niet de enige aandeelhouder bent kan afstempeling worden gezien als een schenking aan de andere aandeelhouder(s) waarover schenkbelasting is verschuldigd. Door de afstempeling vermeerdert immers de waarde van de aandelen.

    Actiepunten:

    Met het bovenstaande zijn wij u graag van dienst.

    Privégebruik auto

    De percentages voor de bijtelling privégebruik auto worden weer aangepast:

    CO² uitstoot
    2015
    2016
    2017

    volledig elektrisch

    geen
    0%
    4%
    4%
    hybride
    vrijwel geen
    7%
    15%
    22%
    benzine
    zeer laag
    14%
    21%
    22%
    benzine
    laag
    20%
    25%
    22%
    diesel
    zeer laag
    14%
    21%
    22%
    diesel
    laag
    20%
    25%
    22%

    Een oud percentage blijft vijf jaar geldig, ook bij wisseling van eigenaar / berijder.
    (juni 2016)

    Minimumloon per 1 juli 2016

    Het wettelijk bruto minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2016:

    •    € 1.537,20 per maand 
    •    € 354,75 per week 
    •    € 70,95 per dag

    Goed nieuws voor startende ondernemers: versoepeling gebruikelijk loonregeling

    Startende en doorgroeiende bedrijven zijn cruciaal voor de vernieuwing van onze economie. De komende tijd gaat het kabinet daarom maatregelen nemen waardoor zogenaamde startups en scaleups sneller en makkelijker kunnen groeien. Zo komt er vanaf volgend jaar 27 miljoen euro beschikbaar voor een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling voor innovatieve bedrijven. Oprichters van startups in B.V. vorm zijn dan niet langer verplicht zichzelf een belastbaar loon uit te keren van € 44.000, maar mogen dit de eerste drie jaar op het minimumloon stellen. Zo blijft er meer geld over om te investeren in de onderneming.

    Belasting over vakantiegeld en bonus anders belast: voordeelregel vervalt

    Vanaf 2016 moet de werkgever of uitkeringsinstantie op een andere manier belasting inhouden op bijzondere beloningen, zoals vakantiegeld, een bonus of een 13e maand. Hierdoor houdt de werknemer een ander bedrag over dan voorheen. De werkgever of uitkeringsinstantie moet de loonheffing inhouden volgens bepaalde tabellen. Vanaf 2016 kan de werkgever of uitkeringsinstantie hiervoor alleen nog de "tabel voor bijzondere beloningen", vaak maar ten onrechte "bijzonder tarief" genoemd, gebruiken. Voorheen mocht, als dat voordeliger was, ook de gewone tabel worden toegepas. Deze zogenaamde voordeelregel is vervallen. Ook houdt de tabel voor bijzondere beloningen er vanaf 2016 nog meer rekening mee dat de arbeidskorting inkomensafhankelijk is.

    Doordat de loonheffing over vakantiegeld en andere bijzondere beloningen is veranderd, wordt er een ander bedrag aan loonbelasting ingehouden dan u gewend was:

    Onder de regeling valt o.a. vakantiegeld, 13e maand, gratificatie, bonus, uitbetaling overwerkuren, afkoop vakantiedagen en nabetalingen salaris.

    Bij lagere rente voor lening aan personeel is het rentevoordeel belast indien voor eigen woning gebruikt

    Het rentevoordeel op een personeelslening voor de eigen woning wordt voortaan aangemerkt als eindheffingsloon en kan niet worden ondergebracht in de vrije ruimte. Het in stand laten van de nihilwaardering zou de werknemer een steeds groter tariefsvoordeel kunnen opleveren in verband met de afbouw van de maximale hypotheekrenteaftrek vanaf 2014. Het in stand laten van de nihilwaardering zou de werknemer een steeds groter tariefsvoordeel kunnen opleveren in verband met de afbouw van de maximale hypotheekrenteaftrek vanaf 2014.

    Aftrek kinderalimentatie in box 1 is vervallen: nu schuld opnemen in box 3

    De aftrek voor levensonderhoud van kinderen is ingaande het belastingjaar 2015 afgeschaft. Hierdoor vervalt dus de mogelijkheid om kinderalimentatie af te trekken in box 1. In uw aangifte over 2015 en 2016 mag u dan wel de vastgestelde alimentatieverplichting als schuld opnemen in box 3. Voorheen kon dat niet. Dat heeft voor u natuurlijk alleen maar effect als u ook belasting in box 3 zou betalen. En voor de aftrek van schulden geldt ook nog eens een drempel van € 3.000.
    In de aangifte over 2017 zal deze aftrekmogelijkheid in box 3 weer komen te vervallen.
    (december 2015)

