Naar recent nieuws

Oudere nieuwsberichten:

Minimumloon per 1 juli 2015

Het wettelijk bruto minimum-loon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2015:

•    € 1.507,80 per maand 
•    € 347,95 per week 
•    € 69,59 per dag

Werkkostenregeling per 1 januari 2015 verplicht

Per 1 januari 2011 heeft de werkkostenregeling het systeem vervangen van vrije vergoedingen en verstrekkingen en de vaste kostenvergoedingen. Met ingang van 2015 is de toepassing van de werkkostenregeling (WKR) voor iedere werkgever verplicht.
De werkkostenregeling is een nieuw systeem voor de fiscale verantwoording van vergoedingen en verstrekkingen die u aan uw werknemers geeft.

Een aantal vergoedingen, zoals reiskosten, zijn en blijven volledig onbelast. Andere zaken worden, onder voorwaarden, op nihil gewaardeerd, zoals echte werkkleding, de mobiele telefoon en laptop. Wanneer er dan nog vergoedingen en verstrekking zijn die niet onder de eerstgenoemde categorieën vallen, dan is er een potje (vrije of forfaitaire ruimte genoemd) ten laste waarvan die bewuste vergoeding of verstrekking valt. Dat potje bedraagt 1,2% van de totale fiscale loonsom op jaarbasis. Dit wordt in principe per onderneming / vennootschap beoordeeld, maar dat mag ook voor een groep vennootschappen met een eigendomsverhouding van tenminste 95%.
Is dat potje onvoldoende, dan betaalt u over het meerdere 80% aan de Belastingdienst.
U kunt er echter ook voor kiezen bepaalde vergoedingen bij de individuele werknemer te belasten.
Van belang is dat uit de administratie blijkt welke vergoedingen en verstrekkingen ten laste van het potje zijn gekomen en over welke deel eventueel de 80% is betaald. Verder is de inrichting van de administratie vrij. Over het algemeen is het echter wel handig om de administratie aan te passen. Daarnaast geldt voor de vergoedingen en verstrekkingen die worden verwerkt in het “potje” dat deze inclusief BTW moeten worden opgevoerd.
Voor iedere niet vrijgestelde verstrekking moet u ons dus steeds aangeven of deze bij de werknemer moet worden belast of dat u deze in de vrije ruimte van de werkkostenregeling wilt opnemen.
Dit dient u maandelijks aan de loonadministratie door te geven.
In de maand februari, dus in de aangifte over januari, moet aangifte worden gedaan van het bedrag dat het afgelopen jaar boven de 1,2% uitgekomen is en waarover dus in die maand 80% loonbelasting moet worden afgedragen. De administratie moet dan dus helemaal bij zijn.
Cliënten ontvangen binnenkort een speciale editie van onze nieuwsbrief met een checklist wat nu wel of niet onder de regeling valt.
(oktober 2014
)

Verstrekkingen aan oud werknemers belast

In twee gevallen is loon uit vroegere dienstbetrekking verplicht eindheffingsloon. Dat geldt voor vergoedingen en verstrekkingen in de vorm van korting op producten uit uw eigen bedrijf voor postactieve werknemers die u ook aan uw werknemers geeft (geldt alleen als u over de grenzen heen gaat van de gerichte vrijstelling voor korting op producten uit uw eigen bedrijf) en verstrekkingen voor postactieve werknemers die u ook aan uw werknemers geeft, zoals een kerstpakket.
(oktober 2014)

Personeelskortingen op producten uit uw eigen bedrijf

Voor korting op producten uit uw eigen bedrijf geldt vanaf 2015 een gerichte vrijstelling. Als u aan uw werknemer een korting of vergoeding geeft bij de aankoop van producten uit eigen bedrijf, dan is dit onder de volgende voorwaarden gericht vrijgesteld:
De producten zijn niet branchevreemd, de korting of vergoeding is per product maximaal 20% van de waarde van dat product in het economische verkeer en De kortingen of vergoedingen bedragen in 2015 samen niet meer dan € 500.
Het niet-gebruikte deel van de vrijstelling van € 500 mag u niet doorschuiven naar 2016 en 2017. Kortingen of vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf zijn ook een gerichte vrijstelling als de dienstbetrekking is geëindigd door pensionering of arbeidsongeschiktheid. Daarnaast geldt deze regeling ook als de korting wordt gegeven door een met u verbonden vennootschap. Onder een verbonden vennootschap wordt hier verstaan: een vennootschap waarin de werkgever voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft, een vennootschap die voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft in de werkgever en een vennootschap waarin een derde partij voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft, terwijl deze derde partij ook voor minimaal 1/3 gedeelte belang heeft in de werkgever
(oktober 2014)

Salaris mag niet meer contant worden uitbetaald

Het salaris mag niet meer volledig contant uitbetaald worden. Op die manier kan ontduiking van het wettelijk minimumloon effectiever bestreden worden. Per 1 januari 2015 moet volgens het wetsvoorstel Aanpak Schijnconstructies minimaal het salarisgedeelte gelijk aan het wettelijk minimumloon giraal overgemaakt worden. Daarnaast mogen werkgevers geen verrekeningen met het wettelijk minimumloon meer toepassen. Het verrekenen van huisvesting of ziektekostenpremies met het minimumloon is een bekende constructie om de regels te omzeilen, maar wordt nu wettelijk ongedaan gemaakt.
(oktober 2014)

Versnelde afschrijving levert u weinig voordeel op
Als crisismaatregel mogen bepaalde in het 2e halfjaar 2013 aangeschafte bedrijfsmiddelen versneld worden afgeschreven. Dat levert even een liquiditeitsvoordeel op, maar dat is dan ook alles.
Bepalend is het moment van investeren. Dat is het moment dat u uw bestelling doet, niet de factuurdatum. Het moment van bestellen moet liggen tussen 1-7 en 31-12-2013. De regeling geldt niet voor gebouwen, personenauto's en aan derden beschikbaar gestelde zaken (verhuurde inventaris e.d). De afschrijving over het 2e halfjaar 2013 is maximaal 50% én maximaal het in het 2e halfjaar 2013 betaalde bedrag.
Over 2014 en volgende jaren moet het restant op de normale manier, dus in tenminste 5 jaar worden afgeschreven. Dan is de jaarlijkse afschrijving dus juist iets lager. Het voordeel is alleen een rentevoordeel, u trekt de afschrijving iets eerder af.
Even rekenen: We nemen als voorbeeld een rente van 8% en 25% vennootschapsbelasting. Het rentevoordeel over een periode van vijf jaar is dan in totaal maar 2% van de investering. Bij een investering van € 10.000 is de besparing dus maar € 200. Gemiddeld € 40 per jaar. Niet zo spannend dus! Wanneer de belastingtarieven in de loop van de vijf jaar stijgen is het voordeel meteen weg.
(september 2013)

Minimumloon per 1 juli 2014
Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1juli 2014: 

•    € 1.495,20 per maand 
•    € 345,05 per week 
•    € 69,01 per dag

Nieuw model afspraak verbod privégebruik auto
De Belastingdienst heeft in overleg met VNO-NCW en EVO een nieuwe voorbeeld-afspraak gemaakt voor het verbod op privégebruik van een bestelauto die een werkgever aan een werknemer ter beschikking stelt. De Belastingdienst adviseert de oude afspraak te vervangen door de nieuwe. Als de (oude of nieuwe) voorbeeldovereenkomst niet wordt gebruikt of als deze wordt gewijzigd, kan het zijn dat de schriftelijke vastlegging van het verbod niet (meer) voldoet. Om dit te voorkomen kunnen afspraken voor goedkeuring worden voorgelegd aan de Belastingdienst.
(september 2013)

Vlotte betalingsregeling mogelijk bij de Belastingdienst
Sinds enige tijd is het mogelijk telefonisch uitstel te vragen van de betaling van belasting, zonder dat er allerlei formulieren moeten worden ingevuld. Hiervoor kunt u de Belastingdienst bellen onder het algemeen nummer 0800-0543. Het telefonisch uitstel wordt verleend voor vier maanden na de uiterste betaaldatum van de (oudste) aanslag. De voorwaarden zijn:

De regeling geldt dus voor aangiftebelastingen zoals omzet- en loonbelasting alleen wanneer u een aanslag heeft ontvangen. De Belastingdienst zal u uiteraard wel rente berekenen!
(september 2013)

Aangiftebrief omzetbelasting verdwijnt
Vanaf 1 januari 2014 stuurt de Belastingdienst geen aangiftebrieven omzet-belasting meer. De acceptgiro’s bij de aangiftebrieven verdwijnen ook.
Ondernemers moeten voortaan dus zelf in de gaten houden dat op tijd aangifte wordt gedaan en op tijd wordt betaald. Om de overgang makkelijker te maken stuurt de Belastingdienst ondernemers een keer per jaar een overzicht met de volgende gegevens toe:

Wij adviseren u dit overzicht goed te bewaren. Laat u de aangiften door ons verzorgen, dan vindt u het betalingskenmerk op het aan u toegezonden voor akkoord te tekenen overzicht van de aangifte omzetbelasting.
(september 2013)

Proefprocedures BTW-vrijstelling (para)medische diensten
De Belastingdienst bereidt in overleg met fiscaal dienstverleners vaststellingsovereenkomsten (vso’s) voor, die worden aangeboden aan (para)medici. Het gaat om (para)medici die bezwaar hebben gemaakt tegen de btw die zij sinds 1 januari 2013 zijn verschuldigd als gevolg van een wijziging van de btw-vrijstelling voor medische diensten.
Voorlopig stellen bijvoorbeeld de Register Chiropractoren zich op het standpunt dat volgens de Wereld Gezondheids Organisatie (2005) chiropractie manuele therapie is en dat het regeringsstandpunt (1918) luidt dat manuele therapie onder fysiotherapie valt en dat de opleiding chiropractie geneeskunde en manuele therapie is en derhalve vrijgesteld van BTW. Zij gaan geen vso aan. (bron: Mr J. van Broekhuize).
(september 2013/april 2014)

Tijdelijke versoepeling inkeerregeling
Uit een mededeling van het ministerie van Financiën blijkt dat er momenteel een tijdelijke versoepeling van de inkeerregeling geldt. Op grond van deze versoepeling wordt aan degenen die in het verleden hun (buitenlandse) spaarrekening niet hebben opgegeven geen boete opgelegd als zij zich voor 1 juli 2014 melden bij de Belastingdienst.
De Belastingdienst berekent wél rente en die kan aardig oplopen! De navorderingstermijn voor verzwegen buitenlandse spaargelden e.d. is twaalf jaar.
(september 2013)

Belastingpakket 2014: Vrijstelling voor schenking voor woning hoger
In de Successiewet 1956 is een verhoogde vrijstelling van € 51.407 opgenomen voor eenmalige schenkingen van ouders aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar. Deze schenking moet verband houden met de schenking van een eigen woning, verwerving of verbouwing van een eigen woning door het kind, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning. Ook mag de schenking betrekking hebben op euro coinsde aflossing van de eigenwoningschuld van het kind. In geval van verbouwing e.d. moet het kind moet het geschonken geld in hetzelfde of in de volgende twee jaar in zijn huis of hypotheek steken.
Het plan is deze vrijstelling vanaf 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 te verruimen. Dit houdt ten eerste in dat de hoogte van de vrijstelling tijdelijk wordt verruimd van€ 51.047 euro tot € 100.000. Daarnaast vervalt tussen 1 oktober 2013 en 1 januari 2015 de beperking dat de schenking gedaan moet zijn door een ouder aan een kind tussen de 18 en 40 jaar. Dit betekent dat in de genoemde periode iedereen van een familielid of van een derde een belastingvrije schenking kan ontvangen van maximaal € 100.000. Dit kan op voorwaarde dat de schenking gebruikt wordt voor de eigen woning.
Banken zouden in verband met deze fiscale stimulering hun grensbedrag voor boetevrij aflossen ook maar eens moeten verruimen.
(september 2013)

Belastingpakket 2014: Stamrecht B.V. en afstorten ontslaguitkering bij verzekeringsmaatschappij niet meer mogelijk
Het kabinet heeft aangekondigd de stamrechtvrijstelling voor nieuwe stamrechten af te schaffen per 1 januari 2014.
De afschaffing zorgt ervoor dat de eis dat stamrechten in periodieke termijnen moeten worden uitgekeerd komt te vervallen. De bestaande stamrechten kunnen daardoor, zonder heffing van revisie-rente, ineens worden uitgekeerd.
Dit is keuzerecht, dat betekent dat de belastingplichtige hiervoor kan kiezen, dus niet verplicht is om er gebruik van te maken. Het maakt niet uit of het stamrecht is ondergebracht in een stamrecht BV, bij een bank, een beleggingsinstelling of een verzekeraar.
De uitkering ineens wordt bij de belastingplichtige in haar geheel belast in box 1.
Zolang het bestaande stamrecht niet wordt uitgekeerd, wordt er ook niet geheven, maar er is wel een stimulans bedacht om wel tot uitkering over te gaan. Deze luidt: als de aanspraak op het stamrecht in 2014 ineens wordt uitgekeerd, wordt slechts 80% van de uitkering in de heffing betrokken.
Vanaf 15 november 2013 kunnen de ontslagvergoedingen dus niet meer in een op te richten stamrecht BV worden gestopt. De nadelige effecten van deze afschaffing kunnen worden gematigd door gebruikmaking van de middelingregeling.
Het is belangrijk om goed na te denken over het laten vrijvallen van stamrechten in 2014. Puur het laten vrijvallen in 2014 omdat 20% hiervan niet belast wordt, hoeft niet altijd voordelig te zijn. Als u namelijk niets doet met het geld, dan gaat het behoren tot het box 3 vermogen waarover jaarlijks belasting moet worden betaald.  
(september 2013)

Belastingpakket 2014: Belasting- en invorderingsrente
Vanaf 2014 wordt (zoals afgesproken in het Regeerakkoord) voor alle heffingen behalve de Vennootschapsbelasting aangesloten bij de wettelijke rente met een minimum van 4%; voor de Vennootschapsbelasting wordt aangesloten bij de handelsrente met een minimum van 8% per jaar.
In verband met de berekeningswijze van de belasting- en invorderingsrente is besloten dat de verhoogde percentages pas vanaf 1 april 2014 zullen worden gehanteerd; tot 1 april geldt de wettelijke rente.
Het overgangsrecht komt er op neer dat de verhoogde rentepercentages effectief (deels) toegepast zullen worden op belastingaanslagen met dagtekening vanaf 18 februari 2014, doordat de betalingstermijn van zes weken na dagtekening van de belastingaanslag tot de renteperiode hoort.
(september 2013)

Belastingplan 2014
Een overzicht van het pakket fiscale maatregelen, voorgesteld door het kabinet voor 2014, zoals opgesteld door onze beroepsorganisatie Register Belastingadviseurs (RB) vindt u hier.
(september 2013)

Uitzendbureau's en inlenersaansprakelijkheid
Het stelsel van de G-rekening wordt (waarschijnlijk) per 2015 gefaseerd vervangen door een depotstelsel waarbij vrijwaring van inleners-aansprakelijkheid wordt verkregen door een storting op de vrijwaringsrekening van de ontvanger ten behoeve van de uitlener die een depot aanhoudt. Zodra het depotstelsel in werking is getreden, moeten uitzend-ondernemingen die niet zijn geregistreerd bij de Stichting Normering Arbeid verplicht een depot aanhouden bij de ontvanger. Inleners van arbeidskrachten bij een niet-gecertificeerd uitzendbureau moeten verplicht 35% van de factuursom die in rekening is gebracht door de uitlener op de vrijwaringsrekening van de ontvanger storten ten behoeve van het depot van het betreffende uitzendbureau.
Zowel de betreffende uitzendondernemingen als hun inleners kunnen worden beboet met een verzuimboete van ten hoogste € 4920 als zij niet aan deze verplichtingen voldoen. De inlener kan bij niet-storting ook nog hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschulden van de uitlener tot het bedrag dat hij had moeten storten. Er is volgens de staatssecretaris geen sprake van strijdigheid met EU-recht omdat alleen wordt gekeken naar certificering en de maatregel is gericht op de bestrijding van fraude en het voorkomen van misbruik.
(september 2013)

Rente lening voor woning verstrekt vanaf 2013 door B.V. of familie moet jaarlijks opgeven worden
Per 1 januari 2013 zijn er nieuwe regels waaraan een lening aangegaan voor de financiering van aankoop, onderhoud of verbouwing van de eigen woning die als hoofdverblijf dient moet voldoen wil de rente aftrekbaar zijn in box 1 van de inkomstenbelasting. Nieuw afgesloten (hypothecaire) leningen moeten nu jaarlijks worden afgelost. Dat moet tenminste met een annuïteit, maar het mag ook sneller, bijvoorbeeld lineair. De lening moet in 30 jaar zijn afgelost. Alleen als de lening aan deze strikte voorwaarden voldoet naast de andere reeds bestaande bepalingen is de betaalde rente aftrekbaar in box 1. Bestaande leningen worden gerespecteerd en hoeven dus niet te worden afgelost. De rente van deze hypotheken blijft aftrekbaar. Vervanging van een bestaande lening door een lening met lagere rente wordt ook niet beschouwd als nieuwe lening.
Voor de nieuw afgesloten leningen moet jaarlijks een opgave aan de fiscus plaatsvinden van het saldo en de berekende rente. Deze zogenaamde renseignering werd al gedaan door banken en verzekeringsmaatschappijen, maar moet nu ook jaarlijks door andere verstrekkers van hypothecaire leningen worden gedaan. Dus is er na 2012 geld geleend voor de woning door een B.V., familie of anderen, dan moeten die ook jaarlijks een renseignering insturen. Zonder deze renseignering is de rente voor de lener niet aftrekbaar in box 1 ! Er moet ook een leningovereenkomst zijn die aan de eisen voldoet. Daarin moet dus ook de aflossing geregeld zijn.
(juli 2013)

Pensioenvoorziening belet soms dividenduitkering aan DGA
Vanaf 1 oktober 2012 moet een voorstel tot uitkering van dividend voorafgegaan worden door een onderzoek van de directie of de vennootschap na deze uitkering ook op wat langere  termijn nog wel aan haar verplichtingen jegens derden kan voldoen. Pas nadat de directie hierin positief adviseert mag de algemene vergadering van aandeelhouders tot een dividenduitkering besluiten. De directie moet dit beoordelen door de balanscijfers te waarderen tegen de waarden in het economisch verkeer. Gebouwen mogen dus niet tegen aanschafwaarde minus afschrijvingen gewaardeerd worden. In plaats van de taxatiewaarde mag de WOZ waarde gebruikt worden. Pensioenvoorzieningen moeten gewaardeerd worden tegen de commerciële waarde met inbegrip van het risico voor het uitkeren van een nabestaandenpensioen, dat niet in de waarde zoals die in de jaarrekening staat vermeld is opgenomen. Hierdoor komt de voorziening vaak op een veelvoud van de waarde volgens de jaarrekening uit, waardoor er mogelijk geen dividend kan worden uitgekeerd.
(juli 2013)

De Stamrecht B.V. wordt extra gecontroleerd door de fiscus
De Belastingdienst gaat dit jaar specifiek de stamrecht / gouden handdruk B.V. onderzoeken. Aandachtspunten hierbij zijn onder andere:

Werkkostenregeling
Staatssecretaris Weekers van Financiën gaat via een consultatie onder het bedrijfsleven en de fiscale adviseurs peilen of er een breed draagvlak bestaat voor verdere verbetering en vereenvoudiging van de werkkostenregeling. Het verplicht toepassen van de regeling is intussen uitgesteld tot 1 januari 2015.
Hoewel er in deze regeling bepaalde verstrekkingen belastingvrij mogen worden gedaan die volgens de oude regeling belast zijn kan deze regeling ons inziens toch een lastenverzwaring betekenen. Er moet bij elke loonronde uitgezocht worden welke uitkeringen en verstrekkingen zijn gedaan en of deze onder de regeling vallen of niet, en of de grens van 1,5% al is overschreden. Daartoe moet bij de loonadministratie steeds bekend zijn welke uitkeringen en verstrekkingen zijn gedaan. Dit is niet altijd te herleiden uit de boekhouding. Zeker niet als de administratie pas achteraf wordt gedaan, zoals meestal het geval is bij het midden- en kleinbedrijf. Er moeten ook steeds actuele financiële cijfers beschikbaar zijn om tijdig vast te stellen of de in de regeling genoemde grens waarbinnen uitkeringen en verstrekkingen belastingvrij mogen worden gedaan niet wordt overschreden.
(juli 2013)

BTW suppleties moeten tijdig worden ingediend
Binnenkort gaat de Belastingdienst bij ondernemers controleren of zij nog openstaande btw-schulden hebben over vorige jaren. De Belastingdienst controleert dit door de btw-aangiften en de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting met elkaar te vergelijken. Btw-schulden komen regelmatig aan het licht bij het opstellen van de jaarrekening. Er moet dan een suppletie-aangifte worden ingediend. Is het alsnog aan te geven bedrag lager dan € 1.000, dan mag de suppletie bij de eerstvolgende btw-aangifte worden meegenomen. Boven die grens moet afzonderlijk aangifte worden gedaan.
(juli 2013)

Pensioen in eigen beheer mag worden verlaagd bij onderdekking
De in een pensioenbrief opgenomen toegezegde uitkeringen mogen niet zomaar door de B.V. worden verlaagd, bijvoorbeeld omdat het geld er niet is door tegenvallende beleggingen of ondernemingsresultaten. Gebeurt dat om een niet toegestane reden dan kan dat tot forse aanslagen leiden. Betreft het een pensioen in eigen beheer, dan heeft het prijsgeven alleen geen gevolgen voor zover sprake is van niet voor verwezenlijking vatbare rechten.
Aanspraken zijn niet voor verwezenlijking vatbaar als er dwingende maatschappelijke redenen zijn om af te zien van de aanspraken. Dit kan het geval zijn bij faillissement, surseance van betaling of schuldsanering.
Met ingang van 1 januari 2013 is hieraan het volgende toegevoegd. In de situatie dat de vermogenspositie van de B.V. op het moment van de pensioeningangsdatum ontoereikend is om de aangegane pensioenverplichtingen na te komen is eenmalig een vermindering van de pensioenaanspraken mogelijk zonder dat er een fiscale sanctie optreedt. De periodieke uitkeringen en ook de hoogte van de voorziening worden dan verlaagd.
Hieraan zijn wel enkele voorwaarden verbonden, zoals:

Minimumloon per 1 juli 2013
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen 1 juli 2013. Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2013:
€ 1.477,80 per maand;
€ 341,05 per week;
€ 68,21 per dag.

Periodieke giften doen wordt gemakkelijker
Periodieke giften aan ANBI instellingen zijn in tegenstelling tot eenmalige geheel aftrekbaar. Er gelden geen drempels zoals dat wel bij andere giften het geval is.
Voorwaarden zijn:

Voorgesteld is in 2014 de verplichte gang naar de notaris te laten vervallen. De betalingsverplichting moet dan in wel in een schenkingsovereenkomst tussen gever en ontvanger worden vastgelegd.
Hiertoe zal een model worden ontwikkeld. Beide partijen moeten dan een exemplaar van de getekende overeenkomst bewaren.
(juli 2013)

Extra afrek voor giften aan culturele instellingen
Particulieren en bedrijven die giften doen aan culturele instellingen kunnen van 2012 tot en met 2017 gebruik maken de multiplier voor giftenaftrek.
De multiplier houdt in dat giften aan als ANBI (algemeen nut beogende instelling) aan te merken culturele instellingen tot maximaal € 5.000 voor de giftenaftrek in de inkomstenbelasting worden verhoogd met 25 % en in de vennootschapsbelasting met 50 %. De aftrek wordt dus voor de IB met maximaal € 1.250 verhoogd en voor de Vpb met maximaal € 2.500.
Culturele ANBI instellingen zijn instellingen die voor tenminste 90 % actief zijn in beeldende kunst, bouwkunst, erfgoed (musea, archieven, archeologie, monumentenzorg), dans, film, letteren, (pop)muziek, (muziek)theater of vormgeving.
Op www.anbi.nl staat aangegeven welke instellingen als cultureel worden aangemerkt.
(juli 2013)

Minimumloon per 1 januari 2013
Het wettelijk brutominimumloon  voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2013:

•    € 1.469,40 per maand
•    € 339,10 per week
•    € 67,82 per dag

Het wettelijk minimumloon gaat uit van het brutoloon bij een normale arbeidsduur, dus zonder overwerk. Het brutoloon kan bestaan uit:

Het totaal van deze bedragen mag niet minder zijn dan het minimumloon. Voor jongere werknemers gelden lagere bedragen.
(november 2012)

Aftrek lijfrente-premies en pensioen-sparen
Wilt u nog een aftrekpost creëren door het betalen van een lijfrentepremie of het storten op een  pensioenspaarrekening? De maximale hoogte voor het aftrekken van lijfrentepremies en gestorte bedragen op een pensioenspaarrekening wordt bepaald door de zogenaamde jaarruimte, waarvoor het inkomen en de opgebouwde pensioenrechten in het jaar ervoor bepalend is, en de reserveringsruimte. Voor ondernemers kan de stakingswinst en de (fiscale) oudedagsreserve ook nog meespelen. Zonodig kunnen wij een berekening voor u maken.
De premie moet wel nog dit jaar worden gestort om voor aftrek in 2012 in aanmerking te komen.
(november 2012)

Eenvoudig uitstel voor afdracht BTW
Indien de in de diverse akkoorden opgenomen voorstellen ook door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen kunt u vanaf 1 januari 2013 op verzoek uitstel krijgen voor de afdracht van omzetbelasting en wel voor maximaal 4 maanden na de vervaldag van de aanslag of aangifte. Het bedrag waarvoor uitstel wordt gevraagd mag niet meer zijn dan € 20.000.
Daarnaast is er de bestaande  betalingsregeling met een langere looptijd, waarbij u voortaan niet meer hoeft aan te tonen dat de betalingsproblemen hun oorsprong vinden in de economische crisis.

Vrijstellingen schenkbelasting
Wilt u dit jaar nog een schenking doen binnen de daarvoor geldende fiscale grenzen? De vrijstellingen voor 2012 zijn als volgt:

De vrijstellingen voor schenkingen van ouders aan kinderen gelden voor beide partners samen.
Indien u in een jaar van iemand schenkingen ontvangt boven het bedrag van de vrijstelling dan dient u deze schenkingen vóór 1 maart van het jaar daarop aan te geven. Alle schenkingen in een jaar worden daarvoor bij elkaar opgeteld. Schenkingen aan (pleeg)kinderen met jaarbedragen beneden de € 5.030 en beneden de € 2.012 aan anderen hoeft u niet op te geven. Het tarief voor schenkingen boven de vrijstelling is 10 % tot € 115.708 en 20 % daarboven.
(november 2012)

Verruiming termijn overdrachtsbelasting bij doorverkoop
Als een onroerende zaak wordt aangekocht, is overdrachtsbelasting verschuldigd. Bij doorverkoop van de onroerende zaak is de nieuwe koper ook overdrachtsbelasting verschuldigd. Bij doorverkoop binnen zes maanden na de eerdere verkrijging wordt de grondslag voor de heffing van overdrachtsbelasting verlaagd met de grondslag bij de eerste aankoop.
Geconstateerd is dat in de huidige stagnerende vastgoedmarkt een doorverkooptermijn van zes maanden over het algemeen te kort is. In het Belastingplan 2013 is opgenomen om de huidige termijn van zes maanden te verruimen tot 36 maanden.
Vooruitlopend op deze wetswijziging is een besluit gepubliceerd waarin wordt goedgekeurd dat de verruiming al met ingang van 1 september 2012 plaatsvindt. Voorwaarde om de verlengde termijn toe te passen is dat de partij die de onroerende zaak doorverkoopt, deze op of na 1 september 2012 verkrijgt. Voor verkrijgingen die plaats hebben gevonden vóór 1 september blijft dus de 6-maandstermijn gelden.
De goedkeuring geldt voor woningen en niet-woningen zoals bedrijfspanden en loopt tot 1 januari 2015.
(november 2012)

Langer geldende vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfspanden bij samenloop met BTW
Het besluit regelt dat ook kopers van nieuw zakelijk vastgoed langer een beroep kunnen doen op de vrijstelling van overdrachts-belasting bij samenloop met BTW-heffing.
Het gaat hier om de situatie waarin een onroerende zaak voorafgaand aan de levering al geheel of gedeeltelijk als bedrijfsmiddel in gebruik is genomen. De samenloopvrijstelling kan dan eigenlijk niet worden toegepast maar goedgekeurd was dat als het onroerend goed werd verkocht binnen 6 maanden na ingebruik-name of verhuur, de koper een beroep kon doen op een vrijstelling van overdrachtsbelasting.
De in deze goedkeuring gehanteerde termijn van zes maanden is per 1 november 2012 uitgebreid van 6 maanden naar 2 jaar. 
De regeling geldt ook als het onroerend goed op 1 november 2012 nog geen zes maanden in gebruik is genomen of is verhuurd.
(november 2012)

Nieuwe Geefwet gunstig voor culturele instellingen
Uit zijn antwoorden op Kamervragen over de Uitvoeringsregeling Geefwet blijkt dat de staatssecretaris van Financiën van mening is dat de Geefwet zeer gunstig uitpakt voor culturele instellingen.
Voor culturele instellingen (waaronder musea) zijn in de Geefwet een aantal gunstige maatregelen opgenomen. Zo kunnen donateurs aan culturele instellingen gebruik maken van de multiplier, op grond waarvan een hoger bedrag in aftrek kan worden gebracht dan de gift. Ook is de optionele integrale belastingplicht voor culturele instellingen geïntroduceerd.
Als een culturele instelling daarvoor kiest, wordt het hele vermogen van de instelling aangemerkt als ondernemingsvermogen en wordt verrekening tussen het veelal verlieslatende niet-ondernemings-gedeelte en het winstgevende ondernemingsgedeelte mogelijk.
Ook kunnen culturele instellingen profiteren van de generieke verhoging van de vrijstelling van vennootschapsbelasting voor verenigingen en stichtingen van 7.500 naar 15.000 euro per jaar en de fictieve vrijwilligerskostenaftrek.
Tot slot is de bestedingsreserve voor culturele instellingen versoepeld. Hierdoor mogen culturele instellingen hun winst voor belastingheffing reserveren in een bestedingsreserve. Deze gereserveerde winsten moeten dan binnen vijf jaar worden besteed aan de in de wet genoemde uitgaven, zoals bijvoorbeeld culturele projecten.
Alles overziend pakt de Geefwet volgens de staatssecretaris derhalve zeer gunstig uit voor culturele instellingen. Dit mag ook blijken uit het feit dat er veel ANBI's zijn die de status van culturele instelling hebben aangevraagd en ook als zodanig zijn aangemerkt.
(november 2012)

Provisieverbod hypotheken en verzekeringen
Op 1 januari 2013 wordt voor adviseurs en bemiddelaars een verbod op provisies van kracht voor financiële producten zoals hypotheken, pensioenverzekeringen en levensverzekeringen. Directe aanbieders moeten inzicht geven in de advies- en distributiekosten bij de koop van een financieel product. Met het verbod komt een einde aan geldstromen tussen aanbieders en adviseurs/bemiddelaars. Hierdoor wordt weer duidelijk dat banken, verzekeraars en adviseurs producten verkopen die in het belang van de klant zijn. Om de consument zo goed mogelijk te informeren over de nieuwe regels van het provisieverbod heeft Wijzer in Geldzaken op verzoek van het ministerie van Financiën en brancheorganisaties een checklist financiële producten opgesteld.
(november 2012)

Lagere BTW bijtelling voor auto’s ouder dan vijf jaar
De forfaitaire BTW-bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak wordt verlaagd voor auto's die langer dan vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in gebruik zijn.Voortaan wordt namelijk rekening wordt gehouden met de afschrijving.

Deze maatregel werkt terug tot 1 juli 2011. Ondernemers die gebruik maken van de forfaitaire regeling hoeven hierdoor nog maar 1,5% van de catalogusprijs bij te tellen. Het percentage was 2,7%. Het BTW-voordeel kan oplopen tot enkele honderden euro's per jaar.
Verder bevat het besluit een verduidelijking voor het geval de vergoeding voor het ter beschikking stellen van een auto moet worden bepaald volgens de normale waarde. Goedgekeurd wordt dat de zogenoemde BPM-tabel zoals die gold op 30 juni 2012 nog tot en met 30 september 2012 toegepast mag worden.
Ondernemers die hun bedrijfsauto privé gebruiken of hun personeel de bedrijfsauto privé laten gebruiken, moeten aan het eind van het jaar BTW afdragen ter compensatie van het privégebruik. Zij kunnen hiervoor gebruikmaken van een forfaitaire regeling.

De versoepeling is voordelig voor ondernemers die de BTW over de aanschaf van de auto konden aftrekken. Ondernemers die geen BTW over de aanschaf van de auto konden aftrekken, mochten al gebruik maken van het lagere percentage van 1,5%.
Voor de loon- en  inkomsten-belasting is de bijtelling niet gewijzigd.
(november 2012)

Startersdag 2012 in Apeldoorn
Evenals voorgaande jaren stond Gerard van Welie weer samen met Alfons Havekes (Countus) en Bart Szejnoga (Boon Accountants) namens onze beroepsorganisatie de NBA op de startersdag van de Kamer van Koophandel, deze keer in Motel Van der Valk in Apeldoorn.

BTW percentage gaat naar 21 %: Hoe te factureren in de overgangsperiode
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen zal per 1 oktober het algemeen tarief voor de omzetbelasting verhoogd worden van 19 naar 21 %. Wat moet u doen als u de leveranties en/of werkzaamheden deels of helemaal vóór 1 oktober heeft uitgevoerd maar de factuur pas in oktober stuurt?
U moet het te factureren bedrag splitsen: De leveringen en diensten die u vóór 1 oktober heeft gedaan moet u dan tegen 19 % berekenen en de overige tegen 21 %. Er kunnen dus twee btw bedragen op de factuur komen te staan.
Stuurt u voor 1 oktober een voorschotnota maar vindt de prestatie na 1 oktober plaats dan moet u een aanvulling op de voorschotnota sturen voor het verschil in btw.
Handig is dus zoveel mogelijk alles wat onderhanden is uiterlijk 30 september alvast te factureren.
Stuurt u de factuur naar een ondernemer die de btw ook kan aftrekken, dan is het geen probleem vanaf 1 oktober alles tegen 21 % te berekenen.
(juni 2012)

Woon- werkverkeer telt vanaf 2013 mee voor 500 km grens
Heeft u een auto van de zaak en voorkomt u de bijtelling voor privé-gebruik door een kilometer-registratie bij te houden, waarmee u kan aantonen dat u minder dan 500 km privé rijdt? Vanaf 2013 zal het woon-werkverkeer meetellen als privé kilometers. Dat betekent dat iemand die zijn vaste werkplek elders heeft niet meer onder de bijtelling vandaan komt. Het reizen naar andere plaatsen behoort niet tot het woon-werkverkeer, zoals het reizen van een bouwvakker naar de bouwplaats en van een onderhoudsmonteur naar het adres van zijn klant.
(juni 2012)

Een vergoeding voor reiskosten woon-werk, mag dat straks niet meer?
Volgens het lenteakkoord mag de vergoeding voor woon-werkverkeer straks niet meer belastingvrij verstrekt worden aan uw werknemers.Uiteraard mag u deze wel belast vergoeden, maar dan wordt er dus loonbelasting e.d. over ingehouden. Eventueel kunt u de netto vergoeding ook bruteren, dan neemt u de extra lasten van deze fiscale maatregel zelf voor uw rekening. Indien in een CAO of individuele arbeidsovereenkomst is bepaald dat er een vergoeding wordt verstrekt, dan kunt u daar niet zomaar van af alleen omdat het nu niet meer onbelast mag worden uitgekeerd. Dat kan alleen als in die CAO of overeenkomst staat dat maximaal het fiscaal onbelaste bedrag wordt uitgekeerd.
(juni 2012)

Vakantiewerk aan regels gebonden
Neemt u in de vakantieperiode tijdelijk scholieren in dienst? Let u er dan op dat voor hen andere regels gelden dan voor volwassenen.
12-jarigen mogen alleen werken in het kader van een werkstraf of een leerproject. Het kind moet altijd onder toezicht van een volwassene werken.
13- en 14-jarigen mogen alleen klusjes doen en helpen bij licht, niet-industrieel werk. Tijdens de vakantie mogen ze maximaal 7 uur per dag en 35 uur per week werken, 4 weken per jaar doch maximaal 3 weken aaneengesloten. Er mag niet op zondag worden gewerkt.
15-jarigen mogen zelfstandig licht niet-industrieel werk doen, zoals vakken vullen in een supermarkt en avondkranten en reclamedrukwerk bezorgen. Voor het bezorgen van ochtendkranten gelden extra regels.
Tijdens de vakantie mogen ze maximaal 8 uur per dag en 40 uur per week, 6 weken per jaar doch maximaal 4 weken aaneengesloten werken.
16- en 17-jarigen mogen bijna elk soort werk doen, maar geen gevaarlijk werk. In de vakantie mogen ze maximaal 9 uur per dag en 45 uur per week doch maximaal 160 uur in een periode van 4 weken werken.
Laat u zich dus goed informeren wat een jongere wel of niet voor u mag doen.
(juni 2012)

De flex-B.V.
Het wetsvoorstel is eindelijk aangenomen door de Eerste Kamer: per 1 oktober 2012 worden de eisen voor de oprichting van een B.V. gewijzigd. Dan is geen storting van een aandelenkapitaal van tenminste € 18.000 meer vereist. Tot nu toe waren aandeelhouders slechts aansprakelijk tot het bedrag van het door hen gestorte kapitaal. Voortaan is het dus mogelijk dat een B.V. een kapitaal heeft van bijvoorbeeld slechts € 1.
Maar: ook de directie kan in sommige gevallen aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de B.V. Dat is met name indien zij haar goedkeuring heeft verleend aan winstuitkeringen (dividend) die de vermogenspositie van de vennootschap in gevaar brengen, waardoor de schulden en andere verplichtingen niet meer kunnen worden voldaan. Deze wijziging geldt ook voor bestaande B.V.’s. Voor het uitkeren van dividend moet er dus worden getoetst of dat wel mogelijk is gezien deze bepaling.
Ook de bankverklaring bij de inbreng van geld bij oprichting van de B.V. wordt afgeschaft, net als de accountantsverklaring bij de inbreng in natura. De notariële akte blijft wel een vereiste. Een andere belangrijke wijziging is dat stemrechtloze aandelen en winstrechtloze aandelen kunnen worden geïntroduceerd, net als aandelen met een afwijkend stemrecht of winstrecht.
De nieuwe regels gelden niet voor N.V.’s. Wie het belangrijk vindt de aansprakelijkheidsbeperking te behouden zal zijn B.V. kunnen omzetten in een naamloze vennootschap (N.V.).
(juni 2012)

Minimumloon per 1 juli 2012
Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2012:
•    € 1.456,20 per maand
•    € 336,05  per week
•    € 67,21 per dag
Het wettelijk minimumloon gaat uit van het brutoloon bij een normale arbeidsduur, dus zonder overwerk. Het brutoloon kan bestaan uit:

Het totaal van deze bedragen mag niet minder zijn dan het minimumloon.Overgangsregeling erfbelasting voor vruchtgebruik van woningen
(juni 2012)

Erfgenamen hoeven in bepaalde gevallen geen erfbelasting te betalen over de waardestijging van een woning die eerder aan de kinderen werd overgedragen.
Hebben ouders voor 1 januari 2010 een woning geschonken of verkocht aan hun kinderen? En hebben zij afgesproken dat de ouders hierin mochten blijven wonen tot hun overlijden? Dan hoeven de erfgenamen geen erfbelasting te betalen over de waardestijging tussen het moment van schenking of verkoop en 1 januari 2010. Over de waardestijging vanaf 1 januari 2010 tot het overlijden moet wel erfbelasting betaald worden. Dit is op 4 april 2012 vastgelegd in een overgangsregeling voor artikel 10 van de Successiewet..

Bewaarplicht financiële stukken
Iedere onderneming is verplicht een financiële administratie bij te houden. Deze en alle bijbehorende stukken, zoals facturen, bankafschriften, kasregistraties, personeelsdossiers maar ook offertes, opdrachtbevestigingen, afsprakenboeken en agenda’s dient u tenminste zeven jaar te bewaren. Dus alles tot en met 2004 kan nu weg, behalve facturen betreffende onroerende zaken, want die moet u  tien jaar bewaren.
(juni 2012)

Lenteakkoord geeft geen zonnig vooruitzicht
In deze ook voor ondernemers moeilijke tijden komen de politici met diverse wets-voorstellen. Het Lenteakkoord, ook wel Wandelgangenakkoord, Kunduz-akkoord of Crisis-akkoord genoemd, is eind april 2012 bereikt door VVD, CDA, D66, GroenLinks en Christen Unie. Op 4 juni zijn de eerste vijf voorstellen naar de Tweede kamer gestuurd. De rest wordt op Prinsjesdag ingediend in het kader van het Belastingplan 2013.
De belangrijkste op een rij:

(juni 2012)

Woon-werkverkeer in de btw niet zakelijk!
De staatssecretaris van Financiën heeft nieuwe regels geformuleerd rondom het woon-werkverkeer en de btw. Bij uw berekening van de btw-correctie privé-gebruik auto voor 2011 dient u hier rekening mee te houden. Zo wordt het woon-werkverkeer onder de nieuwe regeling voor de btw aangemerkt als privégebruik van de auto van de zaak.
Voor de btw wordt onder woon-werkverkeer verstaan het heen-en/of terugreizen van de woon- of verblijfplaats(en) waar men (een of meerdere dagen) zijn werkzaamheden verricht. Deze definitie gaat ervan uit dat het in de regel aan u is om uw woonplaats/verblijfplaats te kiezen. Daarbij dient u rekening te houden met uw vaste werkplaats (die bepalend is voor de lengte van het traject). Ook de wijze waarop het woon-werktraject wordt afgelegd is van belang.
Reist u naar andere plaatsen dan de vaste werkplaats of het bedrijfsadres? Dan wordt dit onder de nieuwe regeling dus niet aangemerkt als woon-werkverkeer. Zo is het reizen van een bouwvakker naar de bouwplaats normaliter geen woon-werkverkeer (tenzij dit als vaste werkplaats is overeengekomen). Ook bijvoorbeeld het reizen van een onderhoudsmonteur naar het adres van een klant valt daar dan niet onder.
Ook het gebruik van bestelauto’s voor woon-werkverkeer geldt als privégebruik.
(mei 2012)

Staat u borg voor de schulden van een bv?
In  deze economische tijd is het voor u als ondernemer of dga steeds complexer om in aanmerking te komen voor een bedrijfsfinanciering. U dient in toenemende mate aanvullende zekerheden te geven voor de nakoming van uw financieringsverplichtingen. Denkt u bijvoorbeeld aan een hypothecaire zekerheid op een privépand, een hoofdelijke aansprakelijkheid of een aanvullende borgstelling vanuit privé.
Stel, u staat borg voor de financiering van uw bv en u ontvangt een borgtochtvergoeding van de bv. De borgtochtvergoeding wordt dan bij u als resultaat uit overige werkzaamheid (box 1) belast.
Is er geen vergoeding afgesproken, dan kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat dit niet zakelijk is. De zakelijke vergoeding, zoals deze tussen derden zou gelden, wordt dan alsnog tot uw inkomen gerekend. De (gecorrigeerde) vergoeding is voor de bv daarentegen een fiscale kostenpost.
Wat nu als de bv niet meer haar financieringsverplichtingen kan nakomen en u wordt door de bank aangesproken? Voor het bedrag dat u aan de bank voldot, krijgt u een regresvordering op de bv. De vordering behoort tot uw werkzaamheidsvermogen. Veelal is de waarde van de regresvordering lager dan het bedrag dat u op grond van de borgstelling heeft betaald. Het verlies op deze vordering geldt als verlies uit overige werkzaamheid. Dit verlies kan worden verrekend met uw overig inkomen in box 1, zoals het dga-loon.
De Hoge Raad heeft onlangs uitgesproken dat al bij het aangaan van de borgstellingsovereenkomst sprake is van werkzaamheidsvermogen. Zowel de (potentiële) regresvordering al de (mogelijke) betalingsverplichting behoren daarom vanaf het begin tot dit vermogen.
(mei 2012)

Uitweg voor gebroken boekjaar btw-correctie auto van de zaak.
Hanteert u als btw-ondernemer een zogeheten gebroken boekjaar (een van het kalenderjaar afwijkend boekjaar)? Dan moet u voorheen volgens de Belastingdienst de btw-aangifte op verschillende momenten in het jaar aangeven. Voor ondernemers met een gebroken boekjaar bracht dit problemen met zich mee. Een wijziging was daarom noodzakelijk. De wijziging houdt in dat u het privégebruik auto niet in de laatste aangifte van het kalenderjaar hoeft aan te geven, maar in de laatste aangifte van het boekjaar.
Heeft u een gebroken boekjaar? Dan mag u de btw-correctie aan het einde van uw boekjaar doorgeven. Dat scheelt u een hoop extra werk!
(mei 2012)

Eigenwoningregeling geldt voor combinatie van erfpacht- en opstelrecht
De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat de eigenwoningregeling van toepassing is op de combinatie van een erfpachtrecht op de grond en een (afhankelijk) opstalrecht op de woning. Dit betekent dus dat de periodieke betalingen uit hoofd van beide zakelijke rechten (canon respectievelijk retributie) aftrekbaar zijn onder de hypotheekrenteaftrekregeling.
Wat was in deze zaak het geval? Een dga en zijn echtgenote hadden een erfpachtrecht gevestigd op de grond van de bv. Daarnaast was sprake van een (afhankelijk) opstalrecht ter zake van de woning. De dga en zijn echtgenote betaalden canon respectievelijk retributie voor deze rechten aan de bv. Zij brachten deze bedragen in aftrek.
Een goed opgezette en reële erfpachtstructuur kan u (fiscaal) voordeel opleveren.
(mei 2012)

Is de arbeidsrelatie onduidelijk? Vraag om een VAR!
Heeft u een zelfstandige zonder personeel of freelancer, die werkzaamheden voor u verricht? Of huurt u een dga in via zijn bv? Het kan dan onduidelijk zijn of u loonheffingen moet inhouden en betalen over de door u betaalde vergoeding. Een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) kan u en uw opdrachtnemer hierover meer duidelijkheid geven.
Van de VAR moet u een kopie in uw administratie bewaren, samen met een kopie van een geldig identiteitsbewijs. Het kan ook zijn dat de opdrachtnemer een VAR-dga heeft. Wanneer sprake is van een VAR-wuo of VAR-dga, geniet u als opdrachtgever volledige rechtszekerheid. De Belastingdienst kan later niet meer stellen dat de zelfstandige bij u in loondienst was.
Het is wel van belang dat de in de VAR vermelde werkzaamheden overeenkomen met de werkzaamheden die de opdrachtnemer voor u verricht. Daarnaast heeft de VAR een geldigheidsduur van  een kalenderjaar. Na deze periode kan een nieuwe VAR worden aangevraagd.
Vanaf 2010 verstrekt de Belastingdienst VAR-beschikkingen automatisch aan belastingplichtigen die drie achtereenvolgende kalenderjaren een verzoek om een VAR-beschikking voor dezelfde soort werkzaamheden hebben aangevraagd en verkregen.
(mei 2012)

Voorkom verliesverdamping en benut uw belastingvoordeel optimaal!
U kunt fiscale ondernemingsverliezen van een jaar voorwaarts verrekenen met winsten in de komende negen jaar. Hierdoor betaalt u in de”winstjaren’ minder belasting. Resteert er na negen jaar nog een verlies uit het betreffende verliesjaar? Dan vervalt dit verlies (dit wordt ook wel ‘verliesverdamping’ genoemd). U loopt in dat geval dus een belastingvoordeel mis.
Er bestaan mogelijkheden om verliesverdamping te voorkomen. Hierbij kunt u denken aan de activering van kosten of vrijval van fiscale voorzieningen. Een manier om verdamping van verliezen te voorkomen, is om voor een ander waarderingsstelsel te kiezen. Tegen een stelselwijziging bestaan geen bezwaren mits:

  1. een dergelijke wijziging in overeenstemming is met goed koopmansgebruik;
  2. Het stelsel bestendig wordt toegepast;
  3. Er geen sprake is van een incidenteel te behalen fiscaal voordeel!

Volgens de Staatssecretaris van Financiën is er ook geen bezwaar tegen een stelselwijziging als u als belastingplichtige daarbij het bedrijfseconomische waarderingsstelsel wijzigt  ter voorkoming van verliesverdamping. De wijziging moet dan wel in overeenstemming zijn met goed koopmansgebruik. Ook mag het alleen gaan om eigen verliezen. Het mag volgens de staatssecretaris dus niet gaan om gekocht verliezen.
(mei 2012)

Meldingsplicht bij gedwongen collectief ontslag uitgebreid
Tot voor kort had u alleen een meldingsplicht bij gedwongen ontslag via UWV WERKbedrijf of de kantonrechter. Vanaf 1 maart 2012 is de meldingsplicht bij gedwongen collectief ontslag uitgebreid. U heeft per 1 maart 2012 een meldingsplicht bij de vakbonden bij het voorgenomen ontslag:
- van twintig of meer werknemers;
- binnen een tijdsperiode van drie maanden;
- binnen één werkgebied van UWV WERKbedrijf;
- (ook) als u het dienstverband stopt met wederzijds goedvinden (beëindigingsovereenkomst).

De meldingsplicht geldt voor alle ondernemingen met personeel in dienst.
(mei 2012)

Wat kunt u met een gouden handdruk?
De gouden handdruk bij ontslag vormt belast loon voor de loonbelasting. Wanneer deze goeden handdruk in één keer uitbetaald wordt, bovenop het in dat jaar genoten andere loon en/of de uitkering na ontslag, is er in het betreffende jaar sprake van een extra hoog inkomen. Dit hoge inkomen kan ervoor zorgen dat de goeden handdruk belast wordt tegen het hoogste belastingtarief van 52 % in plaats van tegen een van de lagere belastingschijven. U rekent dus direct al met de fiscus over de goeden handdruk. Zijn er mogelijkheden om dit te voorkomen? De volgende drie opties:

1. Verzekeringsmaatschappij
Het bedrag van de gouden handdruk wordt gestort bij een verzekeringsmaatschappij. Over de latere stamrechtuitkeringen is de werknemer meestal minder belasting kwijt dan bij een uitkering ineens. Let wel, de werknemer heeft niets meer te zeggen over het afgestorte geld totdat het weer door de verzekeringsmaatschappij wordt uitgekeerd.

2. Banksparen
Het banksparen is een optie om het bedrag van uw goeden handdruk direct bij de bank af te storten zonder inhouding van loonbelasting. Het banksparen  is een variant op verzekeren. Daarbij gaat het geld bij overlijden van de oud-werknemer niet naar de verzekeringsmaatschappij, maar naar de erfgenamen.

3. Stamrecht
Ook hier wordt er geen loonbelasting ingehouden maar wordt het brutobedrag door de werkgever gestort op de bankrekening van de stamrecht-bv. De stamrecht-bv heeft de plicht om ooit maandelijkse uitkeringen te doen. U bepaalt zelf wanneer de maandelijkse uitkeringen ingaan en hoe  hoog ze zijn. U heeft (als directeur van de stamrecht-bv) dus zeggenschap over wat er met het geld gebeurt. Zo is de stamrecht-bv vrij om zelf te bepalen hoe zij het stamrecht-kapitaal belegt.

Let wel: de fiscus gaat met ingang van dit jaar de stamrecht-bv extra controleren.
(mei 2012)

Uitspraak lagere btw-correctie bevestigd!
Het Hof Amsterdam heeft de veelbesproken uitspraak van de Rechtbank Haarlem over de lagere btw-correctie op het privégebruik van de auto bevestigd. Uit het oogpunt van de heffing van omzetbelasting over privégebruik van de auto bestaat geen verschil tussen een auto met een lagere CO2-uitstoot en een andere auto. De belastingplichtige doet dan ook terecht een beroep op de gunstige regeling die voor anderen geldt!
Let wel: wij verwachten dat tegen deze uitspraak beroep in cassatie wordt ingesteld. Bij het ter perse gaan van deze nieuwsbrief was dit echter nog niet bekend.
(mei 2012)

Beleid herinvesteringsreserve verduidelijkt
De herinvesteringsreserve (HIR) biedt u een fiscaal vriendelijk instrument om belastingheffing over de met een bedrijfsmiddel behaalde boekwinst uit te stellen. Het Ministerie van Financiën heeft nu in een nieuw verzamelbesluit haar beleidsstandpunten over de HIR geactualiseerd. Waar kunt u als ondernemer zoal aan denken?
Uitgangspunt is dat u voor de gehele opbrengst een HIR vormt. Wanneer u het voornemen heeft om slechts een deel van de opbrengst te herinvesteren, kunt u voor dat deel een HIR vormen. Het restant van de opbrengst is dan belast. Als de hele opbrengst wordt gereserveerd, kan op enig moment het voornemen bestaan dat nog slechts een deel wordt geherinvesteerd. Voor dit deel blijft de HIR dan in stand. Het restant valt vrij.
Voor de HIR geldt een 3-jaarstermijn. U dient de gevormde HIR dus uiterlijk binnen drie jaar aan te wenden voor een herinvestering. Bij een aanvang of staking van de onderneming kan het zijn dat een boekjaar korter of langer is dan 12 maanden. Volgens het ministerie gaat de 3-jaarstermijn op voor drie boekjaren. Het is daarbij niet van belang of een boekjaar korter of langer is dan 12 maanden of dat het resultaat ver een boekjaar een periode van meer dan 12 maanden beslaat.
Pleegt u in één boekjaar meerdere investeringen en ten minste één desinvestering (vervreemding)? Dan mag u voortaan zelf kiezen op welke (daarvoor in aanmerking komende) investering u de HIR afboekt. Voor een bedrijfsmiddel waarvoor investeringsaftrek mogelijk is, gebruikt u de HIR dan niet. De HIR boekt u namelijk af op het investeringsbedrag van het bedrijfsmiddel waarvoor u géén investeringsaftrek in principe niet mogelijk bij gebruik van een HIR.
(februari 2012)

Energie-investeringsaftrek stimulans voor duurzaam ondernemen
De Energie-investeringsaftrek (EIA) is een fiscale regeling waarmee u extra ondersteuning krijgt bij het investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Met de EIA kunt u 41,5% van de investeringskosten van energiebesparende bedrijfsmiddelen in aftrek brengen op uw fiscale winst, bovenop uw gebruikelijke afschrijving. U dient per kalenderjaar minimaal  2.300 en maximaal 118 miljoen euro aan energie-investeringen te doen om in aanmerking te komen voor de EIA. De bedrijfsmiddelen die profiteren van de EIA kunt u vinden op de Energielijst voor 2012. De uitvoering van de regeling is in handen van Agentschap NL.
(februari 2012)

Verhoging gebruikelijk loon in 2012
Werkt u voor een bv waarin u een aanmerkelijk belang bezit? Dan wordt voor u als dga in 2012 het gebruikelijk loon verhoogd met € 1.000 naar € 42.000.
U kunt uitgaan van een lager salaris wanneer u kunt aantonen dat gelet op de financieel-economische positie van de B.V. een lager salaris gebruikelijk is, bijvoorbeeld vanwege structurele verliezen. Daar staat tegenover dat wanneer de financieel-economische positie een hoger loon dan het normbedrag van € 42.000 rechtvaardigt, dan in beginsel uitgegaan dient te worden van het hogere gebruikelijk loon. Hierbij mag het overeengekomen loon niet meer dan 30% afwijken van het loon dat in het maatschappelijke verkeer gebruikelijk is. Let u er daarbij op dat het loon van uw best betaalde werknemer door de fiscus veelal als graadmeter voor uw minimale dga-loon wordt gezien.
(februari 2012)

Aantrekkelijke beloningsopties voor meewerkende partner
Ruim tweederde van de samenwonende partners die meewerken aan het bedrijf van de andere partner krijgen daar niet voor betaald. Dat blijkt uit onderzoek. Na de relatie blijven deze partners met lege handen achter. Kunt u uw partner onbetaald aan het werk zetten?
U heeft als IB-ondernemer de volgende keuzes:

1. Meewerkaftrek
Als uw partner onbetaald meewerkt, kunt u na afloop van het jaar een bedrag aftrekken van uw winst, de meewerkaftrek. U moet dan wel voldoen aan het urencriterium. Het bedrag van de meewerkaftrek is afhankelijk van de hoogte van de winst en van het aantal uren dat uw partner meewerkt. U dient het aantal meegewerkte uren van uw partner aannemelijk te maken. Hierbij kunt u het beste gebruik maken van een urenadministratie.
Let op: het bedrag van de meewerkaftrek is voor uw partner geen inkomen. Uw partner hoeft daarover dus geen belasting te betalen!

2. Arbeidsbeloning van tenminste € 5.000
Geeft u uw partner een vergoeding voor de werkzaamheden binnen uw onderneming van minimaal € 5.000? Dan kunt u deze beloning van uw winst aftrekken. Geeft u uw partner een arbeidsvergoeding van minder € 5.000? Dan heeft u recht op de meewerkaftrek.
Let op: de arbeidsbeloning is voor uw partner inkomen, als die beloning minimaal € 5.000 is. Uw partner betaalt daarover inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen én premie zorgverzekeringswet. Door die premie Zorgverzekeringswet is deze optie veelal niet interessant meer.

3. Loondienstverband
U kunt met uw partner een arbeidsovereenkomst sluiten. Uw partner is dan bij u in dienstbetrekking. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:
- Uw partner werkt onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als uw andere werknemers
- Uw partner ontvangt loon.
Het loon van uw partner wordt betrokken in de loonheffing.
(februari 2012))

Hypotheekrenteaftrek ook na verhuizing!
U behoudt drie jaar lang hypotheekrenteaftrek bij verkoop van uw voormalige eigen woning. Die termijn geldt nog voor het belastingjaar 2012. Dit betekent dat indien u uw woning in 2009 te koop heeft gezet, voor die woning nog recht op hypotheekrenteaftrek bestaat in 2012.
De maximale termijn voor het verkrijgen van hypotheekrenteaftrek voor de nog leegstaande toekomstige eigen woning (bijvoorbeeld in aanbouw) is ook 3 jaar. Ook dat geldt voor het belastingjaar 2012. Dit betekent dat in 2012 recht op hypotheekrenteaftrek bestaat voor een leegstaande woning die uiterlijk in 2015 de eigen woning (hoofdverblijf) zal worden.
(februari 2012)

Geen beperkte uitleg woon-werkverkeer
Het Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak waarbij een belastingplichtige in de middagpauze op en neer naar zijn woning rijdt om te gaan lunchen. Volgens de Hoge Raad moet het begrip woon-werkverkeer niet beperkt worden uitgelegd: Zo moeten ook de gemaakte ritten vanaf het woonadres naar het werkadres die in de loop van een werkdag plaatsvinden, worden gerekend tot het woon-werkverkeer. U kunt dus gedurende de dag op en neer rijden van huis naar werk en deze ritten verantwoorden als zakelijk in uw administratie.
Doordat de gemaakte kilometers voor de lunchritten als zakelijke kilometers (voor de inkomstenbelasting en loonbelasting) kunnen worden aangemerkt, komt u minder snel aan de grens van 500 kilometers voor de bijtelling.
(februari 2012)

Forfaitaire berekening voor privégebruik auto!
Vanaf 1 juli 2011 is het mogelijk om voor het privégebruik van de auto van de zaak, een forfait toe te passen voor de over het privégebruik verschuldigde btw. Het privégebruik van de auto van de zaak door u of uw personeel waar een te lage of geen vergoeding tegenover staat, vormt een belaste dienst als voor de auto recht op aftrek is ontstaan. Gevolg is een btw-correctie op basis van werkelijke kilometerverhoudingen, die blijkt uit een bijgehouden kilometeradministratie. Omdat deze gegevens soms niet uit de administratie blijken, kunt u onder voorwaarden de verschuldigde btw per auto vaststellen via een forfaitaire berekening.
Het forfait houdt in dat de btw die is verschuldigd voor het privégebruik van de auto wordt vastgesteld op 2,7% van de catalogusprijs, inclusief btw en bpm, van de auto. U kunt dit forfait alleen toepassen als uit de administratie niet blijkt in hoeverre de auto voor privédoeleinden is gebruikt en welke kosten daaraan zijn toe te rekenen.
Dan dient u de volgende voorwaarden in acht te nemen: 
-U brengt btw op gemaakte autokosten in aftrek.
-U moet eenmaal per jaar en wel in het laatste belastingtijdvak van het kalenderjaar btw aangeven voor het privégebruik auto. De verschuldigde btw bedraagt dan 2,7% van de catalogusprijs van de betreffende auto. Dit percentage wordt naar tijdsgelang berekend (het aantal dagen dat de auto mede voor privédoeleinden ter beschikking staat).
Nu het forfait pas met ingang van 1 juli 2011 van kracht is, mag u over het jaar 2011 het forfait naar tijdsgelang toepassen!
(februari 2012)

Wijzigen huwelijkse voorwaarden veranderd
Vanaf 1 januari 2012 geldt de Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen. Hieronder vallen zowel het huwelijk als het geregistreerd partnerschap. We zetten de belangrijkste wijzigingen voor u uiteen:

Snellere beëindiging gemeenschap
Vanaf 1 januari 2012 eindigt de gemeenschap van goederen al zodra de echtscheidingsprocedure van start gaat. Vanaf het moment dat u een verzoek schrift tot echtscheiding indient, blijft alles wat u daarna aan vermogen of schulden verwerft dus privé. Voordeel hiervan is dat u bijvoorbeeld eerder een nieuwe woning kunt kopen zonder dat deze in de gemeenschap van goederen valt. Daarnaast bent u dus niet langer (hoofdelijk) aansprakelijk voor schulden die uw (ex-)partner aangaat nadat het verzoek tot echtscheiding is ingediend.