    Belastingplan 2016: Verruiming vrijstelling schenkbelasting voor eigen woning

    Voor het belastingjaar 2017 zal de vrijstelling voor een schenking aan een persoon die tussen 18 en 40 jaar is en die besteed wordt aan de aankoop of verbouwing van de eigen woning of voor aflossing van de eigen woningschuld of restschuld weer € 100.000 worden. Mogelijk komt hiervoor er een permanente regeling. Heeft u in 2015 of 2016 de verhoogde vrijstelling voor een lager bedrag toegepast dan mag u in 2017 en/of 2018 dit aanvullen tot € 100.000.
    (december 2015)

    Belastingplan 2016: Fictieve rente box 3 bijgesteld

    Ingaande het belastingjaar 2017 zal het fictief rendement op vermogen, dat tot nu toe op 4% werd gesteld, eindelijk bijgesteld worden. Er komt een schijvensysteem, waarbij men er van uit gaat dat mensen met meer vermogen door beleggingen ook meer rendement kunnen realiseren. Ook het heffingvrij vermogen wordt aangepast.

    Vermogen meer dan
    Vermogen tot en met
    Fictief rendement
    0
    25.000
    0%
    25.000
    100.000
    2,9%
    100.000
    1.000.000
    4,7%
    1.000.000
    > 1.000.000
    5,5%

    De bovenstaande tabel wordt per fiscale partner toegepast. De inkomstenbelasting die over het fictief rendement wordt berekend blijft 30%.
    (december 2015)

    Modelovereenkomst vervangt VAR verklaring

    Vanaf 1 mei 2016 is de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) vervallen. U en de zzp’er kunnen dan een modelovereenkomst gebruiken om afspraken te maken over het werk. U weet dan zeker dat u geen loonheffing hoeft in te houden.
    Ter vervanging van de VAR komen er modelovereenkomsten. Er zijn algemene overeenkomsten en overeenkomsten voor branches en beroeps-groepen. Deze overeenkomsten zijn bedoeld voor iedereen die volgens de voorwaarden van de algemene overeenkomst werkt. Het soort werk of branche is dan niet van belang.
    Sectoren, branches, ondernemers en zzp’ers hebben deze overeenkomsten voorgelegd aan de Belastingdienst. Ze zijn bedoeld voor iedereen die werkt volgens de voorwaarden van een branche of beroepsgroep. Er zijn overeenkomsten voor bijvoorbeeld ICT, onderwijs, bouw, vervoer en medische beroepen. Een overzcht vindt u op de website van de Belastingdienst.
    Als u volgens een van deze contracten een zzp’er inhuurt, weet u zeker dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. U hoeft dan geen loonheffing in te houden. U kunt de overeenkomsten direct gebruiken. Aparte goedkeuring van de Belastingdienst is niet nodig én de overeenkomst is 5 jaar geldig.
    U kunt een eigen overeenkomst met de zzp’er afsluiten. U moet deze overeenkomst vooraf laten beoordelen door de Belastingdienst. De geldigheidsduur van bestaande VAR’s wordt verlengd tot 1 mei 2016. U heeft tot 1 januari 2017 de tijd om uw afspraken met zzp’ers aan te passen.
    (december 2015, aangepasst februari 2016)

    Werkkostenregeling: aanwijzing loon werknemer of eindloon / vrije ruimte WKR

    In de werkkostenregeling moet tijdig een keuze worden gemaakt of een loonbestanddeel loon voor de werknemer is of eindheffingsloon, dat in de vrije ruimte WKR kan vallen. In deze handreiking leest u waarop u moet letten.
    Een werkgever moet voor elk afzonderlijk loonbestanddeel een keuze maken tussen individueel loon of loon voor de eindheffing werkkostenregeling. Als een werkgever dit in 2015 nog niet gedaan heeft, dan kan dat nog tot uiterlijk het moment van loonbetaling over het laatste loontijdvak dat in 2015 valt.
    De hoofdregel is: werkgevers moeten uiterlijk op het genietingsmoment van het loon kiezen of zij een bestanddeel  van het loon aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Een loonbestanddeel dat de werkgever niet aanwijst als eindheffingsbestanddeel is steeds  individueel loon van de werknemer. Dus als u bijvoorbeeld een paasei verstrekt moet u in die maand uw keuze bepalen (niet achteraf) en dat, als wij uw administratie verzorgen, aan de loonadministratie doorgeven.
    De werkgever moet hierbij wel rekening houden met het zogenoemde gebruikelijkheidscriterium. Als de aard en omvang van een verstrekking vrij ongebruikelijk is dan moet die verstrekking wel verloond worden. Zoals een bonus van € 10.000.
    De keuze moet uit de loonverwerking in de administratie blijken. De keuze hoeft niet apart geregistreerd te worden én is vormvrij.
    Kiest u voor loon van de werknemer, dan wordt het loonbestanddeel opgenomen in de loonadministratie. Het wordt belast met loonheffingen en deze worden via de aangifte afgedragen. Het nettoloon ziet de werknemer terug op zijn salarisstrook.
    Kiest u ervoor om dit bestanddeel aan te wijzen als loon voor de eindheffing werkkostenregeling? Dan kunt u deze keuze het beste opnemen in een aparte grootboekrekening. Als er geen gerichte vrijstelling is en de vrije ruimte is volledig verbruikt, dan bent u over dat bestanddeel 80% eindheffing verschuldigd.
    Indien wij de administratie voor u verzorgen behandelen wij dit op deze manier. 
    (december 2015)