Wijzigen huwelijkse voorwaarden makkelijker
Wilt u de gemeenschap van goederen tijdens uw huwelijk wijzigen in huwelijkse voorwaarden? Dan heeft u hier vanaf 1 januari 2012 geen toestemming meer van een rechter voor nodig. Ook wanneer u uw huwelijkse voorwaarden wilt veranderen, hoeft u daar geen juridische procedure meer voor te beginnen. In plaats daarvan kunt u dit nu direct regelen bij een notaris. U bespaart hiermee tijd en kosten.

Beleggingsleer bepalend bij vergoedingsrechten
Heeft u vóór 2012 eigen geld geïnvesteerd in bijvoorbeeld een woning en is deze ondertussen in waarde gestegen of gedaald? Dan is het raadzaam om te kijken wat hierover is afgesproken in uw huwelijkse voorwaarden. Voor onderlinge vergoedingsrechten is per 1 januari 2012 namelijk de zogenaamde beleggingsleer van kracht (tenzij u iets anders met uw partner bent overeengekomen). Dat betekent dat uw investering meestijgt met de waarde van het investeringsgoed. U krijgt dan niet alleen uw geïnvesteerde bedrag terug, maar ook het rendement op deze investering.
Naast meedelen in waardestijgingen deelt u ook mee in eventuele waardedalingen (mits het vermogen is aangewend met toestemming van uw echtgenoot).
(februari 2012)

Schrijf uw bedrijfsmiddelen nu nog versneld af
Sinds 2009 kunt u investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen versneld afschrijven. Deze mogelijkheid loopt echter eind dit jaar af. Wees er dus snel bij!
In het investeringsjaar mag u maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig afschrijven (maar maximaal het bedrag dat is betaald). Het restant mag u naar keuze afschrijven in één of meer van de volgende jaren. U kunt voor het laatst in uw aangifte 2011 nog gebruikmaken van de versnelde (willekeurige) afschrijving. U dient het bedrijfsmiddel uiterlijk vóór 1 januari 2014 in gebruik te nemen.

Stel, u heeft dit jaar een nieuwe bestelauto gekocht, volledig betaald en in gebruik genomen. De aanschafprijs van deze auto is € 30.000 en de restwaarde wordt gesteld op € 6.000. De jaarlijkse afschrijving bedraagt normaal maximaal 20% van de aanschafwaarde minus de restwaarde. Door in 2011 nog gebruik te maken van de versnelde afschrijvingsmogelijkheid kunt u voor dit jaar nog een bedrag van maximaal 50% van € 12.000 afschrijven. In één of meer van de volgende jaren schrijft u het restant af.

De regeling geldt niet voor alle investeringen. De versnelde afschrijving is NIET van toepassing op onder meer:
-     personenauto’s (maar taxi’s en zeer zuinige auto’s met een bijtelling van 0 of 14% kunnen wel weer versneld worden afgeschreven);
-     gebouwen;
-     immateriële activa (bijvoorbeeld software);
-     voor verhuur bestemde bedrijfsmiddelen.

(december 2011)

Nadere invulling btw privégebruik auto
In december 2011 heeft de staatssecretaris aangegeven dat het forfaitaire btw percentage maar 1,5% van de cataloguswaarde is in plaats van de 2,7% die vanaf 1 juli 2011 geldt, indien bij de aanschaf van de betreffende auto geen btw kon worden afgetrokken (bijvoorbeeld indien het een gebruikte auto in de zogenaamde margeregeling betrof).
Wanneer het aantal gereden kilometers zakelijk en privé goed bijgehouden is dient niet van het forfaitaire percentage van 2,7 dan wel 1,5 uitgegaan te worden maar is de correctie het afgetrokken bedrag x aantal privé km / totaal aantal km.
Indien de privé kilometers alleen uit woon-werkkilometers bestaan mag voor het privédeel gemakshalve uitgegaan worden van 214 dagen per jaar x de dagelijkse afstand (bij vijf dagen per week, anders naar rato).
(december 2011)

Correcties laatste btw-aangifte 2011
 In de laatste btw-aangifte over 2011 verwerkt u de correctieposten over het afgelopen jaar. Hierin dient u de correcties aan btw in verband met privégebruik van goederen en diensten op te nemen. Zoals de af te dragen btw over het privégebruik van auto's van de zaak. Het terugvragen van btw op oninbare vorderingen van het betreffende jaar dient via een apart verzoek plaats te vinden, zie hierna.
(december 2011)

BTW terugvragen van oninbare vorderingen
Heeft u te maken met dubieuze debiteuren die u niet meer (zullen) betalen? Vraag dan de btw van de oninbare vordering terug. Dien een schriftelijk verzoek in bij de Belastingdienst voor teruggave van btw. Neem hierin informatie op waaruit blijkt dat geen betaling meer zal plaatsvinden, bijvoorbeeld een brief van de curator, en een kopie van de onbetaalde factuur.
(december 2011)

Profiteer in 2011 van de hogere reservering FOR
Als ondernemer kunt u profiteren van de mogelijkheid om een deel van uw winst belastingvrij te reserveren voor uw oudedagsvoorziening (FOR). Als u de reserve later opneemt of als u uw bedrijf stopt, bent u alsnog belasting verschuldigd. U doet er verstandig aan het geld ook feitelijk apart te zetten. Voor dit jaar kunt u nog 12% van de winst tot een maximum van € 11.882 aan de FOR toevoegen. Vanaf volgend jaar bedraagt de maximale belastingvrije dotatie nog maar € 9.382.
(december 2011)

Dien een verzoek om middeling in
Als ondernemer kunt u zeker in deze tijden te maken krijgen met wisselende jaarinkomsten. U kunt de Belastingdienst verzoeken de geheven inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over uw inkomen uit werk en woning in box 1 van drie opeenvolgende hele kalenderjaren te middelen.
Hierbij wordt de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de drie kalenderjaren herrekend op basis van het gemiddelde inkomen. Is de herrekende belasting- en premiedruk meer dan € 545 lager dan de optelsom van de eerder over die jaren vastgestelde belasting- en premiebedragen? Dan kunt u in aanmerking komen voor een teruggave. Er geldt wel een drempelbedrag.
Het middelingverzoek is alleen interessant bij sterk wisselende inkomens. Het middelingverzoek moet u indienen binnen zesendertig maanden nadat alle drie de aanslagen onherroepelijk vaststaan. U mag wel zelf het middelingtijdvak kiezen. Kalenderjaren kunt u daarbij maar één keer in een middelingtijdvak betrekken.
Voor het indienen van een dergelijk verzoek zijn wij u graag van dienst.
(december 2011)

Pas kleinschaligheidsinvesteringsaftrek toe
Hoe hoger uw investeringsbedrag in bedrijfsmiddelen, des te lager het bedrag van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (verder: KIA). Het kan voor u dan ook gunstiger zijn bedrijfsinvesteringen over meerdere kalenderjaren te spreiden. U kunt zodoende per kalenderjaar profiteren van een zo hoog mogelijke aftrek. Ook voorkomt u dat de investeringsaftrek verloren gaat door overschrijding van het maximuminvesteringsbedrag van € 301.800 in 2011.
Het investeringsbedrag dient minimaal € 2.200 te bedragen. De aftrek voor 2011 bedraagt maximaal € 15.211 bij een totale investering van maximaal € 100.600. Is het totale investeringsbedrag in 2011 hoger dan € 100.600? Dan wordt de aftrek verminderd met 7,56% over het meerdere. Bij een investeringsbedrag van € 301.800 of meer, rest dan geen KIA meer.
Ook in 2011 vallen zeer zuinige personenauto’s en elektrische auto’s nog onder de KIA. Onder een zeer zuinige personenauto wordt verstaan een auto met een CO2-uitstoot van maximaal 95 gram per kilometer (diesel) of een auto met een CO2-uitstoot van maximaal 110 gram per kilometer (niet-diesel).
(december 2011)

Zelfstandigenaftrek gewijzigd
Met ingang van 1 januari 2012 is de zelfstandigenaftrek gewijzigd in één vast bedrag van € 7.280. Het bedrag wordt niet langer aan de inflatie aangepast.Nu varieert de hoogte van aftrek nog van € 9.484 bij ‘geringe’ winsten (gemiddelde winst van minder dan € 14.045) tot€ 4.602 bij ‘hogere’ winsten (gemiddelde winst van meer € 59.810). Het kabinet wil met de nieuwe regeling het maken van meer winst stimuleren.
(december 2011)

Verlaging van uw gebruikelijk loon ?
Verricht u als werknemer arbeid voor een bv waarin u een aanmerkelijk belang (minimaal 5% van het geplaatste aandelenkapitaal) bezit? Dan moet u in beginsel in 2011 een loon van € 41.000 genieten (202: € 42.000). Door de huidige economische omstandigheden is een herstel van het bedrijfsresultaat mogelijk nog niet in zicht.
Het gebruikelijk loon kan in beginsel ook onder het normbedrag liggen. Bijvoorbeeld als uw werkzaamheden (in hoedanigheid van werknemer) zich beperken tot louter vermogensbeheer ten behoeve van een beleggings-, pensioen- of stamrechtvennootschap. Vanaf 1 januari 2010 hoeft u de gebruikelijkloonregeling niet meer toe te passen als uw gebruikelijk loon lager is dan € 5.000 per kalenderjaar.
Als dga dient u ook de belangen van uw B.V. veilig te stellen. Bij een verliessituatie kan het zijn dat het gebruikelijk loon niet door de B.V. financieel kan worden gedragen. Reden om met de Belastingdienst te overleggen over een verantwoorde hoogte van het dga-loon beneden het normbedrag. Let wel, verlaging van uw gebruikelijk loon kan gevolgen hebben voor uw toekomstige pensioenopbouw. Raadpleeg daarom altijd eerst uw adviseur.
(december 2011)

Beloon uw meewerkende partner
Heeft u een partner die meewerkt in uw onderneming? Dan kunt u ervoor kiezen uw partner een arbeidsbeloning toe te kennen. Bij een beloning van € 5.000 of hoger kunt u deze als bedrijfslast in mindering brengen op uw ondernemingswinst. Voor uw partner vormt dit vervolgens belastbaar inkomen. Geeft u uw partner een beloning lager dan € 5.000?  Dan is de arbeidsvergoeding bij u niet aftrekbaar en bij de partner onbelast. Daar staat wel tegenover dat u dan recht heeft op de meewerkaftrek. De meewerkaftrek bedraagt tenminste 1,25% en maximaal 45 %  van de winst. Voorwaarde is dat uw partner meer dan 525 uur meewerkt.
De omvang van de meewerkaftrek is afhankelijk van het aantal uren dat uw partner meewerkt. Helaas is er geen vast omslagpunt wanneer de meewerkaftrek (en de niet-aftrekbare arbeidsbeloning)  gunstiger is dan het toekennen van een aftrekbare partnerbeloning.
Bepalend zijn factoren als:

  1. de hoogte van de arbeidsbeloning;
  2. de omvang van de winst en de mkb-winstvrijstelling;
  3. de tariefschijf waarin beide partners vallen;
  4. het aantal meegewerkte uren;
  5. de heffingskortingen.

Registreer het aantal uren dat uw partner meewerkt in uw onderneming en laat u adviseren wat in uw situatie het voordeligst is!
(december 2011)

Meer ruimte voor tijdelijke contracten
Hebt u met een werknemer meer dan drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten gesloten? Dan geldt als hoofdregel dat de vierde arbeidsovereenkomst van rechtswege voor onbepaalde tijd wordt. Hetzelfde geldt als opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van 36 maanden overschrijden. Dit is vastgelegd in de zogeheten  ketenregeling. Tot 1 januari 2012 is deze regeling echter tijdelijk verruimd voor werknemers jonger dan 27 jaar. In plaats van drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunt u met hen vier tijdelijke overeenkomsten aangaan in een periode van maximaal 48 maanden.
Deze tijdelijke regeling geldt alleen voor werknemers die jonger zijn dan 27 jaar! De einddatum van het vierde contract dient dan ook te liggen vóór de 27ste verjaardag van de werknemer. De regeling is een tijdelijke verruiming, die in eerste instantie geldt tot 1 januari 2012. Vanwege het huidige economische tij is de kans aanwezig dat de regeling wordt verlengd tot 1 januari 2014. Als het aan minister Verhagen ligt zou de periode met tijdelijke contracten verder mogen groeien. Als werkgever biedt de regeling in elk geval op de korte termijn meer flexibiliteit. Bovendien vermindert u uw bedrijfsrisico’s.
(december 2011)

Verbeter uw liquiditeitspositie met voorlopige achterwaartse verliesverrekening
Verwacht u een inkomstenbelastingteruggaaf, bijvoorbeeld als gevolg van een verlies uit onderneming, negatief inkomen uit werk en woning (box 1) en/of negatief voordeel uit aanmerkelijk belang (box 2)? Dan kunt u de belastingdienst verzoeken om een voorlopige achterwaartse verliesverrekening.
Let wel, voor het jaar waarnaar het verlies of negatief inkomen wordt teruggewenteld, moet de definitieve aanslag al zijn opgelegd. Bij de vaststelling van deze voorlopige belastingteruggaaf wordt 80% van het vermoedelijke verlies in aanmerking genomen.
Met dit verzoek kunt u al 80% van het vermoedelijke verlies te gelde maken. Zodoende verbetert u uw liquiditeitspositie. Voorwaarde is dat de aangifte over het verliesjaar is ingediend.
Oefent u uw onderneming uit in de vorm van een B.V.? Dan kunt u ook een beroep doen op deze regeling. 80% van het vermoedelijke verlies van uw B.V. over 2011, kunt u alvast verrekenen met winst uit een voorgaand jaar.
(december 2011)

Startersdag Kamer van Koophandel, zaterdag 5 november 2011
Zo'n 850 bezoekers telde de jaarlijkse informatiedag voor startende ondernemers in Omnisport in Apeldoorn. Gerard van Welie vertegenwoordigde daar weer met twee andere accountants de NBA (de nieuwe naam van de gefuseerde NIVRA en NOvAA).

 

Wijziging vakantiedagenregeling: wat verandert er precies?
De regeling voor de opbouw van vakantiedagen verandert met ingang van 1 januari 2012. Reden hiervoor is dat de huidige vakantieregeling in strijd is met de Europese regels. De belangrijkste wijzigingen voor u op een rij (let wel: het betreft hier een wetsvoorstel, dus er kan de komende maanden nog het een en ander worden bijgesteld):

  1. Het onderscheid in minimumvakantieopbouw tussen zieke en gezonde werknemers verdwijnt. Zieke werknemers bouwden tot op heden slechts vakantierechten op tijdens de laatste zes maanden van hun ziekbed. Met de nieuwe regeling bouwen zij evenveel vakantiedagen op als hun werkende collega’s.
  2. Werkgevers moeten ziekte werknemers in staat stellen om hun minimumvakantierechten (= viermaal de wekelijkse arbeidsduur van de werknemer) op te nemen. Dus ook tijdens ziekte kan vakantie worden opgenomen.
  3. Om zogeheten `verlofstuwmeren` te voorkomen, wordt een vervaltermijn ingevoerd voor de minimumvakantierechten. Werknemers moeten hun vakantierechten opnemen binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de vakantierechten zijn ontstaan. De werknemer moet dan wel daadwerkelijk in staat zijn geweest om de vakantierechten op te nemen. Is dat niet het geval, dan geldt de verjaringstermijn van vijf jaar.
  4. Bovenwettelijke vakantiedagen (de vakantiedagen die boven het minimumaantal uitkomen) vervallen -net als nu- na vijf jaar.

Kunnen werkgever en werknemer vanaf 2012 dan samen niets anders afspreken? Jawel, want werkgever en werknemer mogen de vervaltermijn van de minimumvakantierechten in onderling overleg verlegen. Het is uiteraard verstandig om een dergelijke afspraak op papier te zetten.
(september 2011)

Erfgenaam heeft recht op uitbetaling vakantiedagen
Erfgenamen van een overleden werknemer hebben recht op een vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen. Dat heeft de rechter in Heerenveen onlangs bepaald. Eindigt een dienstbetrekking doordat de werknemer zijn baan opzegt, dan heeft de ex-werknemer recht op uitbetaling van vakantiedagen. Volgens de rechter geldt dit ook wanneer een dienstbetrekking eindigt door het overlijden van de werknemer.
(september 2011)

Geen aanspraak op doorbetaling loon dga bij faillissement
Bij faillissement van een bv hebben de werknemers recht op doorbetaling van hun loon uit de failliete boedel. Dit geldt niet voor alle werknemers. Bent u directeur van de bv en hebt u het grootste deel van de aandelen in deze bv in handen? Dan loopt u een grote kans dat uw loon niet wordt doorbetaald, ook al bent u officieel in dienst bij de bv. Dit standpunt is niet helemaal onomstreden. Per slot van rekening bent u in dienst, net als een `gewone` werknemer. Maar, omdat u als directeur-grootaandeelhouder (dda) meer lijkt op een ondernemer dan op een werknemer, vergelijkt de rechter uw situatie bij een faillissement met die van de ondernemer. Deze ondernemer krijgt ook geen winst uitbetaald na het faillissement. Bent u daarnaast ook degene die het faillissement van de bv heeft aangevraagd, dan kent de rechter helemaal geen pardon voor u. U krijgt in dat geval geen loon doorbetaald.
(september 2011)

Regels btw-correctie privégebruik auto op de schop
Sinds 1 juli 2011 is de regelgeving omtrent de btw-correctie op het privégebruik van een auto van de zaak gewijzigd. Belangrijkste aanpassing is dat u in plaats van de btw-correctie nu een standaard btw-afdracht betaalt van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto. De nieuwe regeling is vooral voordeling voor bezitters van een ‘gewone’ auto van de zaak.
Maken u of uw werknemers gebruik van een auto van de zaak? Dan mag u gedurende het jaar alle btw aftrekken op aanschaf, gebruik (bijvoorbeeld benzine) en onderhoud van de auto. (Hierbij gaan wij ervan uit dat u btw-ondernemer bent). Wordt de auto van de zaak ook privé gebruikt, dan moet u de afgetrokken btw in de laatste btw-aangifte van het jaar corrigeren. U betaalt dan in wezen voor het privégebruik van de auto. Die correctie is het deel van de btw dat toegedeeld kan worden aan het privégebruik van de auto. Nu is dat niet altijd eenvoudig te berekenen. In de oude situatie mocht u daarom gebruikmaken van de volgende vuistregel: btw-correctie = 12% van de bijtelling in de inkomstenbelasting of loonheffing.

U rijdt bijvoorbeeld een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 20.000. Uw bijtelling voor de loonheffing is 25%. 25% van € 20.000 = € 5.000. De btw-correctie is 12% van  € 5.000 = € 600.
Rijdt u in een milieuvriendelijke auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 20.000 dan is uw bijtelling voor de loonheffing 14%. 14% van € 20.000 = € 2.800. De btw-correctie is 12% van € 2.800 = € 336.

Zoals  uit bovenstaande rekenvoorbeelden blijkt, ligt het bijtellingpercentage van milieuvriendelijke auto’s lager dan dat van ‘gewone’ auto’s. Een milieuvriendelijke auto heeft dus ook een lagere btw-correctie. De rechter heeft onlangs bepaald dat dit, grofweg gezegd, discriminerend is. Gevolg van deze uitspraak is dat nu iedereen met een hoge btw-correctie die correctie kan verlagen met een beroep op de uitspraak van deze rechter. De Nederlandse schatkist kan dus een groot bedrag aan btw-correcties mislopen. Het ministerie heeft daarom hoger beroep aangetekend en met spoed de wet per 1 juli aangepast.

Hoe ziet de nieuwe regeling eruit?
Gebruikt u uw auto van de zaak ook privé? Dan is er vanaf 1 juli een standaardafdracht van 2,7 % van de cataloguswaarde van de auto (een zogeheten ‘fictieve dienst’). De btw die u moet betalen hangt nu dus niet meer samen met de bijtelling in de inkomstenbelasting of loonheffing. Ook maakt het niet meer uit of uw auto milieuvriendelijk is en of u de auto gebruikt voor privé-ritten. Voorbeelden:

1. U rijdt een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 20.000. Uw bijtelling voor de loonheffing is 25%. 25% van € 20.000 = € 5.000. De standaardafdracht is 2,7% van € 20.000 = € 540 (oude situatie: € 600 btw-correctie.
2. U rijdt een milieuvriendelijke auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 20.000 . Uw bijtelling voor de loonheffing is maar 14%. 14% van € 20.000 = € 2.800. De standaardafdracht is 2,7% van € 20.000 = € 540 (oude situatie: € 336 btw-correctie).
3. U rijdt geen privékilometers met uw auto van de zaak (cataloguswaarde  € 20.000). Uw bijtelling voor de loonheffing is 0% van € 20.000 = € 0. De standaardafdracht is 2,7 % van € 20.000 = € 540 (oude situatie: € 0 btw-correctie).
4. Uw medewerker rijdt in een zogenoemde doorlopend afwisselend gebruikte bestelauto. U koopt zijn bijtelling in de loonheffing af voor € 300 per jaar. De standaardafdracht is 2,7% van € 20.000 = € 540 (oude situatie € 36 btw-correctie).

Naast de btw-correctie is de wet op een aantal andere punten ingrijpend aangepast:

  1. Voor de btw worden ook woon-werkkilometers vanaf 1 juli 2011 als privékilometers gezien. Berekent u de btw voor het privégebruik met behulp van een rittenadministratie? Dan moet u niet alleen de ‘echte’ privékilometers, maar ook de woon-werkkilometers als privékilometers meetellen.
  2. Onder meer de bijzondere regelingen voor autodealers en voor de doorlopend afwisselend gebruikte bestelauto zijn voor de btw per 1 juli 2011 vervallen.
  3. Gebruikt u als ondernemer uw privé-auto ook voor de zaak? Dan kon u tot 1 juli 75% van de btw op het onderhoud en gebruik (dus niet op aanschaf) van de auto in aftrek brengen. U mocht er tevens voor kiezen het werkelijke zakelijke deel van deze btw af te trekken. Vanaf 1 juli 2011 is ook deze 75%-regeling komen te vervallen.

(september 2011)

In december 2011 heeft de staatssecretaris aangegeven dat het forfaitaire btw percentage maar 1,5% van de cataloguswaarde is indien bij de aanschaf van de betreffende auto geen btw kon worden afgetrokken (bijvoorbeeld indien het een gebruikte auto in de zogenaamde margeregeling betrof).
Wanneer het aantal gereden kilometers zakelijk en privé goed bijgehouden is dient niet van het forfaitaire percentage van 2,7 dan wel 1,5 uitgegaan te worden maar is de correctie het afgetrokken bedrag x aantal privé km / totaal aantal km.
Indien de privé kilometers alleen uit woon-werkkilometers bestaan mag gemakshalve uitgegaan worden van 214 dagen per jaar x de dagelijkse afstand (bij vijf dagen per week, anders naar rato).

Ook proceskostenvergoeding bij deskundige hulp van familielid
Gaat u in bezwaar of beroep tegen een belastingaanslag en krijgt u gelijk? Dan hebt u recht op een proceskostenvergoeding, ook al wordt de aanslag maar iets verlaagd. Voorwaarde is wel dat u een deskundige, zoals een belastingadviseur, inschakelt en betaalt om het bezwaar of beroep in te dienen. Doet u alles zelf, dan krijgt u niets. Is de deskundige een familielid? Dan zal de Belastingdienst dit niet altijd zien als deskundige bijstand en u de proceskostenvergoeding weigeren. Dat is echter onterecht, zelfs al werkt het familielid op basis van ‘no cure no pay'. Wanneer een deskundige u helpt en u betaalt daarvoor, ook al is het achteraf, dan hebt u gewoon recht op een proceskostenvergoeding. Stelt u zich overigens niet te veel voor van die vergoeding. U krijgt namelijk - uitzonderingen daargelaten - niet alle proceskosten vergoed, maar slechts een vast bedrag van € 218 (voorheen: € 161). Dit bedrag kan worden verhoogd of verlaagd als de zaak ingewikkeld of juist makkelijk is.
(september 2011)

Betaling borg in familieverband?Belastingdienst betaalt soms mee!
Stelt u zich borg voor een lening van een van uw ondernemende familieleden? En wordt u door de schuldeiser van uw ondernemende familielid vervolgens aangesproken om de borg te betalen? Dan is dit voor u uiteraard nadelig. U bent het door u betaalde bedrag kwijt voor zover u dit later niet kunt verhalen op uw familielid. Is er echter sprake van een ongebruikelijke borgstelling, dan krijgt u een deel van het betaalde bedrag terug van de Belastingdienst. Voorwaarde voor een belastingteruggaaf is dat er sprake moet zijn van een zogeheten ‘ongebruikelijke terbeschikkingstelling’. U kunt het ongebruikelijke deel van het betaalde bedrag in dat geval aftrekken als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. Let op: de Belastingdienst accepteert niet zomaar dat de borgstelling ongebruikelijk is, dus u moet goed beslagen ten ijs komen.
In een rechtszaak over dit onderwerp oordeelde de rechter onlangs dat het grootste deel van het betaalde bedrag ongebruikelijk was. In deze zaak betaalden een schoonvader en -moeder ruim € 600.000 vanwege een borgstelling voor de onderneming van hun schoonzoon. Twee getuige-deskundigen (een bankdirecteur en een adviseur) verklaarden dat een borgstelling van meer dan € 250.000 in zo’n geval ongebruikelijk is. Daarom mochten de schoonouders het meerdere van hun belasting aftrekken.
(september 2011)

Oude lijfrentepolis in de toekomst minder voordelig
Bent u in het bezit van een zogeheten oud-regime lijfrentepolis (afgesloten vóór 15 oktober 1990 of 1 januari 1992), dan bent u in de toekomst misschien minder voordelig uit. Het wat tot 19 augustus jl. onder voorwaarden nog mogelijk om de uitkering te laten belasten bij de minst verdienende echtgenoot/partner. Valt deze in een lager belastingtarief, dan levert u dat een belastingvoordeel op. Hebt u zo’n polis, en hebt u deze vóór 19 augustus 2011 op naam van uw partner laten zetten? Neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. Wij kunnen voor u beoordelen of u inderdaad van het belastingvoordeel gebruik kunt maken. In dat geval moet u zich mogelijk vóór 1 januari 2012 bij de Belastingdienst melden, anders gaat uw voordeel teniet.
(september 2011)

KvK wordt goedkoper
De rekening die u jaarlijks van de Kamer v Koophandel ontvangt, gaat volgend jaar met 10% omlaag. Dat is een belofte van minister Verhagen van Economische Zaken. Het is zelfs de bedoeling dat uw bijdrage elk jaar iets verder verlaagd wordt totdat deze minimaal 25% lager is dan nu. De huidige kosten voor een eenmanszaak zijn gemiddeld € 41,85 per jaar. Grotere bedrijven betalen ongeveer driemaal zo veel.
(september 2011)

Wisseling van vennoten beïnvloedt investeringsaftrek niet
Als een onderneming met andere ondernemingen deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, zoals een vennootschap onder firma, moeten voor de investeringsaftrek alle investeringen worden opgeteld. Dit is ook zo als de samenstelling van de vennoten in een bepaald jaar is veranderd.
Bij een investeringsbedrag van meer dan € 301.800 (bedrag 2011) in een jaar bestaat geen recht op investeringsaftrek. Als u grote investeringen op het oog hebt, probeer verschillende investeringen dan te spreiden over verschillende jaren (let op: één bestelling geldt als één investering, ongeacht in hoeveel termijnen er wordt gefactureerd; er moet dus sprake zijn van verschillende activa). Zo maakt u optimaal gebruik van de fiscale faciliteiten. Als vennoten toe- of uittreden, houd dan in de gaten of er plannen zijn voor extra investeringen. De Hoge Raad heeft namelijk beslist dat bij een wisseling van de wacht de investeringen niet mogen worden gesplitst.
(juli 2011)

Volledig bedrag van borgstelling aftrekbaar
Als een directeur-grootaandeelhouder (dga) optreedt als borg voor schulden van zijn eigen B.V., mag hij het verlies op die borgstelling in aftrek brengen. Dit geldt zelfs voor het bedrag waarvoor de dga nog niet als borg is aangesproken.
Stel, u staat als dga garant voor een bedrag van € 500.000 voor een lening van de bank aan uw B.V.. Het loopt niet zo goed met de onderneming en de activiteiten van de B.V. worden beëindigd. De bank wil haar geld terug en spreekt u aan voor € 500.000. U betaalt in eerste instantie € 16.500.
Hierdoor krijgt u een regresvordering op uw B.V. U kunt immers het betaalde bedrag verhalen op de B.V. De rechter heeft beslist dat u in zo’n geval het volledige bedrag van de borgstelling (€ 500.000) in aftrek kunt brengen in box 1 van de inkomstenbelasting in plaats van alleen maar het betaalde bedrag (€ 16.500).
Bij borgstelling ontstaat namelijk op grond van het civiele recht onmiddellijk een regresvordering, maar dan onder de opschortende voorwaarde dat de borgsteller als zodanig heeft betaald. Daarom is er juridisch gezien een schuldvordering zodra de borgtocht tot stand is gekomen. Vanaf dat moment valt de vordering dan ook in box 1 van de inkomstenbelasting, als resultaat uit overige werkzaamheden.
(juli 2011)

Andere verrekening inkomsten met ziekengeld
Er komt een andere methode om inkomsten uit arbeid van een werknemer te verrekenen met zijn uitkering op grond van de Ziektewet (ZW).
De nieuwe verrekeningsmethode regelt twee zaken. Het maakt straks niet meer uit of een werknemer met een ZW-uitkering (bijvoorbeeld) 20 uur werkt op tweeënhalve dag of op vijf halve dagen. Nu is er een verschil, omdat het ziekengeld op niet-gewerkte dagen 70% bedraagt en geen 100%. In het nieuwe systeem worden de inkomsten uit arbeid in een bepaald betalingstijdvak gelijk verdeeld over het aantal uitkeringsdagen in dat tijdvak. Aan alle uitkeringsdagen wordt dus hetzelfde bedrag aan inkomsten toegerekend.
Verder moet er door de nieuwe verrekeningsmethode een prikkel komen voor werknemers om meer te gaan werken. De inkomsten uit arbeid worden namelijk momenteel volledig vrijgelaten totdat dit bedrag samen met het ziekengeld gelijk is aan het dagloon. In het nieuwe systeem bedraagt de uitkering per dag het ZW-percentage, vermenigvuldigd met het verschil tussen het dagloon en de inkomsten per dag.

Voorbeeld: Stel dat een zieke werknemer een dagloon heeft van € 100 en een ZW-uitkering van 70%. Hij verdient € 30 per dag. De ZW-uitkering bedraagt dan 70% x (€ 100 min € 30) = € 49. In totaal ontvangt hij dus € 79. Gaat hij meer werken en verdient hij bijvoorbeeld € 60, dan wordt zijn ZW-uitkering wel lager (€ 28), maar in totaal ontvangt hij dan € 88. Meer werken levert dus een hoger inkomen op.

(juli 2011)

AOW naar 66 jaar, minder pensioen opbouwen via werkgever
De AOW-leeftijd gaat in 2020 omhoog van 65 naar 66 jaar. Dit heeft vanaf 2013 al gevolgen voor de maximale pensioenopbouw via de werkgever.
Door de verhoging van de pensioenleeftijd krijgen werknemers langer de tijd om hetzelfde pensioen op te bouwen. Dit kan 70% van het laatstverdiende loon zijn bij een eindloonregeling of 70% van het gemiddeld verdiende salaris bij een middelloonregeling. Vanwege die langere opbouwperiode stelt de minister van Sociale Zaken en Werkeenheid in een wetsvoorstel voor de maximale jaarlijkse opbouwpercentages te verlagen. 
Vanaf 2013 mogen werknemers met een eindloonregeling jaarlijks maximaal 1.75% opbouwen in plaats van de huidige 2%. Voor werknemers met een middelloonregeling is dat maximaal 2% per jaar in plaats van 2,25%. De jaarlijkse toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve (for) wordt verlaagd van 12% naar 10%. Hierdoor zullen ook ondernemers die pensioen opbouwen in hun onderneming, bijdragen aan de versobering van de pensioenopbouw. Tot slot komt er ook een beperking van de fiscale ruimte voor de aftrek van lijfrentepremies tot 14,5% (dit is nu 17%).
(juli 2011)

Minder administratie voor kleine teruggaven
Bepaalde  kleine teruggaven van de Belastingdienst hoeft u niet te verwerken in de loonadministratie. De Belastingdienst gaat dit beleid voortzetten voor de jaren 2010, 2011 en 2012. Het goedkeurende beleid heeft vooral betrekking op de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) en houdt in:

(juli 2011)

Wet uniformering loonbegrip
Over 2010, 2011 en 2012 kan ook nog sprake zijn van teruggaaf van premies werknemersverzekeringen, als die bij u als werkgever zijn geheven. Vanaf 2013 is dat niet meer het geval en dat geldt ook voor de Zvw-bijdrage. Dan treedt namelijk de Wet uniformering loonbegrip in werking.
(juli 2011)

Naamsbekendheid met hulp van de fiscus?
U mag als ondernemer zakelijke uitgaven aftrekken van de winst, dus ook als het gaat om kosten van sponsoring en reclame. Maar bij sponsoring aan familieleden is enige alertheid op zijn plaats. Er mag namelijk geen ernstige wanverhouding bestaan tussen de kosten van sponsoractiviteiten en het nut van deze kosten voor de onderneming. Daarbij gaat men altijd uit van de ‘redelijk denkende ondernemer’. Zou die zulke kosten in deze omvang hebben gemaakt om een naamsbekendheid te realiseren zoals de ondernemer die voor ogen had? Houd er rekening mee dat de Belastingdienst bij sponsoring binnen de familiekring altijd extra alert is.
(juli 2011)

Fiscale faciliteit bij bedrijfsopvolging na overlijden verruimd
Bedrijfsopvolgers krijgen meer mogelijkheden om een onderneming grotendeels belastingvrij te erven en voort te zetten. De staatssecretaris van Financiën heeft namelijk een nieuw besluit uitgebracht, waarin hij de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteit (bof) in de erfbelasting op een paar punten verruimt. Het besluit werkt terug tot en met 1 januari 2010.
In de praktijk komt het voor dat een directeur-grootaandeelhouder (gda) zijn aandelen omzet in (cumulatief) preferente aandelen. Hij doet dit als voorbereiding van de overdracht van zijn B.V. Als deze preferente aandelen worden geschonken of vererven, is de bof alleen van toepassing als bij de omzetting gewone aandelen zijn uitgereikt aan een derde. Dit kan ook de bedrijfsopvolger zijn. Verder moet de verkrijger van de preferente aandelen al voor minstens 5% van het geplaatste aandelenkapitaal aandeelhouder zijn van de nieuw uitgegeven aandelen.
Vóór 1 januari 2010 was het niet verplicht om bij de omzetting in preferente aandelen tegelijkertijd gewonde aandelen uit te geven. Een dga zal in die tijd dan ook geen rekening hebben gehouden met een latere invoering van deze eis. Nu mag de bof ook worden toegepast bij een overlijden op of na 1 januari 2010 als bij de omzetting vóór 1 januari 2010 geen uitgifte van gewone aandelen heeft plaatsgevonden. De staatssecretaris keurt dat nu goed.
(juli 2011) 

Uitstel van betaling bij late teruggaaf buitenlandse btw
Wacht u nog steeds op een teruggaaf van in het buitenland betaalde btw over 2009 en/of 2010? U kunt dan in aanmerking komen voor uitstel van betaling van openstaande belastingschulden. Houd er rekening mee dat de fiscus hierover wel invorderingsrente berekent.
Om in aanmerking te komen voor uitstel van betaling moet u een verzoek om teruggaaf hebben ingediend bij de Belastingdienst. U moet dit ook aannemelijk kunnen maken, bijvoorbeeld door een schermafdruk van dit verzoek mee te sturen. Ook moet u aantonen dat u betalingsproblemen heeft en een schriftelijke verklaring hiervan overleggen. In die schriftelijke verklaring moet staan dat u uw belastingschulden zult betalen zodra het geld uit de andere lidstaat is ontvangen. Als het bedrag van de openstaande belastingschuld hoger is dan het bedrag waarvoor is verzocht om teruggaaf, moet u het verschil wel betalen.
(juli 2011)

Vergoeding voor overvalpreventie
Slachtoffers van een overval die preventieve maatregelen nemen, kunnen de bijkomende kosten tot maximaal € 1.000 vergoed krijgen. Het gaat bijvoorbeeld om het aanbrengen van camera’s, dievenklauwen of extra sloten.
De overvalcriminaliteit is in de eerste vier maanden van 2011 met 20% gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2009. Door de samenwerking met het bedrijfsleven in de Taskforce Overvalcriminaliteit en de verscherpte aanpak bij politie en justitie is de stijging van het aantal overvallen een halt toegeroepen. Extra maatregelen moeten ervoor zorgen dat de daling doorzet naar 34% minder overvallen ten opzichte van 2009.
(juli 2011)

Wees voorzichtig met renteloze leningen
Een onderneming mag een vordering die in waarde daalt, ten laste van de winst afwaardeerden, behalve als er sprake is van een onzakelijke lening. Maar er schuilt nóg een addertje onder het gras.
Dat is het geval wanneer een lening is verstrekt aan een andere onderneming binnen de groep zonder daarvoor een vergoeding te vragen. Dan kan de onderneming ook nog te maken krijgen met een bijtelling van de winst in de vorm van een fictieve rente. De Belastingdienst moet daarbij wel uitgaan van een risicovrije lening. Gaat het namelijk om een onzakelijke lening, dan heeft dit tot gevolg dat de afwaardering van de lening niet ten laste van de winst kan komen. Hiermee is dan het volledige debiteurenrisico geëlimineerd. Controleer daarom altijd welke rentevoet de Belastingdienst hanteert.
Om dergelijke bijtellingen van de winst te voorkomen, kunt u beter kiezen voor een rentedragende lening. Bij financiële problemen biedt u dan de debiteur de gelegenheid om de betaling van de rente (tijdelijk) op te schorten, in plaats van helemaal af te zien van rente.
(juli 2011)

Schatting voor voorlopige aanslag niet meer verplicht
Ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, zijn niet meer verplicht om binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar de belastbare winst te schatten. De Belastingdienst heeft deze verplichting namelijk met ingang van 1 januari 2011 afgeschaft.
De Belastingdienst zal wel in het najaar een controle uitvoeren om te kijken of een onderneming terecht geen voorlopige aanslag heeft ontvangen. Als dat niet zo is krijgt u als ondernemer alsnog een brief met het verzoek om de belastbare winst te schatten. Bedrijven kunnen nog wel zelf verzoeken om de voorlopige aanslag te wijzigen. Dit is bijvoorbeeld het geval als een ondernemer in 2011 hogere of lagere belastbare winsten verwacht dan op de voorlopige aanslag staat. En als een onderneming helemaal geen voorlopige aanslag heeft gekregen maar wel verwacht dat zij over 2011 winst maakt, kan zij een voorlopige aanslag aanvragen.
Houdt er rekening mee dat de Belastingdienst heffingsrente in rekening brengt als na afloop van een jaar toch belasting moet worden betaald. Heffingsrente is een vergoeding van gemiste rente. Het is niet mogelijk om een voorlopige aanslag aan te vragen of te wijzigen als al aangifte is gedaan.
(april 2011)

Werkgeversorganisaties pleiten voor uitstel vakantiedagenwet
De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland willen graag dat de nieuwe regels voor vakantiedagen niet al halverwege dit jaar ingaan, maar het liefst pas op 1 januari 2012. Zo willen zij voorkomen dat werkgevers in één kalenderjaar twee systemen moeten aanhouden.
Het kabinet wil langdurig zieken evenveel verlof laten opbouwen als niet zieke werknemers en het opsparen van vakantiedagen aan banden leggen. Het wetsvoorstel dat dit regelt, ligt momenteel bij de Eerste Kamer. Op grond van het wetsvoorstel zal voor de wettelijke (minimum) vakantiedagen een verjaringstermijn van een half jaar gaan gelden. Binnen zes maanden na het jaar waarin de dagen zijn opgebouwd, moeten de verlofdagen worden opgenomen, anders vervallen ze. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen verandert niets en blijft de huidige verjaringstermijn van vijf jaar gelden.
Het aantal wettelijke vakantiedagen van een werknemer komt overeen met de arbeidsduur (het aantal werkdagen) per week, vermenigvuldigt met vier. Een werknemer die fulltime werkt, heeft dus twintig wettelijke vakantiedagen (4 maal 5 werkdagen per week). Als iemand in deeltijd werkt, bijvoorbeeld 25 uur per week, dan heeft hij recht op minimaal 100 uur vakantie (4 maal 25 uur) per jaar. Als extra vakantiedagen zijn bovenwettelijk.
(april 2011)

Zzp’er mag langer fiscaal pensioen opbouwen via oude werkgever
Zelfstandigen zonder personeel mogen vanaf 2012 nog tien jaar met hulp van de fiscus pensioen opbouwen in de pensioenregeling van het bedrijf, waar ze daarvoor in dienst waren. Nu zijn de pensioenpremies maar drie jaar aftrekbaar. Deze toezegging deed de staatssecretaris van Financiën in antwoord op Kamervragen.
Op grond van de Pensioenwet kunnen zzp’ers de pensioenregeling al tien jaar voortzetten, maar de fiscale aftrek van de pensioenpremies houdt na drie jaar op. De staatssecretaris vindt dit nu ook onredelijk en gaat de regeling aanpassen in het Belastingplan 2012. Omdat deze maatregel geldt kost, gaat de staatssecretaris onderzoeken of het mogelijk is de pensioengrondslag na het derde jaar te maximeren op het dan geldende inkomen, met als bovengrens het laatstverdiende loon als werknemer.
(april 2011)

Einde in zicht voor rittenregistratie bestelauto
De Staatssecretaris van Financiën gaat alles in het werk stellen om de rittenadministratie voor het privégebruik van een bestelauto af te schaffen. Dit schrijft hij als antwoord op recente Kamervragen.
In bepaalde situaties is al een vereenvoudigde rittenadministratie mogelijk, bijvoorbeeld als de bestelauto alleen geschikt is voor het vervoer van goederen of als de werkgever zijn werknemers heeft verboden privé gebruik te maken van de bestelauto. Deze bijzondere regelingen bieden in de praktijd echter onvoldoende soelaas.
In de Tweede Kamer zijn daarom vragen gesteld. Deze vragen gingen alleen over de bijtelling voor werknemers, maar de staatssecretaris heeft aangegeven dat hij ook voor zzp’ers gaat onderzoeken of de rittenregistratie kan worden afgeschaft. Hij zal dit doen in overleg met de sector. Eventuele verminderde belastingopbrengsten van een nieuwe regeling zullen binnen de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting op personenauto’s (BPM) moeten worden opgevangen. Het kan dus zijn dat de MRB- of BPM-tarieven voor bestelauto’s hoger worden. In juni zal de staatssecretaris in de zogenoemde ‘autobrief”met voorstellen komen.
(april 2011)

Betalingsuitstel bij vererving blote eigendom woning
Als u de blote eigendom van een woning erft, kunt u voor de verschuldigde erfbelasting sinds 1 januari 2011 onder voorwaarden uitstel van betaling krijgen.
De eerste voorwaarde is dat de woning voor de vruchtgebruiker (meestal de langstlevende ouder) kwalificeert als een eigen woning. Bovendien moet u over onvoldoende middelen beschikken om de erfbelasting te kunnen betalen.
Het kan zijn dat de vererving van de blote eigendom van een woning samenvalt met de vererving van een onderneming. Vaak  komen de voortzetters van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (bof), zodat een relatief gering bedrag wordt belast. Voor het belaste deel is ook betalingsuitstel mogelijk. Maar hoe moet de erfbelasting worden verdeeld over beide regelingen als een deel onder het lage tarief valt en een deel onder het hoge tarief? Dit mag op de volgende manier: de waarde van het ondernemingsvermogen wordt zo veel mogelijk belast tegen het hoge tarief en het deel van de erfenis waarover meteen erfbelasting moet worden betaald, wordt zo veel mogelijk belast tegen het lage tarief.

Voorbeeld: Stel, de nalatenschap bestaat uit totaal € 220.000, waarvan € 100.000 niet vrijgesteld ondernemingsvermogen, € 100.000 waarde woning en € 20.000 overig vermogen. De totale erfbelasting bedraagt (€ 118.708 x 10%) + (€ 101.292 x 20%) = € 32.128.
Deze belasting wordt als volgt verdeeld:

  1. overig vermogen € 200.000 x 10% = € 2000 (geen betalingsuitstel);
  2. waarde woning (€ 98.708 x 10%) + (€ 1292 x 20%) = € 10.128 (wel betalingsuitstel);
  3. waarde ondernemingsvermogen € 100.000 x 20% = € 20.000 (ook betalingsuitstel). 

(april 2011)

Hulpmiddel voor bepalen omvang arbeid bij renovatie
Voor renovatie- en herstelwerkzaamheden aan woningen hoeven ondernemers niet altijd meer uit te gaan van de werkelijke verhouding tussen arbeid en materialen. Zij mogen in bepaalde gevallen ook de forfaitaire waardering van de Belastingdienst gebruiken.
Dit is van belang omdat renovatie- en herstelwerkzaamheden aan woningen die ouder zijn dan twee jaar, tot 1 juli 2011 onder het lage btw-tarief van 6% vallen. Dit lage tarief geldt voor de vergoeding voor arbeid en dus niet voor de vergoeding voor materialen.
De forfaitaire verdeling is alleen mogelijk als in de offerte geen verdeling van arbeid en materialen is gemaakt en ook bij de facturering één totaalprijs is berekend. Op de website van de Belastingdienst is te zien bij welk soort werkzaamheid, welk percentage aan arbeid toegerekend kan worden. U kunt de forfaitaire verdeling ook toepassen bij het maken van een offerte en bijbehorende factuur.
(april 2011)

Duurdere rechtsgang nadelig voor MKB
De gang naar de rechtbank kan flink duurder worden. Dit zal vooral de kleine ondernemer raken. De Minister van Veiligheid en Justitie wil de rechtspraak per 2013 laten betalen door degenen die er gebruik van maken.
De Raad voor de rechtspraak berekende – naar aanleiding van het beoogde bezuinigingsbedrag- wat de gevolgen zullen zijn voor de hoogte van de griffierechten bij civiele en bestuursrechtspraak. Alhoewel lage inkomens gecompenseerd worden, zullen de tariefstijgingen voor bepaalde groepen burgers en bedrijven enorm zijn. Een ondernemer die een geschil met een klant via de rechter wil beslechten, moet dan € 1.950 aan griffierechten betalen in plaats van € 530. Bij geschillen over kleine zaken kost dit dan  € 1.190 in plaats van € 110.
De Raad voor de rechtspraak (een bestuursorgaan voor de rechtspraak) acht invoering onwenselijk. Ook MKB-Nederland denkt dat kleine bedrijven hierdoor van incasso door de rechter zullen afzien.
(april 2011)

Geen belast rentevoordeel voor directeur-grootaandeelhouder
Als u geld leent van uw BV en dit tegen een hoger rentetarief op een spaarrekening zet, is het verschil tussen de twee rentetarieven geen belast voordeel. Dit heeft de Hoge Raad beslist.
Het ging in deze zaak om een directeur-grootaandeelhouder die tegen een zakelijke rente (2,5%) een grote som geld had geleend van zijn BV. Hij zette het bedrag op zijn internetspaarrekening tegen een rentevergoeding van 3,6%. De inspecteur wilde het verschil (1,1%) belasten. De Hoge Raad stak daar een stokje voor. Volgens het hoogste rechtscollega valt het uitzetten van gelden op een spaarrekening onder normaal, actief vermogensbeheer.
Hierdoor kan het niet als resultaat uit een werkzaamheid worden belast, ook niet als de uitgezette gelden zijn ingeleend bij de vennootschap waarover de directeur-grootaandeelhouder volledige zeggenschap heeft. Als de kennis van rentetarieven op spaarrekeningen aan te merken zou zijn als een bijzondere vorm van kennis, dan zou het voordeel wel belast kunnen zijn. Volgens de Hoge Raad was dat hier niet het geval.
(april 2011) 

Landelijke fraudehelpdesk open
Herkent u dit? U ontvangt een telefoontje van een verkoper die beweert dat u al ergens adverteert. Of u nog even per fax wilt bevestigen? Achteraf blijkt de fax een offerte te zijn en door te tekenen hebt u een opdrachtbevestiging voor honderden euro’s gedaan. Met vragen en meldingen over dergelijke acquisitiefraude en andere vormen van oplichting kunt u voortaan terecht bij de fraudehelpdesk.
De fraudehelpdesk is een vraagbaak voor burgers en ondernemers die met (vermoedelijke) oplichting of fraude te maken hebben. Via de website www.fraudehelpdesk.nl en de telefonische hulpdienst helpt de fraudehelpdesk u met uw melding. Zij geeft ook informatie en voorlichting over alle mogelijke verschijningsvormen van fraude en oplichting.
(april 2011)

Meldplicht collectief ontslag wordt uitgebreid
Als een werkgever twintig of meer werknemers wil ontslaan, moet hij dat voortaan melden bij de vakbonden, ook als het dienstverband stopt met wederzijds goedvinden. Dit staat in een wetsvoorstel om de Wet melding collectief ontslag uit te breiden.
De meldingsplicht geldt nu nog alleen als de arbeidsovereenkomst via het UWV of de kantonrechter wordt beëindigd. Wanneer een dienstverband stopt met wederzijds goedvinden, valt dat straks ook onder de meldingsplicht. Door de voorgestelde wetswijziging krijgen vakbonden de gelegenheid om te overleggen over (de gevolgen van) het voorgenomen ontslag en hierop te reageren. Het wetsvoorstel ligt nu voor advies bij de Raad van State.
(april 2011)

Kredietgarantie mkb-bedrijven toch verlengd
U kunt ook dit jaar gebruikmaken van de gunstige voorwaarden Borgstelling MKB-ondernemers. Het Besluit Borgstelling midden- en kleinbedrijf regelt dat de overheid onder voorwaarden borg staat voor kredieten van ondernemers. De borgstelling heeft betrekking op kredieten tot een maximaal bedrag van 3 miljoen euro. De overheid staat overigens niet voor 100 procent borg. Tot een bedrag van € 250.000 bedraagt de borgstelling 80 procent. Voor kredieten tussen de € 250.000 en 3 miljoen euro staat de overheid voor 50 procent garant. Vóór 2010 gold het borgstellingspercentage van 80 procent alleen voor kredieten aan startende ondernemers. Voor de rest bedroeg de borgstelling maar 45 procent.
Aanvankelijk had het Ministerie van Economische Zaken het voornemen in 2011 de borgstelling voor niet-startende ondernemers terug te draaien naar 50 procent, dus ook wanneer de kredieten de € 250.000 niet overschreden. Het ministerie ziet echter van dit voornemen af. Wel zijn de voorwaarden verscherpt: als een dga meer dan de helft van het kapitaal van de bv bezit, is hij onder het BBMKB verplichte voor minstens 25 procent zelf garant te staan.
(februari 2011)

Verlaging tarieven vennootschapsbelasting
Met ingang van 2011 zijn de tarieven voor de vennootschapsbelasting verlaagd. Het algemene tarief voor winst boven € 200.000 daalde met een half procent van 25,5 procent naar 25 procent. Het tijdelijke ‘mkb-tarief’ van 20 procent voor winst tot € 200.000 blijft definitief 20 procent.
(februari 2011)

Checklist voor elektronisch factureren
Elektronisch factureren kan voor uw onderneming een aanzienlijke kostenbesparing opleveren. Het kan zijn dat de administratieve organisatie van uw onderneming wel moet worden aangepast, als u wilt overstappen op elektronisch factureren. Om dit makkelijker te maken, heeft de Stichting Waarborg E-factureren een gratis checklist ontwikkeld. U kunt die checklist zelf samenstellen door een doelgroep te kiezen, bijvoorbeeld zzp’er of (middel) groot bedrijf, en de gewenste onderwerpen te selecteren. Daarbij kunt u denken aan de (fiscale) vereisten voor de inhoud van de factuur of de verzending van de factuur. De Stichting Waarborg E-factureren wil voor elkaar krijgen dat meer ondernemingen vertrouwen hebben in elektronisch factureren en dit ook daadwerkelijk gaan doen. De stichting doet dit door middel van de checklist, het afgeven van een keurmerk en het verstrekken van een certificaat. De laatste twee diensten zijn overigens niet kosteloos. Bekijk de checklist op www.checklistefactureren.nl.
(februari 2011)

‘Ik ga weg’ is geen ontslagname
Een werknemer vraagt verlof om naar de tandarts te gaan. Zijn werkgever gelooft echter niet dat tandartsbezoek de reden is om vrij te vragen. De werkgever stelt voor op kantoor telefonisch met de tandarts een afspraak te maken, maar de medewerker wil daar niet op ingaan. Op zeker moment is de werknemer de discussie beu. Hij levert zijn sleutels in en zegt: “Ik ga weg”. Zijn werkgever roept hem na dat als hij nu weggaat hij niet meer terug hoeft te komen. Na twee weken ontvangt de werknemer een brief van zijn werkgever met de bevestiging van zijn ontslagname. De werknemer is het hiermee niet eens en stapt naar de rechter. Het hof stelt de werknemer in het gelijk en vindt dat de werknemer in de discussie niet duidelijk en ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven dat hij ontslag wil nemen. Dat hij twee weken niets van zich laat horen, is onvoldoende om ontslagname aan de nemen. De werkgever heeft geroepen: “Als je nu gaat, hoef je niet meer terug te komen.” Het hof concludeert dat de werkgever de arbeidsovereenkomst daardoor eenzijdig heeft opgezegd. De werkgever moet zelfs een schadevergoeding betalen.
Moraal van dit verhaal: win tijdig advies in bij voor u ogenschijnlijk duidelijke kwesties.
(februari 2011)

Oud-werkgever moet bijbetalen bij pensioenoverdracht
Bij wisseling van werkgever moest de nieuwe werkgever tot voor kort bijdragen in de pensioenoverdracht. Sinds 1 januari 2011 verschuift die verplichting naar de oude werkgever.
Als een werknemer van werkgever wisselt, kan de waarde van zijn pensioen tegen betaling van een overdrachtskoopsom worden overgedragen aan de nieuwe werkgever. Bij de berekening van de overdrachtswaarde moeten de pensioenverzekeraars het wettelijk standaardtarief hanteren. Dit tarief is vaak hoger dan het rentepercentage dat de verzekeraars hanteren om te berekenen hoeveel geld zij in kas moeten hebben om aan een toekomstige pensioenverplichting te kunnen voldoen.
Tot 1 januari 2011 moest de nieuwe werkgever dit tekort bijbetalen, maar sinds 1 januari 2011 is deze verplichting overgegaan naar de oude werkgever. In 2011 is het wettelijk standaardtarief relatief laag, namelijk 2,984 procent. Omdat veel pensioenverzekeraars een rekenrente hanteren van 3 procent zullen de bijbetalingen vaak meevallen. Maar als een verzekeraar een hogere rekenrente hanteert, bijvoorbeeld 4 procent, kan de bij betaling toch een flinke last vormen. Dit zal vooral het geval zijn als de desbetreffende ex-werknemer nogal wat dienstjaren achter de rug heeft.
Overigens is deze bijbetalingsproblematiek niet aan de orde bij een beschikbarepremieregeling. Onder deze regeling wordt immers een kapitaal opgebouwd, waarmee later een pensioen wordt aangekocht.
(februari 2011)

Profiteer van wijzigingen in werkkostenregeling
Van 1 januari 2011 tot 1 januari 2014 hebben werkgevers de keuze tussen het toepassen van de nieuwe werkkostenregeling of het hanteren van de oude regelingen voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers. Bij de invoering van de werkkostenregeling zijn tot in de laatste fase wijzigingen aangebracht.

Zo was het oorspronkelijk de bedoeling dat saldering van reiskostenvergoedingen niet meer mogelijk zou zijn. Dit is nu bijgesteld. Stel dat een werkgever zijn werknemer 800 kilometers woon-werkverkeer vergoedt tegen € 0,16 per kilometer en 600 km overige zakelijke kilometers tegen € 0,24 per kilometer. Zonder saldering moet de werkgever loonheffing inhouden op 600 x (€ 0,24 - normbedrag € 0,19) = € 30 of dit bedrag ten laste laten komen van de vrije ruimte van 1,4 procent van de fiscale loonsom. Nu saldering is toegestaat, hoeft de werkgever in het voorbeeld alleen loonheffing in te houden over (800 km x € 0,16) + (600 km x € 0,24) – (1400 km x € 0,19 ) = € 6 of kan hij dit bedrag in de vrije ruimte laten vallen.

Een andere wijziging is dat werkgevers een vergoeding voor intermediaire kosten mogen opnemen in een vaste kostenvergoeding. Intermediaire kosten zijn kosten die de werknemer voorschiet voor zijn werkgever. Deze kosten moeten samenhangen met de bedrijfsvoering en dergelijke. Voorbeelden zijn een bloemetje op de balie en benzinekosten van de auto van de zaak. De werkgever moet het bedrag van de intermediaire kosten wel aannemelijk kunnen maken. Hij moet de intermediaire kosten per kostenpost zelfs specificeren naar de aard en de veronderstelde omvang. De Belastingdienst mag de werkgever ten slotte vragen een steekproefsgewijs onderzoek van de werkelijk gemaakte kosten uit te voeren.
(februari 2011)

‘Verklaring van geen bezwaar’ niet meer nodig bij oprichten B.V.
De oprichting of wijziging van de statuten van een B.V. kan binnenkort zonder verklaring van geen bezwaar. Dit heeft te maken met het vernieuwde toezicht op rechtspersonen. De wet die dit regelt, is medio 2010 al aangenomen (en bekendgemaakt), maar nog niet in werking getreden. Dit gebeurt naar verwachting in de loop van 2011. Het preventieve toezicht (vooraf) wordt dan omgezet in een doorlopende controle op rechtspersonen tijdens de hele ‘levensloop’van de rechtspersoon. Deze controle houdt in dat een integriteitstoets plaatsvindt van de rechtspersoon, de bestuurders en het bestuurlijke netwerk. Het Ministerie van Justitie gaat deze toets uitvoeren bij de oprichting, bij een overname en bij elke veranderde situatie, zoals de toetreding van een nieuwe bestuurder. Ook stichtingen en buitenlandse rechtspersonen worden dan gecontroleerd. Justitie wil daarom dat stichtingen ook jaarlijks een balans en verlies- en winstrekening moeten publiceren. Hiervoor is echter nog een wetswijziging nodig.
Naast de geregistreerde partner, echtgenoot of levensgezel kan Justitie straks ook andere personen die op hetzelfde adres wonen en zelfs ouder-kindrelaties in het onderzoek meenemen. Er mogen alleen gegevens worden verwerkt die strikt noodzakelijk zijn voor de risicoanalyse en de eventuele ‘melding verhoogd risico’. Deze melding wordt gedaan aan diverse toezichthoudende instanties en opsporingsdiensten, waaronder de FIOD, de Politie en de Belastingdienst. 
(februari 2011)

Sociale wet- en regelgeving vereenvoudigd
Met ingang van 1 januari 2011 zijn diverse UWV-regelingen vereenvoudigd. Wij zetten de belangrijkste twee voor u uiteen.

Vereenvoudiging zwangerschaps- en bevallingsuitkering
Er geldt vanaf 1 januari één regeling voor de zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Tot en met vorig jaar nog kreeg de werkneemster tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof twee aparte uitkeringen rond de bevalling. Dat betekende post voor toekenning en voor beëindiging van de verschillende uitkeringen. In de nieuwe vereenvoudigde regeling krijgt uw werkneemster tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof voortaan één doorlopende uitkering. Inhoudelijk verandert er niets aan de regeling (hoogte en duur van de uitkering blijven gelijk).