    Kerstpakketten

    Over de waarde van een kerstpakket dat u aan een werknemer verstrekt moest u onder de oude regeling 20% loonheffing afdragen. Nu kan deze ook onder de vrije ruimte WKR vallen en onbelast blijven. Geeft u deze echter aan een nietpersoneelslid, zoals een uitzendkracht of een zakenrelatie, dan moet u wel 45% loonheffing afdragen. Wilt u dit tijdig doorgeven aan de loonadministratie?
    (december 2015)

    Personeelsleningen en renteberekening

    Voor leningen aan werknemers moet vanaf de invoering van de Werkkostenregeling (WKR) een marktconforme rente worden berekend. Marktconform betekent eenzelfde percentage dat een financieringsinstelling ook zou berekenen onder overigens dezelfde omstandigheden. Dat is al gauw tussen de 8 en 10 procent. De lening moet schriftelijk worden vastgelegd. Het rentepercentage blijft gedurende de looptijd gelijk. Berekent u geen rente? Dan is het rentevoordeel loon, dat in de vrije ruimte WKR kan vallen.
    (december 2015)

    Minimumloon per 1 januari 2016

    Het wettelijk bruto minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2016:

    •    € 1.524,60 per maand 
    •    € 351,85 per week 
    •    € 70,37 per dag

    Manus van Dokkum

    Gewijzigde grensbedragen vennootschappen

    Per 1 januari 2016 zijn de grensbedragen uit artikel 2:396 lid 1 en artikel 2:397 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek aangepast aan een dienovereenkomstige wijziging van de EU-richtlijn inzake de jaarrekening. Vanaf die datum gelden de volgende nieuwe criteria:

    Micro-onderneming (nieuw!):
    - totaal aan activa (balanstotaal) tot en met € 350.000
    - netto-omzet tot en met € 700.000
    - gemiddeld aantal werknemers: minder dan 10

    Klein:
    - totaal aan activa was tot en met € 4.400.000, wordt tot en met € 6.000.000
    - netto-omzet was tot en met € 8.800.000, wordt tot en met € 12.000.000
    - gemiddeld aantal werknemers blijft: minder dan 50

    Middelgroot:
    - totaal aan activa blijft tot en met € 17.500.000
    - netto-omzet blijft tot en met € 35.000.000
    - gemiddeld aantal werknemers blijft: minder dan 250

    Groot:
    - Boven de grenzen van middelgroot

    De grensbedragen bepalen of een rechtspersoon micro, klein, middelgroot of groot is. Een vennootschap komt in een andere groep indien op twee opvolgende balansdata aan tenminste twee van de drie criteria (balanstotaal, netto-omzet, aatal werknemers) wordt voldaan. Voor de niet-grote rechtspersonen zijn bepaalde vrijstellingen van de wettelijke voorschriften voor het opstellen, doen controleren en publiceren van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens van toepassing. Micro-ondernemingen kunnen met een beperkte jaarrekening volstaan.
    Volgens het besluit zijn de nieuwe grensbedragen van toepassing op de jaarrekening waarvan het boekjaar aanvangt op 1 januari 2016 maar mogen ze ook al worden toegepast op de jaarrekening over 2015.
    (december 2015)

    Nog meer wijzigingen voor vennootschappen

    (december 2015)

    Samenstellingsverklaring gemoderniseerd

    Onze beroepsorganisatie NBA heeft een nieuwe, modernere tekst voor de samenstellingsverklaring opgesteld, die is aangepast aan de herziene voorschriften voor de werkzaamheden van accountants die gelden voor samenstellingsopdrachten van jaarrekeningen die na 1 januari 2016 worden uitgebracht. Omdat wij toch al aan die nieuwe eisen voldoen wordt de nieuwe samenstellingsverklaring bij ons direct toegepast.
    (december 2015)

    Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016

    In deze regeling zijn de criteria voor het al dan niet verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen van directeuren van besloten vennootschappen nader vastgelegd. Dit omdat in de statuten van een BV het stemrecht over het ontslag van bestuurders sinds de invoering van de flex BV anders kan worden bepaald dan voorheen.
    Als de directeur een arbeidsovereenkomst heeft met de vennootschap en op grond daarvan de verplichting heeft persoonlijke arbeid te verrichten tegen een beloning én hij formeel onder gezag van een ander staat, is hij in beginsel wel verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
    Dat onder gezag staan is dus het geval als hij zelf geen aandelen heeft of minder dan 50%. Maar nu ook als hij wel meer dan 50% van de aandelen heeft maar die aandelen hem minder dan 50% of geen stemrecht geven in de aandeelhoudersvergadering over een beslissing tot ontslag van de directeur.
    Indien hij een directeurgrootaandeelhouder is en hij wel zelf kan besluiten over zijn ontslag, dan wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van een 'gezagsverhouding'. Een verplichte werknemersverzekering is dan niet aan de orde.
    Verder is er geen sociale verzekeringsplicht als er sprake is van nevengeschiktheid. Daarvan is sprake als er meerdere dga’s zijn met een gelijk aantal aandelen met gelijk stemrecht over het ontslag van de directie. Dit is bijvoorbeeld bij drie dga’s met elk 33 1/3 % stemrecht.
    (december 2015)

    Niet eens met de belasting die u over uw spaargeld betaalt? En dat de fiscus met maar liefst 4% rendement rekent? Bezwaar maken is niet nodig

    Op de website van de Belastingdienst is het volgende bericht geplaatst:
    "Hebt u een aanslag inkomstenbelasting ontvangen? En vindt u dat u te veel belasting over uw spaargeld moet betalen? Dan hoeft u daartegen geen bezwaar te maken.
    Veel mensen hebben bezwaar gemaakt tegen de aanslag. Zij zijn het er niet mee eens dat zij belasting moeten betalen over een verondersteld rendement van 4% over de waarde van hun bezittingen en schulden in box 3. Zij vinden dat 4% te veel is als het om spaargeld gaat.
    Wij hebben - in overleg met de Bond voor Belastingbetalers - besloten deze kwestie voor te leggen aan de hoogste rechter.
    Als de hoogste rechter vindt dat een verondersteld rendement van 4% over spaargeld inderdaad te hoog is, dan passen wij alle aanslagen met een dagtekening van 14 mei 2015 of later automatisch aan. Dat doen we ook als u geen bezwaar hebt gemaakt."

    Vanaf 2016 vervalt de extra verhoging heffingvrij vermogen voor ouderen (de ouderentoeslag).

    De Belastingdienst waarschuwt ervoor dat het vervallen van deze extra verhoging gevolgen heeft voor de belasting die moet worden betaald. Het kan ook gevolgen hebben voor zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget. De extra verhoging komt te vervallen omdat het kabinet de belastingvrijstelling voor inkomen uit vermogen voor iedereen gelijk wil trekken.

    Betaling Belastingdienst alleen nog op rekening met eigen naam

    Staatssecretaris Wiebes (Financiën) heeft een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij de uitvoering van de maatregel één bankrekeningnummer toelicht. Hierin staat dat vanaf 1 juli 2015 bedragen die worden ontvangen als toeslag, teruggaaf inkomstenbelasting of teruggaaf bijdrage Zorgverzekeringswet, alleen nog maar op een rekeningnummer worden gestort dat daadwerkelijk op naam van de gerechtigde staat. Uitbetalingen waarvan de Belastingdienst niet kan vaststellen of de rekening de juiste tenaamstelling heeft, worden gestopt.
    Deze maatregel voorkomt fraude en fouten met uitbetalingen. Zij is al vanaf 1 december 2013 van kracht, maar afgelopen anderhalf jaar gold nog een overgangsrecht. In deze periode is voor het overgrote gedeelte van de belastingplichtigen en toeslaggerechtigden een correct bankrekeningnummer doorgevoerd. Ongeveer 85.000 mensen hebben dit nog niet gedaan, ondanks een verzoek van de Belastingdienst.
    Als vanaf 1 juli 2015 niet kan worden vastgesteld dat het rekeningnummer daadwerkelijk juist is, worden de betalingen gestopt. Mensen waarvan het rekeningnummer is gedeactiveerd en waarvoor een (maandelijkse) uitbetaling klaar staat, ontvangen van de Belastingdienst nogmaals een brief waarin staat welke actie van hen nodig is. Uiteraard kunnen burgers waarvan het rekeningnummer is gedeactiveerd, alsnog een rekening op naam doorgeven zodat weer aan hen uitbetaald kan worden. Dan worden ook de eventueel niet betaalde termijnen alsnog uitbetaald. Iedereen die een brief heeft gekregen om het juiste rekeningnummer door te geven en dat nog niet heeft gedaan, wordt dan ook opgeroepen om dit alsnog snel te doen.

    Naar oudere nieuwsberichten

    Naar homepage Van Welie Accountants

    Beoordeling door klanten: 8.6/10 - 63 beoordelingen