Samenloop Ziektewet met WAOO, WAZ en Wajong
Een tweede vereenvoudiging is de samenloop van Ziektewet met WAO, WAZ en Wajong. Voorheen kon een werknemer naast een WAO-, WAZ-, of Wajong-uitkering ook een Ziektewetuitkering krijgen. Het bedrag van de toegekende, heropende of verhoogde arbeidsongeschiktheidsuitkering werd volledig betaald en in mindering gebracht op de Ziektewetuitkering. In de nieuwe regeling betaalt UWV alleen de Ziektewetuitkering aan uw werknemer uit. Alleen als de arbeidsongeschiktheidsuitkering hoger is, verstrekt UWV die verhoging ook. Als uw werknemer geen Ziektewetuitkering ontvangt, wijzigt er niets. Dan wordt, zoals eerder, alleen de WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering verhoogd. Voordelen: minder verschuivingen in de soorten uitkeringen en minder vaak verrekeningen achteraf van uw werknemers uitkeringen.
(februari 2011)

Meer bescherming voor ondernemers tegen onredelijke verzoeken
De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat ondernemers meer bescherming biedt tegen onredelijke verzoeken van de Belastingdienst dan nu het geval is. De belastinginspecteur mag bij ondernemingen informatie opvragen die hij nodig heeft om te controleren of de ingediende aangiftes correct zijn. Als een ondernemer weigert deze informatie te leveren, riskeert hij omkering en verzwaring van de bewijslast.
Met het wetsvoorstel moet de inspecteur eerst een informatiebeschikking nemen als een ondernemer de gevraagde informatie weigert op te geven. Een informatiebeschikking bevat nogmaals het verzoek om informatie. Bovendien moet de inspecteur aangeven wat de gevolgen zijn als de gevraagde informatie niet wordt verstrekt.
Ondernemers kunnen in bezwaar en beroep gaan tegen een informatiebeschikking. Vanaf het moment dat de ondernemer bezwaar maakt tegen een informatiebeschikking, hoeft hij niet meer te voldoen aan het informatieverzoek. Pas wanneer hij in de bezwaarfase en/of de beroepsfase in het ongelijk wordt gesteld, moet de ondernemer alsnog de gevraagde informatie verstrekken. Overigens kan de belastingrechter de bewijslast bij de ondernemer leggen, als het beroep tegen de informatiebeschikking een ‘kennelijk onredelijk gebruik’van het procesrecht vormt.
(februari 2011)

Beroepsorganisaties fuseren
De beroepsorganisatie College Belastingadviseurs waar wij lid van zijn is eind 2010 gefuseerd met de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs. De nieuwe vereniging gaat Register Belastingadviseurs heten (RB). Ook de accountantsorganisaties NOvAA (AA-accountants) en Koninklijke NIVRA (registeraccountants) gaan fuseren en worden na de noodzakelijke wetswijzigingen daartoe de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA).
(december 2010)

Let op: in 2011 bij vervroegd uittreden dubbel betalen
Hebt u een regeling die het mogelijk maakt dat werknemers vervroegd uittreden (een zogenoemde RVU)? Dan moet u volgend jaar 52 procent eindheffing betalen over de totale waarde van de regeling! In 2010 geldt nog een eindheffingspercentage van 26. De ‘strafheffing’die bij toekenning van een VUT-regeling wordt opgelegd, bestaat sinds 2006. De afgelopen vijf jaar bedroeg deze heffing nog 26 procent, maar vanaf volgend jaar wordt de heffing dus verdubbeld. Het kan daarom lonen een werknemer nog dit jaar vervroegd te laten uittreden en hem daarbij een regeling aan te bieden.
Maar let op, de definitie van RVU is erg ruim. Naast de standaard VUT-regeling kunnen hier ook ontslagvergoedingen en seniorenregelingen onder vallen. Aantrekkelijker is natuurlijk nog de heffing helemaal te vermijden. Denk bijvoorbeeld aan het optimaliseren van de pensioenregeling of verbeteren van een bestaande VUT- op prepensioenregeling bij oudere werknemers.
(december 2010)

Breng uw pand nog dit jaar in uw B.V. in
Stelt u een pand ter beschikking aan uw B.V., maar wilt u deze situatie beëindigen? Hevel dan vóór 1 januari 2011 uw pand over naar uw B.V. U kunt dan namelijk gebruikmaken van een eenmalige goedkeuring om een pand belastingvrij in te brengen, dus zonder inkomstenbelasting en zonder overdrachtsbelasting. Voorwaarde is wel dat u na de inbreng minstens 90 procent van de aandelen in uw B.V. houdt. De belastingvrije inbreng van het pand moet plaatsvinden tegen uitreiking van aandelen in de B.V., eventueel met een bijbetaling van maximaal € 2.500. Als u vóór de inbreng al enig aandeelhouder van de B.V. was, kan de inspecteur de inbreng op uw verzoek aanmerken als een informele kapitaalstorting en hoeft uw B.V. geen nieuwe aandelen uit te reiken. Het pand mag overigens ook zonder belasting worden overgedragen aan een nieuw op te richten B.V.. Maar let op: deze tijdelijke goedkeuring geldt alleen voor 2010.
(december 2010)

Schenk nog dit jaar aan uw kinderen
Heeft u dit jaar al gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling van € 5000 (bedrag 2010) aan uw kind(eren)? Als u nog vóór het einde van het jaar een schenking doet, benut u de vrijstellingsmogelijkheden optimaal. En wist u dat er een eenmalige vrijstelling van € 24.000 (bedrag 2010) geldt voor schenkingen aan kinderen tussen 18 en 35 jaar? Deze vrijstelling bedraagt onder voorwaarden zelfs € 50.000.Dat is het geval als uw kind het geschonken bedrag gebruikt voor de aankoop of verbouwing van een eigen woning, de aflossing van een hypotheek of voor de betaling van een dure studie. Op de vrijstelling moet u dan wel een beroepdoen in de aangifte schenkbelasting. Schenkt u méér dan het vrijgestelde bedrag? Dan is alleen het meerdere belast.
(december 2010)

Stel koop beleggingspand uit
Wilt u een pand kopen met de bedoeling dit vrij snel weer door te verkopen? Wacht daar dan nog even mee tot 2011. U heeft dan namelijk langer de tijd om het pand voordelig van de hand te doen aan een nieuwe koper. Als u nog dit jaar een onroerende zaak koopt en vervolgens snel weer doorverkoopt, hoeft degene aan wie u het pand doorverkoopt alleen overdrachtsbelasting te betalen over de waardestijging tussen de twee leveringen. Om gebruik te kunnen maken van de vrijstelling van 6 procent overdrachtsbelasting mag de termijn tussen de twee leveringen op dit moment maximaal zes maanden bedragen. Met ingang van 1 januari 2011 wordt deze termijn waarschijnlijk verlengd tot een jaar. Een half jaar langer dus. Let wel op dat het gaat om een tijdelijke maatregel die alleen geldt voor het pand dat u in 2011 aankoopt en vervolgens binnen twaalf maanden doorverkoopt.
(december 2010)

Check btw-grens personeelsverstrekkingen
Gaat u tijdig na of u in 2010 voor een bedrag van meer of minder dan € 227 aan uw werknemers hebt verstrekt. Blijft u onder deze grens, dan hebt u recht op teruggaaf van btw. Houdt u er wel rekening mee dat deze grens snel wordt gehaald. Personeelsverstrekkingen zijn namelijk ook bijvoorbeeld de telefoon, personeelsfeesten, parkeerplaatsen voor het personeel en de personeelskantine. Bij overschrijding van de € 227-grens komt het recht op vooraftrek te vervallen. Dit is zeker het geval nu het Europese Hof van Justitie in het voorjaar van 2010 heeft bepaald dat de uitsluiting van btw-aftrek op personeelsverstrekkingen niet in strijd is met Europees recht. In dat geval ging het om de auto van de zaak. Het verstrekken van spijzen en dranken, het verlenen van huisvesting, het geven van gelegenheid tot sport en ontspanning aan werknemers en het verstrekken van relatiegeschenken aan personen die geen recht hebben op aftrek van voorbelasting. De niet-aftrekbare omzetbelasting kunt u natuurlijk wel als een loonkostenpost in mindering brengen op de winst.
(december 2010)

6 procent btw voor verbouw
Het btw-tarief voor een verbouwing van een huis gaat tijdelijk omlaag van 19 procent naar 6 procent. Het verlaagde tarief is van toepassing als de werkzaamheden zijn  afgerond op of na 1 oktober 2010 en vóór 1 juli 2011. Als de werkzaamheden worden afgerond op of na 1 oktober 2010 en vóór 1 juli 2011 is het verlaagde btw-tarief van toepassing op de arbeidscomponent van de gehele verbouwing of renovatie. Dus ook op de werkzaamheden die al vóór 1 oktober 2010 zijn uitgevoerd. Als de werkzaamheden niet vóór 1 juli 2011 zijn afgerond, dan geldt het verlaagde btw-tarief niet. Ook niet voor de werkzaamheden die vóór 1 juli 2011 zijn verricht. Het lagere tarief slaat alleen op de werkzaamheden, niet op het materiaal. De tariefsverlaging geldt voor alle renovatie- en herstelwerkzaamheden die in en aan een woning worden verricht. Het gaat dus om het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden van (delen van) de woning. Ook garages, schuren, serres, aan- en uitbouwen  vallen onder het begrip ‘woning’ als zij zich bevinden op hetzelfde perceel als de woning. De te verbouwen of te renoveren woning moet minimaal twee jaar oud zijn. Nieuwbouw komt dus niet in aanmerking. Sloopwerkzaamheden die onderdeel vormen van renovatiewerkzaamheden vallen onder de regeling, ook als de sloper en degene die daarna opbouwwerkzaamheden verricht verschillende ondernemers zijn. Wanneer er sprake is van alleen sloop van een object valt dit niet onder de regeling.
Het verlaagde tarief geldt niet voor:

(december 2010)

Doorschuifregeling fiscaal gunstiger voor gehuwden
Stelt u een pand of andere vermogensbestanddelen  ter beschikking aan uw onderneming en hebt u trouwplannen? Fiscaal gezien wordt dit in 2011 voordeliger. Er komt namelijk een doorschuifregeling voor boedelmenging door een huwelijk in gemeenschap  van goederen. Nu is het nog zo dat bij een huwelijk meteen moet worden afgerekend over de helft van de stille reserves van het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel. De terbeschikkingstelling gaat namelijk door het huwelijk voor de helft over naar de echtgenoot. Deze 50%-50%-toerekening van ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen bij een gemeenschap van goederen is echter dit jaar door de Hoge Raad terzijde gesteld. De Hoge Raad heeft beslist dat het standpunt van de fiscus onjuist is en dat het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel moet worden toegerekend aan de echtgenoot die daarover bestuursbevoegd is.
Om het arrest van de Hoge Raad te repareren wordt de 50%-50%-toerekening vanaf 2011 de wettelijke norm. In verband hiermee is besloten om de nieuwe doorschuifregeling in te voeren. Vanaf 2011 kunt u dus trouwen zonder dat dit direct heffing van inkomstenbelasting over het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel tot gevolg heeft.
(december 2010)

Breng btw over privédeel bedrijfspand nog in 2010 in aftrek
Als u een bedrijfspand bouwt dat u zowel zakelijk als privé gaat gebruiken, kunt u nu nog alle in rekening gebracht btw terugvragen bij de fiscus. Vanaf 2011 kan echter alleen nog maar btw worden teruggevraagd die betrekking heeft op het zakelijke gedeelte van het bedrijfspand. Het privégebruik van onroerende goederen die tot het ondernemingsvermogen behoren, wordt namelijk gezien als een belaste levering, zodat tegenover de volledige btw-aftrek een bedrag aan af te dragen btw komt te staan. Het deel dat u hebt ontvangen over het privégebruik, moet u dan wel in tien jaarlijkse termijnen terugbetalen.
Vanaf 2011 kunt u dus alleen btw terugvragen over het zakelijke deel. Ook moet rekening worden gehouden met schommelingen tussen het zakelijk gebruik en het privégebruik. Dit gebeurt via een correctiemechanisme dat zal aansluiten op de al bestaande herzieningsregeling. Als u dus nog in 2010 gebruik kunt maken van de volledige btw-aftrek, behaalt u een liquiditeitsvoordeel ten opzichte van de nieuw in te voeren regeling.
(december 2010)

Regeling versneld afschrijven wordt verlengd
Ook in 2011 mag u als ondernemer gebruikmaken van de regeling om versneld af te schrijven. Deze regeling is bedoeld om ondernemers te stimuleren meer te investeren. Sinds 2009 kan een ondernemer investeringen in twee jaar tijd afschrijven, namelijk maximaal 50 procent in het investeringsjaar en maximaal 50 procent in het daaropvolgende jaar. Deze regeling was al verlengd tot en met 2010 en is ook nog eens - met terugwerkende kracht tot en met 2009 - versoepeld. In het investeringsjaar mag nog steeds maximaal 50 procent van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel worden afgeschreven. De versoepeling van de regeling houdt in dat het restant eventueel mag worden uitgesmeerd over de daaropvolgende jaren. Daarbij geldt geen beperking tot maximaal 50 procent. Voorwaarde is wel dat u het bedrijfsmiddel tijdig in gebruik neemt. Als het gaat om een investering in 2009, dan moet dit voor 2012 gebeuren. Voor een investering in 2010 moet de ingebruikname vóór 2012 plaatsvinden. Voor het in gebruik nemen van het bedrijfsmiddel waarin in 2011 is geïnvesteerd, gaat naar verwachting een uiterste datum van 31 december 2013 gelden (dus vóór 2014).
(december 2010)

Startersdag Kamer van Koophandel


Ook dit jaar werd de landelijke startersdag op meerdere plaatsen in Nederland gehouden, en wel op zaterdag 6 november 2010. In Apeldoorn bezochten zo'n 700 starters het ROC Aventus. Gerard van Welie was wederom standmanager namens de NOvAA, de beroepsorganisatie van AA-accountants. Samen met twee collega accountants werd informatie verstrekt over de toegevoegde waarde van de AA-accountant voor de ondernemer.

Vakantieregeling gaat veranderen
Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend, waarin langdurig zieke werknemers recht  houden op hetzelfde aantal vakantiedagen als niet-zieke werknemers. Het wachten is alleen nog op goedkeuring van het parlement. Nu bouwen langdurig zieke werknemers alleen over de laatste zes maanden van hun ziekteperiode vakantiedagen op. Het Europese Hof van Justitie heeft echter bepaald dat deze regeling in strijd is met het Europees recht.
In het wetsvoorstel van het kabinet staat ook dat werknemers hun wettelijke vakantiedagen binnen anderhalf jaar moeten opnemen. Tot nu toe is vijf jaar opsparen toegestaan. In de nieuwe regeling is er wel een uitzondering mogelijk als men redelijkerwijs niet in staat is het verlof binnen anderhalf jaar op te nemen. U kunt dit als werkgever in onderling overleg met uw werknemer(s) vaststellen.
Het kabinet wil met de verplichte verlofopname de werknemer beschermen. Het te lang uitstellen van vakantie kan de veiligheid en gezondheid van de werknemer immers in geval brengen.
(oktober 2010)

Controleer VAR-verklaring telefonisch
Ondernemers kunnen de echtheid van VAR-verklaringen voortaan snel en eenvoudig via een telefoontje controleren. U kunt hiervoor terecht bij het Landelijk Coördinatiepunt VAR van de Belastingdienst, telefoonnummer: 088 11000.
Op basis van de bij de Belastingdienst bekende gegevens hoort u direct of de combinatie BSN-VAR klopt. Zo niet, dan vindt nader onderzoek plaats.
(oktober 2010)

Eisen bpm-vrijstelling voor bestelauto’s versoepeld
Goed nieuws voor ondernemers die binnenkort een bestelauto willen aanschaffen. Demissionair minister De Jager van Financiën versoepelt namelijk de eisen voor het verkrijgen van een bpm-vrijstelling.
Een bestelauto  is voor ondernemers al jaren een fiscaal aantrekkelijk object, omdat er geen bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) op rust. De Belastingdienst hanteert voor het begrip ‘bestelauto’s’ echter strenge eisen die nu dus enigszins zijn versoepeld.
De eis dat een bestelauto een vlakke laadvloer moet hebben , is aangepast. Wielkasten in de laadvloer zijn nu toegestaan, evenals profilering van de laadvloer om de stevigheid te vergroten. Verder mag er een hoogteverschil in de ‘vlakke laadvloer’ zijn als de motor onder (een deel van) de laadvloer is geplaatst. Gedeeltelijk opklapbare laadvloeren om het (onder de laadvloer gelegen) motorserviceluik te kunnen bereiken, zijn ook toegestaan. Daarnaast mag de vereiste tussenwand tussen cabine en laadruimte voortaan meer dan een raam bevatten.
(oktober 2010)

Verschil gewone en rode diesel blijft
Rode diesel blijft voorlopig goedkoper dan blanke (gewone) diesel. Vorig jaar wilde het kabinet het accijnsverschil van 16 cent tussen beide brandstoffen nog opheffen. Uit onderzoek blijkt dit echter grote financiële schade te veroorzaken in de landbouw en de bouw.
Rode diesel wordt voornamelijk gebruikt in de landbouw en de bouw. Volgens de onderzoekers worden deze sectoren bij de afschaffing van rode diesel zwaar getroffen. Immers, beide sectoren verkeren nu al in de economisch  zwaar weer. Bovendien kunnen landbouwbedrijven de extra kosten niet doorberekenen in hun producten. Ook compensaties via groene prikkels zijn niet haalbaar. Het accijnsverschil geldt in ieder geval tot het aantreden van het nieuwe kabinet.
(oktober 2010)

Onafhankelijke deskundige beoordeelt re-integratie
Als u werkt aan de reïntegratie van een langdurig zieke werknemer,  kan er een verschil van mening ontstaan. Bijvoorbeeld over de vraag welke werkzaamheden passen bij de reïntegratie. Werknemer en werkgever kunnen in dat geval een deskundige raadplegen.
Het UWV heeft hiervoor het zogeheten ‘UWV-Deskundigenoordeel’ in het leven geroepen. Op verzoek van de werknemer of werkgever geeft het UWV een oordeel over:

  1. de arbeids(on)geschiktheid van de werknemer;
  2. de reïntegratie-inspanningen van de werknemer;
  3. passend werk binnen het bedrijf voor de werknemer;
  4. de reïntegratie-inspanningen van de werkgever..

Het deskundigenoordeel moet ervoor zorgen dat werknemer en werkgever er samen uit kunnen komen. Het oordeel is echter niet bindend. Daarom kan er geen bezwaarschrift tegen worden ingediend. Wel is het oordeel natuurlijk bruikbaar wanneer een rechter zich over de zaak zou buigen. De kosten voor het UWV-Deskundigenoordeel zijn  € 50 (aanvragen via www.uwv.nl).
(oktober 2010)

Overheid betaalt mkb minimaal zeven procent boeterente
Bedrijven die binnen de EU geld van de overheid tegoed hebben, krijgen zeven procent rente op jaarbasis boven op de wettelijke rente.  Dat heeft de minister van Economische Zaken in juli afgesproken met collega’s uit andere EU-landen.
Het percentage kan  nog worden verhoogd. Het Europees Parlement wil namelijk graag een percentage van negen procent invoeren. De EU-landen en het parlement gaan daarover onderhandelen.
De Europese Commissie wilde de overheid standaard een eenmalige boete van vijf procent van het factuurbedrag opleggen bij overschrijding van de betalingstermijn. De ministers vinden de boeterente echter een betere prikkel. Men gaat nog overleggen over de termijn waarbinnen overheden in Europa hun facturen moeten voldoen. Onderzoek wijst uit dat overheden in Nederland hun rekeningen gemiddeld pas na 49 dagen betalen. De meeste bedrijven waarderen het betalingsgedrag van de overheid als ‘matig tot slecht’.
Het Europarlement wil de nieuwe regeling graag uitbreiden naar betalingen tussen bedrijven onderling. Dit zou vooral gunstig zijn voor kleine en middelgrote bedrijven. De ministers zijn hier echter (nog) geen voorstander van.
(oktober 2010)

Jongeren mogen langer tijdelijk contract
Hebt u werknemers in dienst die jonger zijn dan 27 jaar? Dan mag u hen langer een tijdelijk contract aanbieden.
Tot voor kort mochten werknemers jonger dan 27 jaar maximaal drie jaar op tijdelijke basis werken. Deze periode wordt nu – vanwege de economische crisis – verlengd naar vier jaar. In het vijfde contractjaar (of na vier contracten) dient u de betreffende werknemer een contract voor onbepaalde tijd  aan te bieden. Het kabinet wil hiermee voorkomen dat jongeren onnodig op straat komen te staan. De tijdelijke maatregel geldt in principe tot 1 januari 2012. Zet de economische crisis door, dan kan de maatregel worden verlengd tot uiterlijk 1 januari 2014. De maatregel stopt op het moment dat uw werknemer de leeftijdsgrens van 27 jaar bereikt. Een contract in het vierde jaar (of een vierde contract) wordt dus omgezet ineen  contract voor onbepaalde tijd  wanneer uw werknemer tijdens de looptijd ervan 27 jaar wordt.
(oktober 2010)

Overgangsregeling (para)medici wederom verlengd
De overgangsregeling voor de belastingheffing over (para)medische diensten is wederom verlengd. Het bestaande beleid blijft tot 1 januari 2011 gehandhaafd.
Voor een aantal aangewezen (para)medische beroepen bestaat een vrijstelling van omzetbelasting. Met ingang van 1 juli 2009 is de tekst van die vrijstelling gewijzigd. De vrijstelling geldt volgens de nieuwe wettekst alleen nog als de betreffende (papa)medicus voldoet aan bepaalde eisen. Zo dient deze een opleiding te hebben voltooid die voldoet aan de vereisten van de Wet BIG ofwel aan de regels van de minister van VWS. In het tweede geval gaat het om een beroepsopleiding die is vermeld in een door het ministerie van VWS bij te houden register. De feitelijke toepassing van de nieuwe regeling is echter steeds opgeschort via een overgangsregeling. Eerst tot 1 juli 2010. Nu de aanwijzing van beroepsbeoefenaren door het ministerie nog niet is uitgewerkt, is de overgangsregeling verlengd tot 1 januari 2011. De regeling voor (para)medici blijft tot die tijd gelijk.
(oktober 2010)

Zorg voor veilige website!
Is uw website goed beveiligd? Het blijkt dat de beveiliging van veel websites van mkb’ers tekortschiet. Automatische hacks kunnen via zoekprogramma’s websites besmetten zonder dat de eigenaar dit merkt.
De ondernemer kan uit verkeerde zuinigheid op het idee komen om de website door een kennis te laten bouwen. Maar onervaren websitebouwers zijn vaak niet op de hoogte van de meest recente beveiligingstechnieken. Het gevolg kan zijn dat uw website wordt gebruikt voor het versturen van spam of voor phishing (hierbij wordt getracht wachtwoorden en creditcardnummers te ontfutselen). Gegevens van uw klanten kunnen zo op straat liggen. Niet goed voor de reputatie van uw bedrijf natuurlijk.
Webbouwers werken uit kostenoverwegingen vaak met ‘open source’ software. Deze software is voor hackers aantrekkelijk omdat er veel gebruik van wordt gemaakt. Daarom is het belangrijk dat een website die hiermee is gebouwd, wordt onderhouden. Een regelmatige beveiligingsupdate behoort onderdeel van een contract te zijn.
(oktober 2010)

Nieuwe garantieregeling steunt kleine bedrijven
Het Ministerie van Economische Zaken werkt aan een garantieregeling van 1,5 miljard euro. Doel hiervan is dat ook de eigenvermogenspositie van kleine bedrijven wordt verbeterd.
Door de crisis is het vooral voor het mkb moeilijker om bij banken krediet te verkrijgen. De helft van de bedrijven ontvangt de gevraagde lening niet. Wanneer straks de economie opbloeit, kunnen deze bedrijven dan ook lastig uitbreiden. 
Met de nieuwe garantieregeling is het de bedoeling dat private durfinvesteerders fondsen oprichten. Het mkb kan hier dan leningen verkrijgen ter verbetering van het eigen vermogen. De fondsen van de durfinvesteerders nemen 20 procent van het risico voor hun rekening. De overheid staat voor 80 procent van de leningen garant. Het ministerie zou 1,5 miljard euro voor de garantie ter beschikking stellen. Samen met de bijdrage van de fondsen komt het totale kredietbedrag dan uit op 1,875 miljard euro. De EU dient nog te controleren of de regels voor staatssteun niet worden overschreden. Doorvoering van de maatregel vindt daarom waarschijnlijk plaats onder het nieuwe kabinet.
Grotere mkb-bedrijven kunnen reeds terecht bij de Garantie Ondernemingsfinanciering. Deze regeling is bedoeld voor borgstellingen van leningen die groter zijn dan 1,5 miljoen euro. De overheid staat borg voor 50 procent van dit bedrag.
(oktober 2010)

Loonstrook kan bij het oud papier
Wilt u besparen op verzendkosten? De Eerste Kamer heeft een wet goedgekeurd die u toestaat loonstroken elektronisch te versturen.
Uw werknemer moet echter wel uitdrukkelijk toestemming geven om zijn loonstrook digitaal te ontvangen. Ook  moet hij de mogelijkheid hebben om de loonstrook te bewaren.
U kunt de loonstrook in Pdf-formaat als bijlage meesturen met een e-mail. Een andere mogelijkheid is om op uw website een toegangspoort voor uw medewerkers te laten maken. Als de medewerker inlogt, kan hij zo zijn loonstrook inzien. Bijkomend voordeel is dat de loonstrook niet kwijt kan raken.
(oktober 2010)

Berekening afschrijvingspercentage BPM gewijzigd
De afschrijvingsmethode op basis van de werkelijke waarde voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (de BPM) is per 1 mei 2010 veranderd. Vanaf die datum word de afschrijving voor de BPM op basis van de werkelijke waarde bepaald op het procentuele verschil tussen de inkoopwaarde in nieuwstaat en de inkoopwaarde in gebruikte staat op het moment van aangifte. Onder de inkoopwaarde in nieuwstaat wordt dan verstaan: de inkoopwaarde direct nadat de auto of motor is geleverd aan degenen op wiens naam het kenteken staat, voordat het voortuig is gebruikt. De inkoopwaarde in nieuwstaat is echter zelden bekend. De Belastingdienst geeft daarom aan hoe u deze kunt berekenen. Gebruik hiervoor de volgende formule: Inkoopwaarde in nieuwstaat = (consumentenprijs minus  € 500)  x 0,88. De Belastingdienst laat u vrij om de inkoopwaarde in nieuwstaat op een andere wijze te berekenen, maar dan moet u bij de berekening wel uw motivatie opgeven. Met ingang van 1 mei 2010 zijn ook de downloadversies van de aangifteformulieren BPM aangepast. Gebruik dus uitsluitend deze nieuwe formulieren.
(juli 2010)

Leerstimulans voor mkb-werknemers
Ten minste vijfhonderd bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (mkb) kunnen tussen 1 juli 2010 en 31 december 2010 gratis deskundig advies krijgen over hoe leren op het werk kan worden bevorderd. Doel van deze stimuleringsmaatregel is dat mkb-bedrijven de mogelijkheden voor het leren binnen hun bedrijf verder ontwikkelen en investeren in de inzetbaarheid van hun medewerkers met bijvoorbeeld scholing. Door leren op de werkplek kan een werknemer zijn kennis, kunde en vitaliteit op peil houden. De flexibiliteit van bedrijven wordt hierdoor versterkt. Scholing biedt voordeel voor werknemer en werkgever. De werknemer vergroot zijn kansen op de arbeidsmarkt. Daarnaast wijst onderzoek uit dat medewerkers die worden geschoold, loyaler zijn naar hun bedrijf (werkgever). De minister van Sociale Zake en Werkgelegenheid, de staatssecretaris van Onderwijs en de voorzitter van MKB-Nederland hebben deze stimuleringsmaatregel bekendgemaakt. MKB-Nederland voert de regie over het project. Met een aantal geselecteerde branches gaat deze organisatie bedrijven werven die hieraan willen deelnemen. De resultaten worden gedeeld met andere bedrijven en branches.
(juli 2010)

BUA niet strijdig met Europese BTW regels
Sinds april 2010 is er duidelijkheid gekomen in een langlopende procedure over aftrek van btw. Het Europese Hof van Justitie heeft besloten dat het Nederlandse Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) niet in strijd is met Europese BTW regels. Het BUA houdt voor u als ondernemer in dat u verplicht bent om de BTW die u aftrekt voor bijvoorbeeld relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen, aan het eind van het jaar te corrigeren. Dit moet u doen in verband met het privé-gebruik.
Conform de uitspraak mogen de volgende kostencategorieën worden uitgesloten van BTW aftrek:

  1. het privé gebruiken van de auto van de zaak;
  2. het verstrekken van spijzen en dranken aan uw personeel;
  3. het geven van relatiegeschenken of het doen van andere giften aan hen die geen recht hebben op aftrek van voorbelasting;
  4. het verlenen van huisvesting aan uw personeel;
  5. het geven van gelegenheid tot ontspanning aan uw personeel.

Zolang onduidelijk was of de BUA in overeenstemming was met EU-regels, hoopten ondernemers op een meevaller. Nu gaat dat helaas niet door.
(juli 2010)

Bewaar originele plaatsbewijzen voor reisaftrek
Om in aanmerking te komen voor reiskostenaftrek moeten uw werknemers originele plaatsbewijzen kunnen overleggen. De Hoge Raad heeft hierover duidelijkheid verschaft. Eerder vond Gerechtshof Amsterdam dat bankafschriften met daarop de pinbetalingen voor de openbaarvervoerkaartjes ook voldoende bewijs voor de fiscus zijn. Nu blijkt dat niet zo te zijn.
Als uw werknemers met het openbaar vervoer reizen, hebben zij voor de inkomstenbelasting recht op reisaftrek, en wel onder de volgende voorwaarden:

  1. Als werkgever verstrekt u uw werknemers geen vervoerbewijzen (want dan zou het gelden als ‘vervoer namens de werkgever’).
  2. De met het openbaar vervoer afgelegde reisafstand van woning naar werk moet meer dan tien kilometer bedragen.
  3. De werknemer moet aan de Belastingdienst een verklaring overleggen.
  4. De werknemer reist minimaal één keer per week of veertig keer per kalenderjaar met het openbaar vervoer naar zijn werk.

Uw werknemer vermindert het bedrag van de reisaftrek met de reiskostenvergoeding die u hem betaalt.
De vereiste verklaring kan een openbaarvervoerverklaring  zijn die het openbaarvervoerbedrijf aan uw werknemer heeft afgegeven. Maar als uw werknemer niet met abonnementen reist –omdat hij bijvoorbeeld in deeltijd werkt- kan hij toch voor de reisaftrek in aanmerking komen. Dan moet hij een reisverklaring van u als werkgever overleggen. De reisverklaring die u ondertekent, moet het volgende bevatten: uw naam en adres, de naam en het adres van uw werknemer en het aantal dagen per week waarop hij meestal per openbaar vervoer naar zijn werkplek(ken) reist. Naast deze reisverklaring moet hij dus ook de originele vervoerbewijzen kunnen overleggen.
De aftrekpost kan maximaal € 1989 bedragen, afhankelijk van het aantal dagen dat men reist en de afgelegde reisafstand.
(juli 2010)

Nieuwe werkkostenregeling in 2011
Volgend jaar treedt de nieuwe werkkostenregeling in werking. Deze regeling vervangt dan een aantal gerichte vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen. Denk aan vaste onkostenvergoedingen, declaraties voor incidentele vergoedingen, verstrekkingen van kerstpakketten en personeelskortingen.
In plaats van de gerichte vrijstellingen komt er een algemene vrijstelling van maximaal 1,4 procent van de fiscale loonsom. Dat betekent dat er niet meer per werknemer wordt gekeken, maar per werkgever. Uw administratieve lasten dalen hierdoor. Wanneer u bijvoorbeeld fietsen voor uw personeel aanschaft, hoeft u dit niet meer per werknemer in de loonadministratie te boeken, maar het kan in één keer in de financiële administratie worden geboekt. Komt de vergoeding boven het forfait van 1,4 procent uit, dan bent u over het meerdere een eindheffing verschuldigd van 80 procent. Een aantal vergoedingen en verstrekkingen is uitgezonderd van de werkkostenregeling, bijvoorbeeld het voordeel van het privé-gebruik van de auto, het genot van een dienstwoning, reiskosten (zowel zakelijk als woon-werk) en studiekosten.
De nieuwe regeling wordt in 2014 pas verplicht; in 2011, 2012 en 2013 kunt u nog elk jaar kiezen voor het huidige systeem van vergoedingen en verstrekkingen. Als u in 2011 de werkkostenregeling gebruikt, betekent dat niet automatisch dat u dat in 2012 en 2013 ook moet doen. Dan kunt u weer kiezen voor de huidige regels. Vanaf 2014 geldt de werkkostenregeling voor iedereen.
De werkkostenregeling heeft de volgende voordelen:

  1. U kunt een vast percentage van de loonsom onbelast vergoeden en verstrekken.
  2. U hoeft de meeste vergoedingen en verstrekkingen niet meer op werknemersniveau in uw loonadministratie te registreren.
  3. U hoeft geen rekening meer te houden met de voorwaarden en beperkingen van de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen: u krijgt meer vrijheid.
  4. U waardeert loon in natura tegen de factuurwaarde. U hoeft de factuur dan alleen in uw financiële administratie te boeken en niet ook in uw loonadministratie.

Binnen de werkkostenregeling kunt u nog steeds belast loon omzetten in een vrije vergoeding of verstrekking volgens het cafetariasysteem. Maar de werkkostenregeling kan ook ongunstig uitpakken. Bijvoorbeeld als u, naast de kosten die straks gerichte vrijstellingen worden, veel andere kosten van uw werknemers vergoedt.
Als u een goede keuze wilt maken tussen de werkkostenregeling en de bestaande regels, moet u nu al nadenken over uw arbeidsvoorwaardenbeleid vanaf 2011. U moet schatten hoeveel vrije ruimte u in 2011 hebt. U moet overleggen met de ondernemingsraad en/of vakbond over uw arbeidsvoorwaardenbeleid voordat u voor de werkkostenregeling kiest. Ook moet u uw administratie hiervoor inrichten. Het is raadzaam om tijdig met ons de voors en tegens van beide opties door te nemen.
(juli 2010)

Kiezen voor eigenrisicodragerschap?
Als werkgever kunt u te maken krijgen met arbeidsongeschiktheid van uw werknemers. U kunt zich tegen de financiële en personele gevolgen hiervan verzekeren. Dit kan via het UWV Werkbedrijf. Het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) betaalt in dat geval de uitkeringen van de gedeeltelijk arbeidsgeschikte (ex-)werknemers en is verantwoordelijk voor de reïntegratie. De werkgever betaalt dan, naast de basispremie, eveneens de gedifferentieerde WGA-premie aan het UWV.
U kunt er ook voor kiezen om dit WGA-risico (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) tien jaar lang voor eigen rekening te nemen. Dan bent u eigenrisicodrager. De uitbetaling van de uitkeringen en de kosten van de reïntegratie komen in dit geval voor uw rekening. Dit financiële risico kunt u zelf dragen of (deels) verzekeren bij een particuliere verzekeraar. Een eigenrisicodrager hoeft geen gedifferentieerde WGA-premie te betalen.
Aanvankelijk was het plan om de WGA in 2011 te privatiseren, maar de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in april aangegeven dat werkgevers zelf kunnen blijven kiezen. Het kabinet komt, omdat het demissionair privatisering van de WGA.
Het eigenrisicodragerschap voor de WGA kan jaarlijks op 1 januari of op 12 juli ingaan. Uw aanvraag daarvoor moet ten minste dertien weken vóór de beoogde ingangsdatum (dus vóór 2 oktober of vóór 1 april) binnen zijn bij de Belastingdienst. Om eigenrisicodrager te worden moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. U heeft een garantieverklaring van een erkende kredietinstelling of een erkende verzekeraar.
  2. U bent in drie jaar vóór de beoogde ingangsdatum niet eerder eigenrisicodrager voor de WGA geweest.

Als u overweegt om eigenrisicodrager te worden, is het goed de volgende vragen te stellen: Hoeveel instroom in de WAO/WIA heeft u gehad? Hoe hoog is de uitvalrisico in uw bedrijf? Wat is de grootte van uw personeelsbestand en wat is de leeftijdsopbouw? In hoeverre wilt u controle houden over de reïntegratie van (ex-) werknemers? Let op de financiële risico”s (denk hierbij ook aan een toekomstig bedrijfsovername). Overleg tijdig met ons als u per 1 januari (en dus aanvragen vóór 2 oktober!) een andere keus wilt maken.
(juli 2010)

Verhoging borgstelling voor mkb
Naast startende ondernemers kunnen binnenkort ook bestaande mkb-bedrijven aanspraak maken op een 80 procent borgstelling door de overheid op hun krediet bij bank of financiële instelling. Dit garantiepercentage geldt voor kredietbedragen tot € 250.000. Voor het meerdere boven € 250.000 blijft het percentage 50 procent van een maximaal kredietbedrag van 3 miljoen euro. Minister Van der Hoeven van Economische Zaken is tot dit besluit gekomen omdat blijkt dat kleinere leningen relatief vaker worden afgewezen. Uit haar gesprekken met de banken constateerde Van der Hoeven dat ook een aanmerkelijk aantal kleinere, bestaande mkb-bedrijven een banklening zouden kunnen krijgen als het percentrage naar 80 procent zou worden opgetrokken. Zij heeft daarom tot een tijdelijke verruiming van deze crisismaatregel besloten. In Nederland zijn er 700.000 mkb-bedrijven (met maximaal 250 werknemers) die goed zijn voor 4 miljoen banen. De regeling is bestemd voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers.
(april 2010)

Voorkom risico door onderaannemers
In economisch mindere tijden is het belangrijk financiële risico’s te mijden. Als u onderaannemers inschakelt, moet u erop letten dat u geen schade loopt omdat zij geen premies hebben afgedragen.
De Wet Ketenaansprakelijkheid geeft aan dat de hoofdaannemer hoofdelijk aansprakelijk is voor de afdracht van loonbelasting en premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen voor zijn onderaannemers. Het gaat bij de term `aannemers` niet alleen om aannemers in de bouw, maar om iedereen die werk `aanneemt`. Dit werk moet dan wel van`stoffelijke aard` zijn, maar diensten zoals het verpakken van goederen of schoonmaken, behoren hier ook toe. Als `niet-stoffelijk` worden producten van vooral persoonsgebonden arbeid van geestelijke of intellectuele aard gezien (zoals werk van auteurs en musici).
Een aannemer kan op verschillende manieren het risico van ketenaansprakelijkheid beperken door:

  1. een (recente en originele) verklaring van betalingsgedrag bij zijn onderaannemer op te vragen;
  2. een kettingbeding op te nemen, waardoor de onderaannemer zonder toestemming van de aannemer het werk niet verder mag uitbesteden. Dit geeft de aannemer meer inzicht in het aantal onderaannemers dat in de keten voorkomt;
  3. een geblokkeerde rekening (g-rekening) te gebruiken of rechtstreeks te storten op een rekening van de Belastingdienst;
  4. het bijhouden van een goede administratie. Hierin moeten zijn opgenomen: de NAW-gegevens van het personeel dat betrokken is bij het aangenomen werk (met hun geboortedatum en BSN/sofinummer), kopieën van hun identiteitsbewijzen, een specificatie van het aantal uren dat in een bepaalde periode is gewerkt en in geval van buitenlanders gegevens om aan te tonen dat men over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikt.

De aannemer maakt een deel van het factuurbedrag over op de g-rekening, namelijk het bedrag dat overeenkomt met de loonheffingen die de onderaannemer moet afdragen aan de Belastingdienst. De onderaannemer betaalt de verschuldigde loonheffingen vanaf de g-rekening. Bij gebruik van de g-rekening zal de Belastingdienst (onder bepaalde voorwaarden) de aannemer niet aansprakelijk stellen voor de loonheffingen. Op termijn zal de g-rekening worden vervangen door het depotstelsel, maar zij blijft in ieder geval tot eind 2011 bestaan.
(april 2010)

EU geeft leningen om eigen zaak te starten
Werklozen die een eigen zaak willen beginnen, krijgen steun vanuit Brussel. De ministers van Sociale Zaken van de EU-landen hebben hiertoe besloten. Via het European Microfinance Facility stelt de EU 100 miljoen euro beschikbaar. Het initiatief is onderdeel van de EU-reactie op de economische crisis en de kredietcrisis. Het fonds staat open voor leningen tot € 25.000 voor werklozen die niet kunnen aankloppen bij gewone banken en voor kleine bedrijfjes met minder dan tien werknemers. De faciliteit voorziet ook in training en coaching van de startende bedrijfjes. De Eurocommissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Gelijke Kansen verwacht dat de faciliteit in de komende acht jaar kleine leningen verstrekt aan ongeveer 45.000 beginnende ondernemers.
(april 2010)

Wat moet u weten over zorgverlof?
Uw werknemer vraagt verlof in verband met ziekte van zijn partner, kind of ouder. Wat zijn de wettelijke rechten van de werknemer in dezen? Wij geven hier enkele aandachtspunten weer die voor u als werkgever belangrijk zijn. Er is namelijk sprake van kortdurend en langdurend zorgverlof met elk eigen regels.
De werknemer heeft recht op kortdurend zorgverlof als hij zijn partner, een thuiswonend ziek kind of zijn ouder moet verzorgen. Hij moet dan wel de enige zijn die de zieke op dat moment kan verzorgen. Een ouder hoeft niet op zijn adres ingeschreven te staan. Dit zorgverlof bedraagt per jaar maximaal tweemaal het aantal uren dat de werknemer in een week werkt. Dus bij een veertigurige werkweek maximaal tachtig uur verlof per jaar (ineens of in gedeelten). De werkgever kan dit kortdurend zorgverlof uitsluitend weigeren als het bedrijf daardoor in ernstige problemen zou komen. Tijdens dit zorgverlof heeft de werknemer recht op ten minste 70 procent van het salaris (met het minimumloon als ondergrens). In de cao kunnen afwijkende afspraken zijn gemaakt over het recht op zorgverlof, de duur en de betaling van het verlof. Die zijn dan geldig in plaats van de wettelijke regelingen.
(april 2010)

Langdurend zorgverlof
De regeling voor het langdurend zorgverlof is van toepassing bij de zorg voor een levensbedreigend zieke partner, ouder of kind. Dit verlof kan maximaal zesmaal het aantal uren dat de werknemer per week werkt duren (ineens of – in overleg met de werkgever – in delen verspreid over een periode van maximaal achttien weken). Ook hier kan de cao afwijken. Dit verlof heeft door de langere duur invloed op de bedrijfsvoering. De werknemer moet het verlof daarom minimaal twee weken van tevoren schriftelijk aanvragen. Let u op: als de werkgever niet binnen één week reageert, gaat het verlof automatisch in. De werkgever kan alleen bij zwaarwegende belangen weigeren. Bij langdurig zorgverlof heeft de werknemer geen recht op loondoorbetaling. Het opbouwen van vakantiedagen loopt wel gewoon door.
(april 2010)

Elektrische personenauto’s van de zaak voordeliger
Het is voor ondernemers aantrekkelijker geworden om elektrisch te gaan rijden. Minister De Jager van Financiën heeft besloten tot een extra belastingaftrek voor elektrische personenauto’s. Deze aftrek wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010 ingevoerd en onder de Milieu-investeringsaftrek (MIA) gebracht. Afhankelijk van het type auto mag men 40, 30 of 15 procent van de aanschafwaarde van de auto aftrekken. De maatregel past in het streven om elektrisch rijden te stimuleren. In 2010 zullen naar schatting al meer dan duizend auto’s worden aangeschaft.
Tot nu toe kwamen alleen elektrische auto’s voor bedrijfsmatig beroepsvervoer over de openbare weg in aanmerking voor MIA/Vamil. Koeriers- of taxibedrijven waren bijvoorbeeld uitgesloten en ook lease- en bedrijfsauto’s kwamen vaak niet in aanmerking. Dit strookt niet met het Plan van Aanpak Elektrisch Rijden van de overheid.
Door dit besluit van de minister moet onder andere de Milieulijst 2010 worden aangepast. Dan kunnen alle elektrische personenauto’s (inclusief plug- in hybrides met een actieradius van ten minste 50 km), die als bedrijfsmiddel kunnen worden aangemerkt, in aanmerking komen. De aanpassingen worden in april en mei 2010 verwacht. Goedkeuring van de Tweede Kamer is hiervoor nodig. Op onderdelen kunnen de wijzigingsmaatregelen nog worden aangepast.
(april 2010)

Deeltijd-WW verlengd tot juli 2011
De deeltijd-WW is verlengd. Uitsluitend bedrijven die niet eerder een beroep deden op werktijdverkorting of deeltijd-WW, kunnen na 1 april 2010 een aanvraag doen. De looptijd van de regeling eindigt op 1 juli 2011. De deeltijd-WW zou aanvankelijk op 1 april 2010 stoppen. Het kabinet wil bedrijven tegemoetkomen die door langlopende opdrachten pas later in 2010 met de gevolgen van de crisis worden geconfronteerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor bedrijven in de bouw en de scheepsbouw. De aangescherpte voorwaarden die bij de aanpassing van de deeltijd-WW in juli 2009 zijn opgesteld, blijven geldig.
(april 2010)

Opnieuw subsidie beschikbaar voor duurzame energie
Iedereen die elektriciteit of gas gaat produceren op een duurzame manier, kan gebruik maken van de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE). De regeling geeft particulieren, bedrijven en instellingen die investeren in duurzame energie, een langjarige zekerheid. De overheid ondersteunt met deze regeling projecten die nog net niet uit de kosten komen. Duurzame energie is energie die niet wordt opgewekt door aardolie, aardgas of steenkool te verbranden, maar door schone, onuitputtelijke bronnen. Dit is energie uit zonlicht, biomassa, windkracht, waterkracht en door WKK (warmtekrachtkoppeling). In 2010 kan subsidie worden aangevraagd voor genoemde categorieën. De subsidie voor 2010 voor zonnepanelen is echter dit jaar al overtekend. Met uitzondering van de categorie WKK, sluit de regeling voor alle categorieën op 1 november 2010 om 17.00 uur. De SDE 2010 wordt uitgevoerd door Agentschap NL, divisie NL Energie en Klimaat.
(april 2010)

Is uw gebruikelijk loon juist?
Het gebruikelijk loon van een directeur-grootaandeelhouder (dga) van een B.V. is voor 2010 vastgesteld op € 41.000. Maar soms kan een gebruikelijk loon lager zijn, bijvoorbeeld als in een soortgelijke dienstbetrekking, waarin een aanmerkelijk belang van aandelen geen rol speelt, een lager loon gebruikelijk is. In verband met de crisis zal de fiscus enige soepelheid betrachten.
Er is nog een derde mogelijkheid om het gebruikelijk loon vast te stellen. Dit is het geval als opbrengsten van deB.V. voor 90 procent of meer voortvloeien uit door de directeur verrichte arbeid (in zijn hoedanigheid van werknemer). De persoonlijke kwaliteiten van de directeur als werknemer zijn doorslaggevend voor de opbrengsten van de B.V. Dit komt vaak voor bij vrijeberoepsbeoefenaren (bijvoorbeeld consultants, managers en medisch specialisten). Het gebruikelijk loon wordt berekend op basis van de opbrengsten van de B.V. minus daaraan verbonden kosten (exclusief loon van die werknemer), (pensioen)lasten en afschrijvingen. Dit is de zogenoemde `afroommethode`. Van het bedrag dat als gebruikelijk loon overblijft, na aftrek van die kosten, mag maximaal 30 procent worden afgeweken. Maar is het werkelijk uitbetaalde loon lager, dan kan de Belastingdienst met een naheffing komen. Wij kunnen dit voorkomen door de hoogte van het gebruikelijk loon regelmatig (elk jaar) te beoordelen en hiervan een onderbouwing te geven.
(april 2010)

Wijzigingen belastingen in 2010 op een rijtje
De aanpassingen in 2010 voor diverse belastingsoorten: klik met uw muis op Overzicht Belastingen in 2010.

In 2010 eenmalig tbs-pand belastingvrij naar uw B.V.
Dit jaar bestaat eenmalig de mogelijkheid om een ter beschikking gesteld pand in te brengen in een B.V. of N.V. zonder heffing van inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting. Doordat sprake is van een ‘geruisloze inbreng’ wordt de boekwaarde doorgeschoven. Toen de Wet IB 2001 werd ingevoerd, is de terbeschikkingstellingregeling (of tbs-regeling) geïntroduceerd. De tbs-regeling houdt in dat de dga die een pand aan zijn B.V. verhuurt, de opbrengst  (na aftrek van kosten) in box 1 tot zijn inkomen moet rekenen. Dit kost maximaal 52 procent aan inkomstenbelasting. Ook verkoopopbrengsten vallen hier onder. Een pand dat vóór 2001 ter beschikking was gesteld aan de B.V., is vanaf 1 januari 2001 automatisch in de tbs-regeling terechtgekomen. Als een dga dit pand wil overdragen aan de ’eigen’ B.V. , leidt deze overdracht tot de heffing van inkomsten-  en overdrachtsbelasting. Er is regelmatig aangedrongen op versoepeling van de tbs-regeling. Daarom biedt het kabinet de mogelijkheid om alleen in 2010 een ter beschikking gesteld pand in te brengen in een nv of bv zonder heffing van inkomsten- en overdrachtsbelasting. Het is geen voorwaarde dat het pand al vóór 2001 ter beschikking is gesteld. Wel geldt dat de dga vóór en na inbreng van het pand in de B.V. ten minste 90 procent van de aandelen van die B.V. bezit. Deze faciliteit geldt alleen in 2010. Het is niet noodzakelijk dat de B.V. waarin het pand wordt ingebracht, een besloten vennootschap is waarin een onderneming wordt gedreven. Het pand mag dus in een holding worden ingebracht.
(februari 2010)

Deeltijd-WW verlengd tot april 2010
Minister Donner en Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben in december 2009 aangegeven de deeltijd-WW te willen verlengen tot 1 april 2010. Zolang er nog geld over is, is het mogelijk dat bedrijven tot die datum gebruikmaken van de regeling. In eerste instantie was het de bedoeling dat de deeltijd-WW-regeling 1 januari 2010 zou stoppen. Met de deeltijd-WW kan worden voorkomen dat werkgevers nu  door de crisis vakkrachten moeten ontslaan, terwijl ze die straks bij een aantrekkende vraag door economisch herstel weer hard nodig hebben. Het gebruik van de deeltijd-WW is de laatste tijd meegevallen. In het begin was de vraag onverwacht groot, maar de sinds de aangescherpte criteria van juli 2009 doen bdrijven een minder groot b beroep op de regeling. In december waren er 3.800 bedrijven die voor 40.000 werknemers gebruikmaakten van de deeltijd-WW.
(februari 2010)

Verrekening zelfstandigenaftrek wijzigt
In 2010 kan de zelfstandigenaftrek  alleen nog maar verrekend worden  met het winstinkomen. Vorig jaar kon deze aftrek nog verrekend worden met ander inkomen in box 1 (inclusief onder andere periodieke uitkeringen en bijbanen). Tegenover deze beperking staat wel het voordeel van de verhoging van de mkb-winstvrijstellling. Over 12 procent van de winst hoeft in 2010 geen belasting te worden betaald. In 2009 was dat nog 10,5 procent.
Zelfstandigenaftrek is, als onderdeel van de ondernemersaftrek, een extra aftrekpost waardoor uw belastbaar inkomen daalt. Om voor de zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen  moet u ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen: U bent ondernemer, u drijft uw eigen onderneming, u voldoet aan het zogeheten urencriterium van de Belastingdienst (u werkt per jaar ten minste 1.225 uur in uw onderneming en u besteedt meer dan de helft van uw werktijd aan de onderneming) en u bent jonger dan 65 jaar. Het gedeelte dat niet met winstinkomen verrekend kan worden, kan in maximaal negen jaar verrekend worden met winsten uit die jaren. De beperking geldt niet voor starters. De eerste drie jaar van hen bedrijf mogen zij de zelfstandigenaftrek wel op hun hele inkomen van toepassing laten zijn.
(februari 2010)

Duizend Wajong-adviesvouchers beschikbaar voor mkb
Overweegt u een jonggehandicapte een baan aan te bieden, maar wilt u de mogelijkheden eerst goed laten onderzoeken? Dan kunt u vergoeding voor dit onderzoek ontvangen. Vanaf 15 februari 2010 kunnen mkb-bedrijven een Wajong-adviesvoucher aanvragen bij SenterNovem. Hiermee kan een re-integratiebedrijf voor een werkgever onderzoeken of er mogelijkheden zijn om een jonggehandicapte aan een baan bij een reguliere werkgever aan te bieden. Het Ministerie van Sociale Zaken vergoedt de kosten van het onderzoek tot een maximum van € 2.500. Als mkb-bedrijf wordt beschouwd een bedrijf waar minder dan 250 personen werkzaam zijn, waarvan de jaaromzet minder dan 50 miljoen euro bedraagt en/of het balanstotaal maximaal 43 miljoen  euro bedraagt. Als de adviesvoucher is toegekend, kan het bedrijf een overeenkomst sluiten voor de besteding van de voucher met een hiervoor aangewezen re-integratiebedrijf. Tot 14 februari 2011 zijn er duizend adviesvouchers beschikbaar. Het gaat hier om een pilot die moet onderzoeken of de adviesvoucher een geschikt middel is om banen voor jonggehandicapten te vinden.
(februari 2010)

Meer tijd voor regelen samenlevingscontract
Als samenwoners willen gebruikmaken van de hoge vrijstelling in de nieuwe Successiewet, moeten zij meerderjarig zijn en volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) onafgebroken een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd. Ook moeten zij een notariële samenlevingsovereenkomst hebben gesloten waarin de wederzijdse zorgplicht wordt opgenomen. In eerste instantie kon men tot uiterlijk 1 juli 2010 langs de notaris gaan om dit te regelen. Hiervoor is nu echter meer tijd gereserveerd. De uiterste datum om langs de notaris te gaan is nu vastgesteld op 1 januari 2012. Verder is er nog een amendement aangenomen dat ervoor zorgt dat de wederzijdse zorgverplichting middels notarieel samenlevingscontract alleen van belang is in gevallen waarin de samenwoning op het moment van overlijden of schenking nog geen vijf jaar heeft geduurd.
(februari 2010)

Nieuwe Successiewet dit jaar van kracht
De Successiewet 1956 is vernieuwd. De eerste opvallende verandering is een verheldering van de naam. De ouderwetse term ‘successierecht’ wordt vervangen door het veel  duidelijker ‘erfbelasting’. En zo heet ‘schenkingsrecht’ voortaan ‘schenkbelasting’. Een ander groot verschil met de oude wet is de vereenvoudigde tarieftabel. Onder de oude wet waren er drie categorieën (met een onderverdeling) en maar liefst 21 tarieven. Nu zijn het slechts drie categorieën en zes tarieven voor de schenk- en erfbelasting 2010.
Alle vrijstellingen zijn met ingang van 2010 ‘voetvrijstellingen’. Dat betekent dat de vrijstelling niet vervalt als meer wordt verkregen dan de vrijstelling, zoals bij een drempelvrijstelling wel het geval is. Dit is gunstiger voor de verkrijger. Bij een voetvrijstelling moet er alleen worden betaald over het bedrag dat boven de vrijstelling uitkomt.
-Voor de partner stijgt de vrijstelling voor erfbelasting naar € 600.000 (in 2009: € 532.570). Het tarief bedraagt maximaal 20% en tot € 118.000 geldt een tarief van 10%.
-Voor kinderen bedraagt het tarief maximaal 20%. Voor een schenking of erfenis tot € 118.000 bedraagt het tarief 10%. De vrijstelling voor erfbelasting is € 19.000, voor zieke en gehandicapte kinderen geldt een vrijstelling van € 57.000.
- De vrijstelling voor schenkbelasting is jaarlijks € 5.000. De eenmalig verhoogde vrijstelling van schenkbelasting is € 24.000. Dit bedrag kan worden verhoogd naar € 50.000 als de schenking wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning of voor een studie.
-Voor kleinkinderen is er voor erfbelasting een vrijstelling van € 19.000. Hier zijn ook weer twee tarieven, waarbij € 118.000 de grens vormt. Tot dit bedrag is het tarief 18%, daarboven is het 36%. Voor schenkbelasting geldt een vrijstelling van € 2.000.
-Voor overige verkrijgers (derden, zoals broers, zusters, ouders, neven, nichten en niet-verwanten) geldt een vrijstelling van € 2.000. Men betaalt 30% over de eerste € 118.000 en 40% over het meerdere.

In een tabel:

Deel van de
Tariefgroep I
Tariefgroep IA
Tariefgroep II
belaste verkrijging
partners en kinderen
kleinkinderen
overigen
   
tot € 118.000
10%
18%
30%
boven € 118.000
20%
36%
40%
   
   
De nieuwe vrijstellingen bij schenken:
 
   
Kinderen € 5.000
Kinderen 18-35 jaar, eenmalig € 24.000
Idem, indien aankoop huis of voor studie € 50.000
Overigen € 2.000
   
De nieuwe vrijstellingen bij erven:  
   
Partners € 600.000
Kinderen en kleinkinderen € 19.000
Zieke en gehandicapte kinderen € 57.000
Ouders € 45.000
Overigen     € 2.000

(februari 2010)

Gunstiger bedrijdsopvolgingsregeling
De bedrijfsopvolgingsfaciliteit is naar aanleiding van de nieuwe erf- en schenkbelasting aangepast. Wanneer iemand een bedrijf erft en dit voortzet, betaalt hij tot de waarde van één miljoen euro geen erfbelasting. Voor ondernemingen die meer waard zijn dan één miljoen euro, geldt voor het deel boven dat miljoen een vrijstelling van 83 procent (was 75 procent over het totaal). Voor de belasting die dan eventueel nog is verschuldigd (veelal  tariefgroep 1 tegen een tarief van 10-20 procent), kan tien jaar uitstel van betaling worden verkregen.
De leeftijds- en arbeidsongeschiktheidsgrenzen bij schenking van ondernemingsvermogen komen te vervallen. Ter beschikking gesteld vermogen dat samen met aandelen in de bv, waaraan ter beschikking wordt gesteld, wordt overgedragen, komt ook voor de faciliteit in aanmerking.
(februari 2010)

Aanbestedingsopdrachten makkelijker voor mkb
Het moet voor het mkb makkelijker worden om overheidsopdrachten te krijgen. De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel Aanbesteden waarmee de lastendruk bij bedrijfsleven en overheid wordt verminderd. Door minder en heldere regels te stellen bij aanbesteding, krijgen ook kleinere ondernemers een goede en eerlijke kans op overheidsopdrachten. Aanbestedende diensten mogen geen onredelijke eisen aan het bedrijfsleven stellen bij aanbesteden. Zo moeten de eisen die aan de jaaromzet van de deelnemende ondernemer worden gesteld, in verhouding staan tot de opdracht.
Een aanbestedende dienst met 120 vestigingen in heel Nederland kon tot nu toe de schoonmaak in één opdracht aanbesteden. Dit betekent dat een kleine onderneming hierop nooit kon inschrijven. Met de nieuwe wet moet de aanbestedende dienst zo’n opdracht in principe zo maken, dat mkb`ers kunnen inschrijven op de locaties in hun eigen regio.
Er komt een einde aan de verschillende formulieren (de eigen verklaring) die aanbestedende diensten gebruiken. De ondernemer hoeft nog maar één keer een formulier in te vullen dat bij elke aanbesteding kan worden gebruikt. Pas wanneer hij de opdracht krijgt, moet hij de officiële documenten inleveren.
De nieuwe Aanbestedingswet geldt voor alle overheidsopdrachten (onder en boven de Europese grens). De grens voor het Europees aanbesteden voor bijvoorbeeld bouwopdrachten ligt op 5,1 miljoen euro. Voor leveringen (zoals inkoop kantoorartikelen) en diensten (bijvoorbeeld onderzoeksbureau inhuren) liggen de grenzen voor het Rijk bij € 133.000 en voor andere overheden en diensten op € 206.000.
(februari 2010)

Gebruikelijk loon dga in 2009 en 2010 worden verlaagd
Het is toegestaan het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder (dga) in 2009 en 2010 te verlagen. Vanwege de ernst van de huidige economische teruggang, heeft staatssecretaris De Jager tijdelijk een versoepelde regeling ingesteld.
Bij het ondernemen vanuit de eigen bv is de daarin werkende aandeelhouder fiscaal verplicht om een "gebruikelijk loon" in aanmerking te nemen, alsof hij een onafhankelijk werknemer is van zijn eigen B.V. In jaren dat de B.V. minder goed draait, is het normaal gesproken niet toegestaan om het gebruikelijk loon te verlagen. Hiervoor wordt als argument aangevoerd dat gewone werknemers in mindere jaren ook geen salarisverlaging hoeven te accepteren. De huidige economische malaise is voor staatssecretaris De Jager echter reden genoeg om tijdelijk toch een versoepelde regeling in te stellen. Het gebruikelijk loon in 2009 en 2010 mag worden verlaagd naar evenredigheid van de omzet in deze jaren ten opzichte van het eerste halfjaar van 2008.

Stel, uw B.V. draaide in de eerste helft van 2009 50 procent minder omzet dan in de eerste helft van 2008. U mag dan het gebruikelijk loon in 2009 met 50 procent verlagen ten opzichte van 2008. Over de eerste helft van 2010 mag u het gebruikelijk loon in eerste instantie gelijk houden aan dat in 2009 (u heeft immers nog geen omzetcijfers over deze periode).

Het is niet toegestaan om meer geld op te nemen uit de B.V. dan het verlaagde gebruikelijk loon. Doet u dit wel, dan zal de fiscus niet akkoord gaan met de verlaging. Overigens is de uitkomst van bovenstaand voorbeeld niet dwingend, bijvoorbeeld als andere omstandigheden nopen tot de conclusie dat een nóg lager gebruikelijk loon van toepassing is. Overleg tijdig met ons als dit bij u speelt.
(november 2009)

Let op: goedkoper wonen na 2009 in veel gevallen fiscaal minder aantrekkelijk!
Vanaf 1 januari 2004 is de mogelijkheid beperkt om de betaalde hypotheekrente voor de eigen woning fiscaal in aftrek te brengen. Kern van de beperking: wordt een oude eigen woning met winst verkocht (gemeten ten opzichte van het nog openstaande bedrag van de lening voor die oude woning)? Dan dient deze winst in de nieuwe woning te worden geïnvesteerd. Dit heet de ‘bijleenregeling’. Alleen indien u voor de aankoop van de nieuwe woning meer geld nodig heeft dan de verkoopwinst op de oude woning, kunt u voor dit meerdere een lening afsluiten. Over dit deel is de verschuldigde rente fiscaal aftrekbaar. Indien u voor de hele aankoopsom een hypothecaire lening afsluit, dan wordt het gedeelte van het bedrag dat overeenkomt met de verkoopwinst op de oude woning door de fiscus niet als eigenwoningschuld aangemerkt. Dit is een box 3 schuld. Op deze regeling geldt tot en met 2009 één gunstige uitzondering: de goedkoperwonenregeling. Dit houdt in dat de eigenwoningschuld van de oude woning het minimumbedrag is van de eigenwoningschuld op de nieuwe woning. Met ingang van 2010 komt deze goedkoperwonenregeling echter te vervallen. Dit betekent dat de eigenwoningschuld op de nieuwe woning heel goed onder die op de oude kan komen te liggen, wat een aanzienlijk verschil betekent voor de fiscaal aftrekbare rente.

Voorbeeld verschil in 2009 en 2010
Een eigen woning waarvoor een eigenwoningschuld van € 200.000 geldt, wordt verkocht voor € 300.000. Door deze verkoop wordt een eigenwoningreserve (‘overwaarde’) van € 100.000 gevormd. Vervolgens wordt een nieuwe eigen woning gekocht voor 250.000, waarvoor de aankoopsom geheel wordt geleend. Van deze gefinancierde aankoopsom kan door de werking van de hoofdregel van de bijleenregeling slechts € 250.000 -  € 100.000 =  € 150.000 als eigenwoningschuld worden aangemerkt. Op grond van de goedkoperwoningregeling bedraagt deze € 200.000. In verband met de overige € 50.000 is geen renteaftrek in box 1 mogelijk. Als de goedkoperwonenregeling in 2010 vervalt, wordt de nieuwe eigenwoningschuld in dit voorbeeld € 150.000 in plaats van  € 200.000, zodat de rente in verband met de overige € 100.000 niet voor renteaftrek in box 1 in aanmerking komt.

Daar staat wel wat tegenover. Met ingang van 2010 mogen namelijk de afsluitkosten (in verband met de financiering van de nieuwe woning) tot de fiscaal erkende eigenwoningschuld gaan behoren mits meegefinancierd. Toch zal het vervallen van de goedkoperwonenregeling al snel per saldo nadelig uitpakken. Mocht u momenteel bezig zijn met de (mogelijke) aankoop van een nieuwe woning, neemt u dan gerust contact met ons op. Samen bekijken we hoe een mogelijke aankoop voor u fiscaal het meest voordelig uitpakt.
(november 2009)

Hogere mkb-winst-vrijstelling en geen urencriterium
Als u ondernemer voor de inkomstenbelasting bent, profiteert u volgend jaar een hogere mkb-vrijstelling. De vrijstelling in 2010 bedraagt 12 procent (tegenover 10,5 procent in 2009). Daarnaast is het met ingang van 2010 niet meer nodig om aan het urencriterium te voldoen om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen. Meer ondernemers krijgen dus recht op een (hogere) vrijstelling dan in voorgaande jaren. Misschien geeft dit voor u de doorslag om in 2010 ondernemer te worden?
(november 2009)

Octrooibox wordt innovatiebox met lager belastingtarief
Innovatie is belangrijk voor de versterking van de concurrentiepositie van Nederland. De overheid wil dat ons land ook in de toekomst aantrekkelijk blijft voor innovatieve ondernemers. Daarom vormt zij de huidige octrooibox om naar een innovatiebox, met een nog lager belastingtarief van 5 procent. De octrooibox is van oudsher een speciale tariefbox binnen de vennootschapsbelasting. Voordelen die in deze box vallen, worden nu belast tegen een tarief van 10 procent in plaats van het toptarief van 25,5 procent.
Het lagere tarief van 5 procent in plaats van 10 procent is niet het enige dat verandert. Voortaan mogen namelijk alle winsten behaald met innovatieve activiteiten onder dit 5 procentstarief worden geschaard. Er bestaat dus geen drempel meer van viermaal de voortbrengingskosten (voor octrooi-activa) of van € 400.000 (voor SenO-activa). Door deze versoepelingen wordt de innovatiebox nog aantrekkelijker voor bijvoorbeeld software en bedrijfsgeheimen.
Het nadeel dat verliezen op innovatieve activiteiten alleen tegen het verlaagde tarief in aftrek komen, is voor de jaren 2009 en 2010 al verzacht. Voor deze jaren kunnen die verliezen namelijk tegen het normale tarief van 25,5 procent worden verrekend. Wordt hierna alsnog winst gemaakt met deze activiteiten? Dan zullen de in aftrek gebrachte verliezen uiteraard wel eerst moeten worden ingelopen voordat de winsten onder de innovatiebox kunnen vallen.
(november 2009)

Bespaar geld door uw vermogensbestanddelen pas in 2010 te verkopen
Bent iu van plan vermogensbestanddelen te verkopen uit box 1 (bijvoorbeeld een eigen woning) of box 2 (bijvoorbeeld aandelen van de eigen bv)? Dan is het fiscaal gezien raadzaam om dit na 1 januari 2010 te doen. Drie redenen om vermogensbestanddelen na 2010 te verkopen:

  1. De vermogensrendementsheffing is box 3 wordt gebaseerd op het gemiddelde van twee peildata: 1 januari en 31 december (met ingang van 2011 blijft overigens alleen 1 januari over als peildatum).Verkoopt u bijvoorbeeld nog dit jaar een eigen woning? Dan wordt de ontvangen koopsom op 31 december bij uw vermogen in box 3 geteld en betaalt u dus een ongunstiger belastingtarief (behalve als het geld voor 31 december alweer in een andere woning is geïnvesteerd).
  2. De verkoop van een eigen woning kan leiden tot de vorming van een (fiscaal nadelige) eigenwoningreserve. Als een eigenwoningreserve na 2009 gevormd wordt, dan kent deze een kortere vervaltermijn (drie jaar) dan als deze nog in 2009 gevormd wordt (vijf jaar). Een extra reden dus om, als u uw eigen woning wilt verkopen, hiermee te wachten tot 2010. uiteraard kunnen er niet-fiscale redenen bestaan om een eigen woning toch voor 1 januari te verkopen, maar weegt u deze dan goed af tegen de fiscale nadelen.
  3. Bij de verkoop van aanmerkelijkbelang-aandelen (en het uitkeren van dividend hierop!) wordt de hierover verschuldigde inkomstenbelasting vanaf 1 juli van het jaar van verkoop berekend. Dat kan erg ongunstig uitwerken. In het extreemste geval moet iemand die op 31 december2009 zijn aanmerkelijkbelang-aandelen verkoopt (en dus op die dag pas recht krijgt op de verkoopopbrengst), heffingsrente over de inkomstenbelasting over de verkoopwinst betalen met ingang van 1 juli 2009. Als hij met deze verkoop gewacht had tot 1 januari 2010, zou hij pas heffingsrente verschuldigd zijn geweest vanaf 1 januari 2011! Met ingang van 2010 verschuift namelijk het moment vanaf wanneer heffingsrente wordt berekend weer naar 1 januari van het volgende jaar Aangezien de heffingsrente al enige tij d rond de 3 procent schommelt, kan dat een fikse besparing opleveren.

(november 2009)

Tijdelijke verruiming verliesverrekening vennootschapsbelasting
Om de liquiditeit van ondernemers te vergroten, maakt staatssecretaris De Jager een tijdelijke verruiming van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting (çarry back’) mogelijk. Dit houdt in dat de mogelijkheid tot huidige terugwenteling van verliezen van één jaar tijdelijk wordt verlengd tot drie jaar. In ruil hiervoor wordt de huidige voorwaartse verliesverrekening van negen jaar ingekort tot zes jaar. Deze maatregel gaat gelden voor de belastingjaren 2009 en 2010.
(november 2009)

Terugwenteling lijfrentepremies komt te vervallen
Momenteel bestaat de mogelijkheid om in de inkomstenbelasting voor 1 april betaalde (bancaire) lijfrentepremies te verrekenen met het belastbaar inkomen van het vorige jaar (terugwenteling). Deze mogelijkheid vervalt per 1 januari 2011.Houdt u hier rekening mee als u een premiebetalende lijfrentepolis bij een verzekeraar heeft of een lijfrenterekening bij een bank. Zeker als de premievervaldatum tussen 1 januari en 1 april ligt, kunt u dan eventueel nog tijdig actie ondernemen. Wij ondersteunen u hierbij uiteraard graag. Voor omzetting van de stakingswinst en de oudedagsreserves voor ondernemers in een (bancaire) lijfrente blijft terugwenteling wel mogelijk.
(november 2009)

2010: laatste kans voor extra verruiming WBSO!
Begin 2009 heet het kabinet de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) fors verruimd. Voor 2010 is er weer een extra verruiming aangekondigd.
De WBSO is een fiscale stimuleringsregeling waarmee innovatieve ondernemers hun loonkosten voor Speur- en Ontwikkelingswerk (SenO) danig kunnen verlagen. Spendeert uw organisatie tijd aan het ontwikkelen of verbeteren van een product of productieproces? Dan is het zaak dat u zo spoedig mogelijk een aanvraag indient. In 2009 hebben vele anderen met succes geprofiteerd van de extra financiële steun. De aangekondigde extra verruiming met ingang van 2010 is vermoedelijk de laatste kans om gebruik te maken van deze laagdrempelige loonkostenverlager. Naar verwachting wordt vanaf 2011 het klassieke budget van de WBSO 2008 weer van kracht. Voor 2010 is het belangrijk om te onthouden dat ieder SenO-uur in beginsel netto  14,50 waard is. Overleg met ons om te kijken wat uw potentiële WBSO-opbrengst zal zijn.
(november 2009)

Startersdag KvK 2009
De Kamer van Koophandel organiseerde op zaterdag 7 november 2009 weer de landelijke infodag voor startende ondernemers. Gerard van Welie AA bemande samen met Alfons Havekes AA (Countus Deventer) en Bart Szejnoga AA (Boon Accountants Apeldoorn) in Apeldoorn de stand van accountantsorganisatie NOvAA.
(november 2009)

Fiscus steeds lastiger bij ambtshalve verzoeken om btw-teruggave: Let op btw bij oude facturen!
Voor de start van het nieuwe seizoen ruimt u uw bureau op. U komt een factuur tegen van maart 2009, waarvan u weet dat u die nog moet betalen. U doet dit dan ook direct en neemt de factuur mee voor de btw-aftrek in augustus 2009. Mag dit? Helaas niet. De betaling natuurlijk wel, maar formeel gezien moet u de btw terugvragen in de periode dat de factuur is uitgeschreven (in het geval u geen kasstelsel mag gebruiken). Aangezien u altijd maandaangifte doet, had u de btw netjes voor 30 april op de aangifte maart moeten meenemen. Wat nu?
In principe kunt u binnen vijf jaar nog terug met uw verzoek om ambtshalve vermindering, in sommige gevallen zelfs binnen tien jaar. De fiscus is ook niet altijd een slechte partij in dezen en werkt vaak wel mee in alle redelijkheid. Toch kan de Belastingdienst uw verzoek om ambtshalve vermindering aan de kant leggen (en daar is geen bezwaar of beroep tegen mogelijk). Wel kan een persoonlijk gesprek met de inspecteur, waarin u vraagt wat zijn moverende redenen zijn, wellicht een nieuw inzicht geven voor beide partijen. In bezwaar gaan kan alleen - binnen zes weken - tegen een naheffingsaanslag, teruggavebeschikking of tegen de btw-betaling die u op de aangifte heeft gedaan.
Waarom wordt de fiscus steeds lastiger?
Begin dit jaar is er echter een uitspraak geweest van de Hoge Raad (LJN: BG9874) met verstrekkende gevolgen voor zowel de Belastingdienst als voor de ondernemer. De kern van de uitspraak? De Hoge Raad heeft beslist dat de Belastingdienst niet nog een keer de ambtshalve btw kan naheffen, voor zover u per saldo een bedrag aan omzetbelasting heeft terugontvangen.  Mocht er dus na onderzoek van de Belastingdienst blijken dat u ten onrechte een ambtshalve teruggaaf heeft ontvangen, dan mag de fiscus dit bedrag in veel gevallen toch niet meer terugvorderen. Zeer waarschijnlijk wordt de Belastingdienst dus - met deze uitspraak in de hand - steeds lastiger bij ambtshalve verzoeken om teruggave.
Zaak is dan ook dat u er snel bij bent met de aangifte, meteen de inkoopfacturen inboekt en ervoor zorgt dat u onder meer suppletie-aanvragen tot een minimum beperkt.
(september 2009)

Tarief vennootschapsbelasting tijdelijk verlaagd naar 20%
Het tarief voor winsten tot € 200.000 in de vennootschapsbelasting is voor de jaren 2009 en 2010 verlaagd tot 20%. Het tarief voor de winst vanaf € 200.000 is 25,5%. De tweede schijf van 23% is hiermee vervallen.
Met ingang van 1 januari 2011 telt de vennootschapsbelasting weer drie belastingschijven. De situatie is dan als volgt:

  1. Winsten tot € 40.000 worden belast tegen 20% (eerste schijf).
  2. Winsten vanaf € 40.000 tot € 200.000 worden belast tegen 23% (tweede schijf).
  3. Winsten vanaf € 200.000 worden belast teen 25,5% (derde schijf).

Schenking aan kinderen in 2010 veelal minder gunstig
Staatssecretaris De Jager heeft voorgesteld om de belastingheffing op erven en schenken in 2010 aanzienlijk te verlagen. Dit geldt helaas niet in alle gevallen. Schenken aan kinderen wordt in 2010 in veel gevallen juist een stuk minder aantrekkelijk. In het onderstaande overzicht vindt u een aantal concrete voorbeelden.

Bedrag
Schenkings
Schenkings
Verschil
schenking
recht
recht
2009
2010
7.500 147 250 103
10.000 272 500 228
25.000 1.022 2.000 978
50.000 2.952 4.500 1.548
100.000 9.082 9.500 418
125.000 12.832 12.000 -832
175.000 20.332 21.500 1.168

Ondanks dat het voorstel nog officieel moet worden goedgekeurd, adviseren wij u nog dit jaar contact met ons op te nemen als u van plan bent een schenking te doen. Vaak is het immers juist raadzaam nog in 2009 te schenken i.p.v. in 2010.
(september 2009)

Langer tijdelijk contract voor jongeren
Tijdens de crisis mag u als werkgever jongeren tot 27 jaar langer en vaker aanstellen met een tijdelijk contract. Normaal gesproken moet een werkgever bij tijdelijke contracten na een periode van drie jaar of bij het vierde contract een medewerker vast in dienst nemen. In onzekere tijden bestaat het risico dat werkgevers een jongere medewerker na die periode niet in dienst houden. Het kabinet wil jeugdwerkloosheid voorkomen en heeft daarom een wetsvoorstel van minister Donner voor spoedadvies naar de Raad van State gestuurd. Als het wetsvoorstel is aangenomen door het parlement hoeft een werkgever een jongere werknemer pas na een periode van vier jaar of bij het vijfde tijdelijke contract een vaste baan aan te bieden. De tijdelijke maatregel geldt in principe voor twee jaar.
(september 2009)

Afschaffing motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto´s
Staatsecretaris De Jager heeft aangekondigd dat bezitters van zeer zuinige auto´s in 2010 geen motorrijtuigenbelasting meer hoeven te betalen.
Bezitters van personenauto´s met lage CO2-uitstoot betalen momenteel al minder motorrijtuigenbelasting, namelijk 25% van het tarief voor personenauto´s die niet aan de eis voldoen. De staatssecretaris berichtte de Tweede Kamer via een ´vergroeningsbrief´over de afschaffing met ingang van 2010.
Onder zeer zuinige auto´s worden verstaan: auto´s met een dieselmotor waarbij de maximale uitstoot 95 gram per kilometer is en auto´s met een andere motor waarbij de maximale uitstoot 110 gram per kilometer is. Hieronder vallen kleine auto´s als Daihatsu Cuore, Toyota Aygo, Citroen C1 en Peugeot 107, maar ook grotere modellen als Honda Civic Hybride en Toyota Prius. Voor bestuurders met een auto van de zaak uit deze categorie is er nog een voordeel. Zij betalen slechts 14% bijtelling.
(september 2009)

Overheid biedt ondernemers extra garantie voor betalingsrisico's
Relatief veel ondernemers zoeken - juist in deze tijden van economische crisis - naar garanties dat ze hun geld krijgen, bijvoorbeeld via een exportkredietverzekering. De overheid helpt u nu een handje met een tijdelijke aanvullende staatsverzekering waarmee u de verzekeringslimiet van uw betalingsrisico´s kunt verdubbelen. Deze staatsverzekering is uiteraard niet zomaar in het leven geroepen. Omdat door de economische neergang ook de risico´s voor verzekeraars toenemen, hebben deze de bedragen waarvoor een bedrijf zich kan verzekeren de afgelopen periode verlaagd. Zeker voor een exportland als Nederland zou dit de handel kunnen belemmeren, met alle ongunstige gevolgen van dien.
Dankzij de maatregel van het kabinet kunnen bedrijven via hun bestaande polis bij hun kredietverzekeraar een verhoging van een verlaagde limiet aanvragen. De overheid dekt maximaal het dubbele van de verzekerde limiet.
Bijvoorbeeld: Een kredietverzekeraar verlaagt bijvoorbeeld de limiet van € 70.000 naar € 30.000. Als ondernemer kunt u dan nog een aanvullende staatsverkering verkrijgen van € 30.000. Hiervoor betaalt u wel een hogere premie. Het totale verzekerde bedrag mag niet hoger zijn dan de oorspronkelijke kredietlimiet.
De maatregel - die geldt voor zowel binnenlandse als buitenlandse handel - is ingegaan op 1 juli 2009 en loopt tot en met 31 december 2009.
(september 2009)

Vraag btw tijdig terug bij oninbare factuur
Vooral in perioden van crisis kunt u als ondernemer te maken krijgen met een oninbare factuur. U bent niet alleen de kosten van het geleverde product kwijt, maar hebt ook de btw hierover al betaald. Is er een oplossing voor dit probleem? Een ondernemer moet de btw die aan klanten in rekening is gebracht binnen een maand na afloop van het tijdvak afdragen aan de Belastingdienst. Er wordt uitgegaan van de factuurdatum. Als de factuur nog niet door de klant is betaald, moet de ondernemer het bedrag dus voorschieten. Bent u dit btw-bedrag nu kwijt als uw klant niet betaalt? Niet altijd. U kunt de btw terugvragen bij de Belastingdienst. Er zijn wel een aantal voorwaarden om voor teruggaaf in aanmerking te komen:
Het moet aantoonbaar zijn dat de factuur niet is (of zal worden) betaald. Dat kan blijken uit correspondentie en aanmaningen van een incassobureau. Als uw debiteur failliet is kunt u aan de curator een verklaring vragen.
Het verzoek moet tijdig worden ingediend bij het belastingkantoor van uw regio. Op tijd houdt in: binnen het tijdvak waarin vast is komen te staan dat uw debiteur niet betaalt. Te late inlevering van een verzoek kan reden tot afwijzing zijn. Het verzoek moet vergezeld gaan van bewijsstukken, zoals de eerdergenoemde correspondentie, de verklaring en de gegevens van de debiteur (naam en adres, nummer en datum van de factuur, het factuurbedrag en het btw-bedrag dat u terugvraagt).
(september 2009)

Zakelijk spamverbod vanaf 1 oktober van kracht
Vanaf 1 oktober 2009 geldt in Nederland een algeheel spamverbod. Er mogen dan ook geen ongevraagde elektronisch berichten (sms, nieuwsbrief en fax) meer worden verstuurd naar bedrijven. Het spamverbod was al langer van kracht voor consumenten.
Het is raadzaam voor 1 oktober uw huidige adressenbestand met zakelijke adressen een verzoek tot opt-in te versturen. Een opt-in betekent dat de ontvanger zich expliciet moet hebben opgegeven voor het ontvangen van uw e-mail. Het is belangrijk dat de ontvanger hier een actieve actie voor verricht, door bijvoorbeeld een vinkje te zetten. Alleen een mededeling dat de ontvanger in uw bestand staat en zich uit kan schrijven is niet meer voldoende.
Vanaf 1 oktober mag u dus ook niet zomaar adressenbestanden kopen voor het versturen van ongevraagde e-mail. U moet altijd vooraf vragen of u een bericht mag versturen. OPTA, de toezichthouder van de overheid, ziet er streng op toe dat bedrijven en organisaties zich aan de nieuwe regel houden. Overtreding van het spamverbod kan leiden tot de blokkering van uw e-mailadres of, in het ergste geval, een boete van maximaal € 450.000.
Er zijn organisaties die algemeen kenbaar maken (bijvoorbeeld via hun website) dat zij bepaalde ongevraagde elektronische berichten wensen te ontvangen. In dat geval mag u hen die informatie toesturen – zonder toestemming vooraf. Ook mag u uw eigen klanten die eerder een product/dienst afnamen een aanbieding voor soortgelijke producten/diensten doen, mits zij hier geen bezwaar tegen hebben gemaakt.  Wel moet u inschatten wat de verwachting van de klant is bij het begrip ‘soortgelijk’.
Tip: biedt de ontvanger van uw bericht altijd de mogelijkheid om zich uit te schrijven voor uw mailings (opt-out).
Meer over het spamverbod? Kijk op de overheidswebsite. Antwoord voor bedrijven, www.antwoordvoorbedrijven.nl.
(september 2009)

Akkoord over sloopregeling oude (bestel)auto’s
Als u een oude personen- of bestelauto bezit, kan de sloopregeling voor u van belang zijn. Minister Cramer van VROM heeft een akkoord bereikt met RAI Vereniging, BOVAG en AutoRecycling Nederland (ARN) over een sloopregeling voor oude (bestel)auto’s. De regeling is op 29 mei ingegaan. Bezitters van een oude personen- of bestelauto krijgen een premie als zij deze laten slopen en inruilen voor een nieuwer voertuig (bouwjaar 2001 of jonger). In het overzicht staan de voorwaarden en de premies van de sloopregeling. Deze premies gelden als de oude auto wordt ingeruild voor een nieuwere benzinepersonen- of bestelauto met bouwjaar vanaf 1 januari 2001 of een dieselpersonen- of bestelauto die is voorzien van een af-fabriek roetfilter. Het is mogelijk om bij inlevering van een diesel(bestel)auto een benzine (bestel)auto terug te kopen en vice versa. De regeling eindigt als het budget van de overheid en de autobranche op is. De auto moet sinds 1 maart 2008 op uw naam staan en de APK moet nog minimaal drie maanden gldig zijn. De premie bedraagt voor personen- of bestelauto's op benzine van vóór 1990 € 750 en van 1990 tot en met 1995 € 1.000. Voor personenauto's op diesel van vóór 2000 en bestelauto's tot 1.800 kg is de premie € 1.000, voor bestelauto's van vóór 2000 boven 1.800 kg € 1.750.
(juni 2009)

Deeltijd-WW ook per werknemer
Het is voor bedrijven in zwaar weer inmiddels mogelijk geworden om met individuele werknemers afspraken te maken over korter werken via de deeltijd-WW, wanneer de vakbonden zich op oneigenlijke gronden blijven verzetten. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de vakbonden wegeren in te stemmen met een deeltijd/WW/regeling, omdat een werkgever het inkomen niet wil aanvullen tot honderd procent. Aan de andere kant mogen werkgevers een verzoek om loonaanvulling niet op voorhand afwijzen. Werkgevers en vakbonden bereiken dit compromis in de Stichting van de Arbeid. Als werkgevers en vakbonden er op bedrijfsniveau niet uitkomen, moet dit worden gemeld bij het Meldpunt deeltijd/WW bij het Ministerie van Sociale Zaken. De regeling deeltijd/WW bestaat sinds april en is bedoeld voor bedrijven die door de economische crisis minder werk hebben. Zij kunnen personeel tijdelijk minder laten werken. De ondernemer betaalt alleen salaris over de gewerkte uren, voor de overige uren krijgen werknemers een WW-uitkering. Voordeel is dat een werkgever zijn (vak)mensen niet hoeft te ontslaan. Hij heeft hen namelijk weer nodig als het economisch beter gaat. Na afloop van de deeltijd-WW mag de werkgever de werknemer drie maanden lang niet ontslaan. Gebeurt dit toch, dan moet de werkgever uitkeringsgeld terugbetalen aan UWV Werkbedrijf. Het is dus belangrijk een deeltijd-WW aanvraag zorgvuldig voor te bereiden.
(juni 2009)

BTW over de grens
Het wordt voor u makkelijker om btw terug te vragen die in rekening is gebracht in een andere Europese lidstaat. Nu moet u nog een formulier en facturen opsturen naar een buitenlandse belastingdienst (dit moet vóór 1 juli 2009!!!!!), maar vanaf 1 januari 2010 kunt u deze btw terugvragen via de Nederlandse Belastingdienst. Het voorstel tot wetswijziging van staatssecretaris De Jager aan de Tweede Kamer vloeit voort uit afspraken die de Europese ministers van Financiën maakten in het zogenaamde btw-pakket en de frauderichtlijn. Behalve dat ondernemers een verzoek om teruggaaf vanaf 1 januari 2010 niet meer hoeven in te dienen bij buitenlandse belastingdiensten, wordt er ook sneller uitbetaald. Buitenlandse belastingdiensten moeten rente vergoeden als ze de gestelde termijn niet halen. Ook hoeven ondernemers die grensoverschrijdende diensten aan andere ondernemers verrichten, doorgaans geen btw meer te factureren. Vanaf 2010 wordt de omzetbelasting vaak geheven op de vestigingsplaats van de afnemende ondernemer. Hierdoor hoeft er meestal geen buitenlandse btw op de factuur in rekening gebracht te worden. Aan het buitenland leverende ondernemers moeten periodiek wel een overzicht indienen bij de Belastingdienst van diensten die zij hebben verricht aan buitenlandse ondernemers. Naar keuze kan dit maandelijks of eenmaal per kwartaal. Ondernemers die meer dan € 1000.00 per kwartaal aan goederen aan andere lidstaten leveren, moeten per maand een opgave verstrekken. Hierdoor wordt btw-fraude tegengegaan.
(juni 2009)

Verbetering fiscale positie dga op  komst
Staatssecretaris De Jager van Financiën kondigde in zijn ´Notitie Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder´ maatregelen aan om de fiscale positie van de directeur-grootaandeelhouder te verbeteren. Op deze pagina leest u er meer over. De wetsvoorstellen zullen worden opgenomen in het Belastingplan 2010 en me ingang van 1 januari 2010 in werking treden.
(juni 2009)

Gebruikelijk loonregeling dga verandert
Een dga die voor de bv werkzaam is, valt onder de loonbelasting. Dat wijzigt niet. De Belastingdienst hanteert hiervoor het ´gebruikelijk loon´, dat wil zeggen: een fiscaal loon dat in de markt voor vergelijkbare arbeid gebruikelijk is. Dit gebruikelijke loon is (in 2009) minimaal € 40.000 bruto per jaar, inclusief vakantietoeslag. (De gebruikelijk loonregeling moet voorkomen dat dga´s zichzelf een te laag of zelfs geen loon toekennen.) De staatssecretaris kondigt aan dat de gebruikelijk loonregeling niet meer van toepassing is als het loon lager is dan € 5.000 per jaar. Dit is bijvoorbeeld het geval bij pensioen-bv´s. In deze gevallen hoeft er dan geen loonadministratie voor te worden opgezet.
(juni 2009)

Terbeschikkingstellingsregeling soepeler
Dga’s die (bijvoorbeeld) een pand aan hun bv ter beschikking stellen , worden daarvoor momenteel belast in box 1. De staatssecretaris stelt nu ter versoepeling het volgende voor:

  1. Eenmalig mag een ter beschikking gesteld pand (een ‘tbs-pand’) worden ingebracht in de bv, zonder dat dit gebeurt met heffing van inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting. Deze maatregel geldt voor de duur van één jaar.
  2. De dga krijgt een faciliteit die vergelijkbaar is met de MKB-winstvrijstelling.
  3. De dga mag de herinvesteringsreserve (=winst op de verkoop van bedrijfsmiddelen reserveren voor herinvestering, en aldus de belasting over boekwinst uitstellen) en de kostenegalisatiereserve toepassen (=reserve om kosten en lasten gelijkmatig te verdelen, bijvoorbeeld in geval van onderhoudskosten van een pand, waarbij een eenmalige uitgave over langere tijd wordt gespreid).
  4. De zgn. ‘vermogenstoets’(de eis dat belastingschuldige over onvoldoende middelen beschikt om de belasting te voldoen) vervalt.

(juni 2009)

Minder belasting op erven en schenken
De belastingheffing op erven en schenken gaat flink omlaag en vrijstellingen gaan omhoog. Staatssecretaris Jan Kees de Jager moderniseert hiermee de verouderde Successiewet van 1956. Deze oude wet kent een stelsel van zeven schijven (€) en vier tariefgroepen (%), waarin de percentages stijgen naarmate de erfenis hoger is en/of de familieband tot de erflater afneemt. In de eerste groep (tariefgroep 1: partners/kinderen) lopen de percentages van 5% t/m 27%. In de andere drie groepen (1A: kleinkinderen, 2: broers/zusters/ouders en 3: niet- en vérverwanten) lopen deze van resp. 8%, 26% en 41% naar resp. 2%, 53% en 68%. In het nieuwe stelsel gaan de tarieven voor partners en kinderen omlaag naar 10% over de eerste € 125.000 en 20% over het meerdere. De tarieven voor de overige verkrijgers dalen naar 30% over de eerste € 125.000 en 40% over het restant. De tariefgroep van 41 t/m 68% (niet- en vérverwanten) verdwijnt. Daarnaast gaat de vrijstelling voor de echtgenoot en partners omhoog naar € 600.000 en die voor kinderen omhoog naar €19.000. Door de verhoging van de vrijstelling zullen minder mensen erfbelasting hoeven te betalen. In het bijzonder zullen er nog minder echtgenoten en partners zijn die belasting hoeven te betalen.
(juni 2009)

Bedrijfsoverdracht fiscaal makkelijker
Om bij een bedrijfsoverdracht (binnen of buiten de familiekring) het voortbestaan van het bedrijf niet in gevaar te brengen wordt bedrijfsoverdracht fiscaal makkelijker gemaakt. De vrijstelling gaat omhoog: in de nieuwe wet geldt een vrijstelling van 90 procent van de waarde van het bedrijf. Deze is nu 75 procent. Deze vrijstelling geldt ook voor onroerend goed dat de dga aan zijn vennootschap ter beschikking stelt. Voor de verschuldigde belasting over de resterende 10 procent kan tien jaar uitstel van betaling worden verkregen. Naast de genoemde maatregel wordt het in de inkomstenbelasting mogelijk om ook bij schenking van een aanmerkelijk belang (= meer dan 5% van de aandelen in een onderneming) gebruik te maken van een doorschuiffaciliteit. Nu kan dat alleen nog maar bij het vererven van een aanmerkelijk belang. De doorschuiffaciliteit is de wijze van bedrijfsoverdracht aan een medeondernemer, werknemer of familie, waarbij onder voorwaarden fiscaal niet hoeft te worden afgerekend. De belastingclaim op de inkomsten uit de bedrijfsoverdracht wordt hier doorgeschoven naar de erfgenamen. De doorschuiffaciliteit geldt alleen voor zover de bv waarvan deze aandelen worden doorgeschoven, een materiële onderneming drijft. Deze eis zal ook gaan gelden voor de doorschuiffaciliteit bij vererven van aanmerkelijk belangaandelen (waarbij een overgangsregeling zal worden getroffen). Beide doorschuiffaciliteiten zorgen ervoor dat een belastingclaim geen hindernis meer vormt bij bedrijfsopvolging. Zo wordt het voor dga’s aantrekkelijker om bij leven een aandelenpakket door te schuiven naar hun opvolger. Omdat er door doorschuiffaciliteit voor schenking komt, komt de uitstel van betalingsfaciliteit bij schenking te vervallen. Voor de situatie waarbij de aanmerkelijk belangaandelen worden overgedragen tegen schuldigerkenning, wordt de betalingsregeling verruimd. Bij schenken worden leeftijdsgrens en arbeidsongeschiktheideis losgelaten: de schenker hoeft niet langer arbeidsongeschikt of 55 jaar of ouder te zijn.
Het is de bedoeling dat de herziene wet ingaat op 1 januari 2010.
(juni 2009)

Subsidie voor aantrekken personeel uit andere sector
Het is voor werkgevers mogelijk extra steun te krijgen voor het omscholen van werknemers die met ontslag worden bedreigd. Om hen te stimuleren personeel uit een andere sector aan te nemen, wordt de omscholing deels gesubsidieerd. Op die manier kan werkloosheid worden voorkomen en worden werknemers van baan naar baan geleid. De nieuwe werkgever kan in aanmerking komen voor een subsidie van 50 procent van de scholingskosten van de werknemer (tot een maximum van € 2500 per werknemer per jaar). Een voorwaarde om de subsidie te ontvangen, is dat deze wordt gebruikt voor om- of bijscholing die resulteert in een certificaat of een diploma. Een tweede eis is dat de werkgever zelf de helft van de scholingskosten betaalt. De omscholing is gekoppeld aan een concrete baan doordat de nieuwe werkgever meebetaalt. De subsidieregeling is speciaal gericht op werknemers met een regulier arbeidscontract die inmiddels een ontslagaanzegging hebben ontvangen. Het gaat er in de maatregel uitdrukkelijk om werkloosheid van werknemers te voorkomen, en niet om bestaande transities op de arbeidsmarkt te subsidiëren. 
(juni 2009)

Wijziging in btw-correctie auto van de zaak
De btw-correctie voor de auto van de zaak is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 gewijzigd. Indien voor de inkomstenbelasting/loonbelasting (IB/LB) 14% mag worden bijgeteld, sluit de btw-regelgeving zich daarbij aan. Dit staat in een nieuw besluit van het ministerie van Financiën van 9 februari 2009. Een aantal berekeningswijzen is aangepast.
Personenauto’s: De btw-correctie die ondernemers moeten aangeven omdat auto’s aan personeelsleden ter beschikking worden gesteld, stond voorheen los van de IB-bijtellingspercentages. Met terugwerking tot 1 januari 2008 is die koppeling echter wel gemaakt. Voortaan geldt dus: 12% x 14% resp. 12% x 20% resp. 12% x 25% x de cataloguswaarde (afhankelijk van de categorie waarin de auto valt).
Bestelauto’s: Voor bestelauto’s met wisselende bestuurders moest voorheen een btw-correctie worden aangegeven van 12% x 10% x cataloguswaarde. Met terugwerking tot 1 januari 2008 wordt de jaarlijkse correctie 12% x € 300 per werknemer per bestelauto.
Indien één van de genoemde wijzigingen (behalve die voor het nieuwe gunstige milieupercentage van 20% voor de waarde van milieuvriendelijke auto’s) tot een lagere correctie leidt, neem dan contact met ons op.
(april 2009)

Beleggingsknip pensienregeling toegestaan
Werknemers – in dit geval ook dga’s -  die met een beschikbarepremieregeling in de periode tot 1 januari 2014 met pensioen gaan, kunnen zwaar worden gedupeerd door de combinatie van het huidige beursklimaat en de lage rentestand. Het beschikbare pensioenkapitaal, waarmee pensioenuitkeringen moeten worden aangekocht, kan de afgelopen periode immers fors zijn verminderd. In hoeverre dit het geval is geweest, hangt uiteraard samen met de gekozen beleggingsvorm. Minister Donner en staatssecretaris De Jager hebben op 5 februari jl. in antwoord op Kamervragen laten weten dat een zgn. ‘beleggingsknip’ wordt toegestaan. Dit betekent dat eerst een tijdelijke uitkering van maximaal vijf jaar wordt aangekocht. Aankoop van de levenslange uitkering mag gedurende deze ‘knipperiode’ worden uitgesteld. De kans bestaat dat de uitgestelde uitkeringen vanwege eventueel herstellende beurskoersen hoger uitpakken dan nu.
(april 2009)

Arbeidsovereenkomsten onbeperkt verlengen?
Mogen we arbeidsovereenkomsten onbeperkt verlengen? En wat is de consequentie als we ze vergeten te verlengen? We geven hier in het kort de antwoorden weer.
De Flexwet zegt dat u arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd maar twee keer mag verlengen. Dus u mag uw werknemer drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aanbieden, voordat een arbeidsovereenkomst naar onbepaalde tijd overgaat. Deze drie overeenkomsten mogen in totaal bij elkaar de duur van maximaal 36 maanden omvatten. In de cao kan hiervan worden  afgeweken,zoals bij de horeca-cao.
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege. Betekent dit dat als u vergeet een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te bieden en de werknemer is na zijn overeenkomst nog steeds aan het werk, dat de werknemer dan automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft? Nee! De  overeenkomst wordt van rechtswege verlengd met dezelfde periode onder dezelfde arbeidsvoorwaarden. (Maar ook hier kan in de cao van worden afgeweken. Zo zijn er cao’s, waarin staat dat de eerste overeenkomst uitsluitend met onbepaalde tijd kan worden verlengd). Als de werkgever na de tweede verlenging vergeet iets vast te leggen en de werknemer werkt nog gewoon, dan wordt dit als een onbepaaldetijddienstverband beschouwd. Wanneer tussen de arbeidsovereenkomsten een periode van drie maanden en een dag zit, begint de cyclus opnieuw.
Let op! Enkele cao’s schrijven voor dat de werknemer voor bepaalde tijd altijd een schriftelijke overeenkomst moet hebben. Indien de werknemer zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst aan het werk is, stelt de cao dat u een werknemer voor onbepaalde tijd in dienst hebt (bijvoorbeeld bij de kappers-cao).
(april 2009)

Kredietcrisis kan fiscaal voordeel opleveren
Ook een crisis kan fiscale voordelen hebben. Het kan namelijk gunstig zijn om nu uw bedrijf binnen de familiekring over te dragen en de waardering van uw onderneming te laten uitvoeren.
Veel bedrijven, en dus ook familiebedrijven, zien zich door de financiële crisis geconfronteerd met tegenvallende bedrijfsresultaten. Deze resultaten zorgen voor een lagere waardering van de onderneming. Door de daling van de ondernemingswaarde kan de overdracht van het bedrijf tegen een aanzienlijk lagere fiscale waarde plaatsvinden. Een waardestijging van de onderneming in de toekomst zorgt dan voor een voordeel bij de kinderen.
(april 2009)

Voorbereidingstijd starters telt mee voor urencriterium
ZZP’ers en andere starters die de voorbereidingstijd gebruiken voor het starten van hum bedrijf,mogen deze tijd meetellen voor het urencriterium. Het gerechtshof in Den Haag heeft dit bepaald.
De uitspraak is belangrijk voor iedereen die een eigen bedrijf wil beginnen. Een ondernemer komt namelijk in aanmerking voor zelfstandigenaftrek en startersaftrek mits hij het urencriterium behaalt. En dit is bijbesteding van 1225 uur per jaar aan zijn onderneming het geval. Uren die worden gemaakt voor bijvoorbeeld een businessplan schrijven, seminars volgen of de Kamer van Koophandel bezoeken, mogen nu  wordenmeegeteld voor het urencriterium.
(april 2009)

Rittenregistratie voor bestelauto’s vereenvoudigd
Als uw medewerker met de bestelauto van de zaak vaak veel ritten op een dat heeft, kan een rittenregistratie bijhouden (i.v.m. het privégebruik van het voertuig) een grote last zijn, zowel voor u als voor uw medewerker. In dit geval mag de medewerker het bewijs voor het aantal gereden privékilometers leveren met een combinatie van een vereenvoudigde rittenregistratie en de zakelijke adressen in de (project)-administratie van de werkgever. Voorwaarde is wel dat werkgever en werknemer afspreken dat de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan en de werkgever de zakelijke adressen in zijn (project)-administratie heeft. Deze afspraken moeten schriftelijk worden vastgelegd.
De vereenvoudigde rittenregistratie moet het volgende bevatten:de gegevens van de bestelauto (merk, type, kenteken), de gegevens per dag (datum, werktijd, begin- en eindkilometerstand, een verwijzing naar zakelijke adressen in de (project)-administratie van de werkgever, en de volgorde waarin deze adressen zijn bezocht als dat niet uit de administratie van de werkgever blijkt). Maakt de werknemer met de bestelauto een privérit, dan vermeldt hij: de datum, de begin- en eindkilometerstand van de privérit en het vertrek- en aankomstadres.
(april 2009)

Starters kunnen makkelijk lenen
Beginnende ondernemers zijn – ook of juist in tijden van economische crisis – hard nodig. De overheid wil starters steunen door hen makkelijker geld te laten lenen bij banken. Zij begint hiervoor twee proeven met garantstellingen of  leningen, waarvoor 27 miljoen euro beschikbaar is. De eerste proef is de oprichting van een fonds voor kredietverlening aan beginnende ondernemers. Het fonds wordt beheerd door Qredits, een samenwerkingsverband van vier banken en het ministerie van EZ. Starters met een goed bedrijfsplan die geen lening kunnen krijgen bij een bank, kunnen via dit fonds maximaal € 35.000 lenen.
De tweede proef is dat de borgstellingsregeling van het ministerie van SZW uit 2007 wordt verruimd. Deze regeling - voor ondernemers in Flevoland, Rotterdam, Leeuwarden, Twente en Tilburg die starten vanuit een uitkeringssituatie – geldt nu ook voor starters zonder uitkering.
Naast kredieten geldt voor beide proeven dat ondernemers ook coaching en advies krijgen. De proeven lopen tot 1 januari 2011. Hierna besluiten de staatssecretarissen van beide ministeries of de ervaringen resulteren in een landelijke regeling.
(april 2009)

Pensioengerechtigde medewerkers in dienst nemen of houden?
Het kabinet wil graag dat werknemers na hun pensioengerechtigde leeftijd bij het arbeidsproces betrokken blijven. Hier zitten echter nog wel een paar haken en ogen aan.
Het reguliere arbeids- en ontslagrecht is hier van toepassing. Dus als een werknemer na zijn pensioengerechtigde leeftijd bij u blijft doorwerken en hij heeft een onbepaaldetijdovereenkomst, dan wordt dit contract voortgezet voor onbepaalde tijd. Eventueel kan een cao dit anders bepalen. Als dit niet zo is, is het goed om tussen de nieuwe en de oude arbeidsovereenkomst een periode van tenminste drie maanden en één dag aan te houden, waarin de werknemer niet voor u werkt en geen arbeidsovereenkomst met u heeft en ook niet via een uitzendbureau ingehuurd wordt.  Na die periode kunt u weer drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten met de werknemer aangaan, mits dit in de cao is toegestaan.
Als uw werknemer langdurig ziek wordt, moet u, zolang de arbeidsovereenkomst bestaat, de Wet verbetering poortwachter toepassen. Dat houdt in dat u bijeen dreigend langdurig verzuim een probleemanalyse maakt, een plan van aanpak opstelt, periodiek evalueert enzovoorts. Ook moet u tijdens de eerste twee jaar van ziekte het loon doorbetalen. Hiertegen kunt u zich niet verzekeren en dit kan een forse financiële strop betekenen.
Los van de ruime kennis en ervaring die de 65-plusser inbrengt, is het voor u vooral een financieel voordeel. U hoeft namelijk geen pensioenpremie, AOW-premie en premie voor de werknemersverzekering af te dragen. Denk er wel aan dat u de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet wel verschuldigd bent.
(april 2009)

Goedkoop factureren per e-mail
Vanaf 16 februari 2009 mag u  uw rekeningen e-mailen. Staatssecretaris De Jager heeft besloten dat (elektronische) facturen voortaan vormvrij zijn. U kunt daardoor bijvoorbeeld ook facturen versturen als pdf-document. Elektronische facturen zijn net zo veilig en u bespaart ermee op drukwerk- en verzendkosten. Het was al mogelijk om elektronische facturen te sturen, maar die moesten aan allerlei voorwaarden van de Belastingdienst voldoen om onder andere de echtheid te kunnen controleren. De Jager schrapt die regels, zodat het makkelijk wordt om een factuur te e-mailen.
U kunt uw elektronische factuur ook beveiligen. Zo kunt u een pdf-document voorzien van een wachtwoord. De ontvanger kan zo’n document dan wel lezen en afdrukken, maar niet wijzigen. Als u het naar uw afnemer verstuurt, weet u zeker dat de inhoud van het bericht niet tijdens de verzending over het internet is veranderd. De overige factuurvereisten wijzigen niet: op uw elektronische nota moet u alle informatie vermelden die ook op een papieren factuur moet staan.
(april 2009)

CO² uitstoot auto van de zaak bepaalt fiscale bijtelling
De overheid wil het gebruik van zuinige auto’s nog aantrekkelijker maken. Vanaf 1 januari 2009 gelden daarom voortaan drie percentages voor de fiscale bijtelling auto van de zaak. Daarbij geldt: hoe zuiniger de auto, hoe lager de bijtelling. De tarieven, waarvan de hoogte wordt bepaald door de CO² uitstoot van de auto, zijn:

Als een werknemer per kalenderjaar niet meer dan 500 kilometer privé rijdt en dit kan bewijzen (bijvoorbeeld met een rittenadministratie), is er geen bijtelling. De werknemer kan hiervoor de “Verklaring geen privégebruik auto” aanvragen bij de Belastingdienst.

Voor bestelauto’s geldt nog het volgende. Er vindt geen bijtelling plaats als:

(februari 2009)

Beperking btw-aftrek privégebruik onder vuur
Momenteel is de btw op personeelsverstrekkingen (kerkpakketten, leaseauto’s, mobiele telefoons) en relatiegeschenken (voor een deel) niet aftrekbaar. Dit is geregeld in het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA).
Recent is aan het Europese Hof van Justitie gevraagd te oordelen of deze regeling past in de Europese btw-regeling. Als het BUA in strijd is met Europese regels, kan de Belastingdienst de btw-aftrek niet langer weigeren. Maar let op! De btw-wetgeving kent echter sinds 1 januari 2007 een regeling die het voordeel weer tenietdoet. Die regeling houdt in dat deze verstrekkingen worden gelijkgesteld met leveringen of diensten waarvoor btw is verschuldigd.
Het is de vraag of de Belastingdienst deze nieuwe regeling alsnog mag laten gelden voor op basis van de oude btw-aangiften ingediende bezwaarschriften. De afrekening van de afgetrokken btw wegens privé-gebruik van bedrijfsgoederen en bedrijfsdiensten moet in de laatste aangifte van het jaar worden opgenomen. Het advies is daarom om in ieder geval tegen de laatste btw-aangifte van 2008 bezwaar te maken.
Let op! Raadpleeg voor het maken van bezwaar altijd uw accountant.  
(februari 2009)

Eis afmeting logo op bedrijfskleding geldt per kledingstuk
Wanneer u werkkleding verstrekt of vergoedt, is dit onbelast. Als voorwaarde wordt gesteld dat de werkkleding een logo met een oppervlakte van minimaal 70 cm bevat. Dit “logo” mag trouwens ook bestaan uit een beeldmerk en een tekst.
Het gerechtshof in Amsterdam beoordeelde dat de beeldkenmerken van de kleding samen 70 cm  moesten bedragen. De Hoge Raad geeft echter aan dat elk kledingstuk afzonderlijk aan de logo-eis van 70 cm  moet voldoen.
Denk hier dus aan bij de keuze van de bedrijfskleding, zodat u niet het risico loopt later een naheffing te ontvangen.
(februari 2009)

Farbo-subsidieregeling verdwijnt
De Farbo-regeling wordt afgeschaft. Op grond van die regeling kunnen ondernemers subsidie krijgen voor de aanschaf van apparaten die de blootstelling van werknemers aan lawaai, gevaarlijke stoffen of lichamelijke belasting beperken.
Deze stimuleringsmaatregel wordt afgeschaft omdat ze niet effectief genoeg is. Ongeveer 70% van de werkgevers zou de genoemde apparaten ook zonder subsidie hebben aangeschaft. Bovendien kwam het geld maar in een beperkt aantal sectoren terecht. Ook past volgens de overheid een dergelijke regeling niet meer in het huidige arbobeleid, waarin werkgevers en werknemers samen verantwoordelijk zijn voor gezonde werkomstandigheden. Het geld dat hiermee bespaard wordt, gaat naar onderzoek naar arbeidsrisico’s.
Wilt u toch nog een aanvraag voor de Farbo-regeling indienen? Tot 1 april 2009 kunt u dit doen. Zolang het budget toereikend is worden de subsidies toegekend.
(februari 2009)

Overheid verruimt borgstelling MKB Kredieten
Minister Van der Hoeven van Economische Zaken heeft de borgstellingregeling Besluit Borgstelling MKB Kredieten uitgebreid. Een positieve impuls voor ondernemers met grootste plannen?
De verruiming van de regeling per 2 november 2008 is het resultaat van overleg tussen het ministerie en ondernemersverenigingen over de gevolgen van de kredietcrisis voor kredietverlening door banken aan bedrijven. Om daar goed op voorbereid te zijn is besloten de garantieregeling voor het MKB, het Besluit Borgstelling MKB Kredieten (BBMKB), te verruimen. Hierdoor kunnen meer bedrijven een beroep doen op de regeling. De  verruiming behelst het volgende:

(februari 2009)

Regeling vaste reiskostenvergoeding verruimd
De regeling voor vaste reiskostenvergoeding is verruimd. In de oude regeling moest uw medewerker minimaal 70% van zijn werkdagen naar een vaste plaats van arbeid reizen om voor een vaste onbelaste reiskostenvergoeding in aanmerking te komen. Nu mag u uw medewerker die minimaal 60% van zijn werkdagen naar een vaste plaats van werkzaamheden reist, al de vergoeding betalen alsof hij elke dag hier naartoe reist.
De overheid heeft deze regeling verruimd omdat ze het thuiswerken wil bevorderen. Voor uw medewerker is er het financiële voordeel: hij ontvangt reiskosten terwijl hij thuis werkzaam is geweest. U als werkgever heeft ook een voordeel: u hoeft minder vaak een nacalculatie te maken om de correcte vaste vergoeding te berekenen.
(februari 2009)

Ouderschapsverlof verlengd naar 26 weken
Per 1 januari is het ouderschapsverlof verlengd van 13 naar 26 weken. De verlenging geldt alleen als de ouder voor het kind voor 1 januari 2009 nog niet eerder ouderschapsverlof heeft opgenomen. In Nederland heeft een ouder recht op ouderschapsverlof voor zijn/haar kind dat jonger is dan 8 jaar.
De verlenging van het ouderschapsverlof geldt alleen voor nieuwe verlofsaanvragen.  Als iemand vóór 1 januari 2009 het ouderschapsverlof geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen, kan hij/zij voor dat kind geen aanspraak maken op de extra weken. De werknemer komt wel voor verlenging in aanmerking als hij/zij vóór 1 januari 2009 bij de werkgever ouderschapsverlof had aangevraagd om dit ná 1 januari op te nemen. Een werknemer die voor 13 weken verlof heeft aangevraagd, moet voor de extra 13 weken bij de werkgever een aanvullende aanvraag indienen.
De werknemer kan voor elk kind (dat nog geen 8 jaar oud is) apart ouderschapsverlof opnemen. Dus als hij/zij voor een ander kind nog geen ouderschapsverlof heeft opgenomen, heeft de werknemer vanaf 1 januari 2009 voor dat kind wel recht op volle 26 weken. Het aantal uren verlof per week blijft hetzelfde: ten hoogste de helft van de werktijd per week, gespreid over twaalf maanden, In overleg met de werkgever kan een medewerker het ouderschapsverlof ook op een andere manier opnemen.
(februari 2009)

Periode voor afschrijven bedrijfsmiddelen zelf bepalen
Ondernemers kunnen bij nieuwe, bedrijfsmiddelen die ze hebben aangeschaft, zelf bepalen wanneer ze die afschrijven. Dit is de Regeling willekeurige afschrijving. Het voordeel van deze regeling is dat u minder belasting betaalt doordat u minder winst maakt of zelfs verlies lijdt.
Door de willekeurige afschrijving kan een bedrijf investeringen die in het kalenderjaar 2009 plaatsvinden in twee jaar afschrijven: maximaal 50% in 2009 en 50% in 2010.
Het bedrag van de willekeurige afschrijving kan niet hoger zijn dan het bedrag dat voor de investeringsververplichting is betaald. De belastingplichtige moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2012 in gebruik nemen. Deze tijdelijke maatregel geldt alleen in 2009 voor investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen en kent enkele uitzonderingen.
De belangrijkste uitzonderingen zijn gebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, dieren, immateriële activa (waaronder software), bromfietsen, motorrijwielen en personenauto’s. Maar taxi’s en zeer zuinige personenauto’s mogen weer wel willekeurig worden afgeschreven (onder een “zeer zuinige personenauto” verstaat men een dieselauto of een niet-dieselauto met een CO² uitstoot van respectievelijk 95 en 110 gram per kilometer). Verder zijn bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor terbeschikkingstelling aan derden, ook uitgesloten van de belastingregeling.
(februari 2009)

Oudere werklozen in dienst nemen? Flinke premiekorting voor werkgevers!
Sinds 1 januari 2009 is een wet van kracht geworden die werkgevers een aanzienlijke premiekorting kan opleveren. Als u een uitkeringsgerechtigde aanneemt van 50 jaar of ouder, krijgt u korting op de WW- en arbeidsongeschiktheidspremies.
Het gaat om ouderen met een WW-, bijstands-of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Werkgevers krijgen de korting van  6.500 drie jaar lang. Verder krijgen werkgevers een premiekorting van € 20750 (vanaf 2013: € 6.500) per jaar per werknemer van 62 jaar of ouder die ze in dienst houden.
Deze wet vervangt de bestaande premievrijstellingsregeling voor het aannemen van een werknemer van 50 jaar of ouder en het in dienst houden van een werknemer van 54,5 jaar of ouder. De premievrijstelling bedroeg gemiddeld € 1.500 euro per jaar. Als u die premievrijstelling al kreeg voor uw werknemer(s) van 54,5 jaar of ouder, behoudt u die.
Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil met deze wet meer oudere werknemers aan de slag helpen en houden. Het geld van de oude premievrijstellingsregeling ging veelal naar het in dienst houden van oudere werknemers die ook zonder ondersteuning zouden blijven werken. De ondersteuning in de nieuwe regeling is tijdelijk, namelijk maximaal drie jaar. De tegemoetkoming per jaar is echter veel hoger dan die in de oude regeling. De nieuwe wet richt zich op het in dienst nemen van oudere werknemers met een uitkering, dus juist de groep die moeilijk aan de slag komt.
(februari 2009)

Nieuwe medewerker
Vanaf 24 november is Teuni van Ommeren bij ons in dienst als 2e assistent-accountant.
Startersdag KvK / NOvAA 2008

Startersdag goed bezocht
Op 1 november vond de landelijke Startersdag van de Kamers van Koophandel plaats. In Apeldoorn adviseerde Gerard van Welie samen met Alfons Havekes uit Deventer en Bart Szejnoga uit Apeldoorn namens onze beroepsorganisatie NOvAA de bezoekers over de dienstverlening van accountants.

Hoge Raad: verkeersboetes toch niet voor werkgever
Berijders van een auto van de zaak of leaseauto moeten boetes voor door hen begane verkeersovertredingen toch zelf betalen. Dat heeft de Hoge Raad onlangs uitgesproken.
Eerder bepaalde een gerechtshof nog dat werkgevers kleine(re) verkeersboetes alleen mogen verhalen als er sprake is van roekeloos rijgedrag of opzet. Het gerechtshof vond dat de boetes, voor snelheidsovertredingen van niet meer dan 10 km per uur, door de werkgever moesten worden betaald. De overweging was dat bij zulke kleine overschrijdingen van de maximumsnelheid er nauwelijks sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Immers:
“In het verkeer rijdt men gemakkelijk even iets te hard”.
De Hoge Raad stelt echter dat hierdoor rechtsongelijkheid ontstaat  tussen berijders van een zakelijke auto en werknemers die in een eigen auto voor de baas rijden. De laatste groep  moet namelijk wel zelf de verkeersboetes betalen.
(september 2008) 

Laag btw-tarief vaker van toepassing
De EU heeft voorstellen gedaan die gunstig zijn voor ondernemend Nederland. Het lage btw-tarief van 6% op arbeidsintensieve diensten blijft ook na 2010 gehandhaafd. Ook wil de EU diverse tijdelijke maatregelen voor verlaging van aanschafbelasting op producten en diensten een permanent karakter geven.
De plannen zijn goed nieuws voor tal van ondernemers in het midden- en kleinbedrijf. Zo zouden EU-lidstaten straks standaard lage btw-tarieven kunnen invoeren op arbeidsintensieve en ‘lokale’ diensten. Denk aan de kapper, fietsenmaker en schoenlapper, maar ook aan tuinonderhoud en -ontwerp, de schoonheidssalon, reparateurs van kleding en computers, wasserettes en thuiszorg voor ouderen en zieken en oppaswerk.
Met de plannen komen ook bepaalde producten onder een laag btw regime te vallen. Variërend van luiers en kinderzitjes voor in de auto tot luisterboeken en vergelijkbare digitale producten. Daarnaast wil de EU een lage btw voor de bouwsector. En dan niet alleen voor de sociale sector, maar voor alle renovatie, bouw, onderhoud en schoonmaak. Ook krijgen de lidstaten de mogelijkheid om een laag btw-tarief in te voeren voor eten in restaurants en diensten van cateraars.
(september 2008) 

Risico Inventarisatie & Evaluatie verplicht voor iedere ondernemer
Door de drukte van alledag heeft u wellicht nog geen tijd gevonden om u de nieuwe wetgeving omtrent de arbozorg eigen te maken. Vandaar dat wij u willen attenderen op het hebben van een geldige Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E).
Niet alleen de Arbowet stelt het hebben van een RI&E verplicht. Ook de kleine letters in uw aansprakelijkheidsverzekering maken dat u hier serieus naar moet kijken. Als u niet voldoet aan de eisen van uw aansprakelijkheidsverzekering is de kans groot dat de verzekeringsmaatschappij eventuele schade straks niet vergoedt.
De Arbeidsinspectie ziet scherp toe op de verplichting om een geldige RI&E in uw bezit te hebben. Het niet in bezit hebben kan een bestuurlijke boete opleveren van maximaal € 1.800.
Het is dan ook raadzaam om contact op te nemen met uw arbodienst voor het realiseren van een goede RI&E.
(september 2008)  

Teruggaaf energiebelasting. Ook voor u?
Heeft u meerdere energiemeters in uw onderneming? Dan kunt u eventueel in aanmerking komen voor teruggaaf van energiebelasting.
Afhankelijk van het energieverbruik, gaat het om bedragen die kunnen oplopen tot zo’n  € 2.000 per jaar. De energiebelasting kan over een periode van maximaal vijf jaar worden teruggevraagd. Bij elkaar een aanzienlijk voordeel! Het loont dus wel de moeite om te kijken of u in aanmerking komt.
De energiebelasting wordt door energiebedrijven per aansluiting geheven (dus per energiemeter). Maar in de wetgeving gaat men uit van een heffing per locatie. Dat is een belangrijk verschil, want de energiebelasting kent een zogenaamd ’degressief’ verloop. Met andere woorden: naarmate het verbruik toeneemt, daalt het belastingtarief per eenheid. Daarom kan samenvoeging van het verbruik van meerdere energiemeters in veel gevallen leiden tot een belastingteruggaaf.
Bedenk wel dat ook de heffingskorting respectievelijk per energiemeter dan wel locatie wordt toegepast. Daardoor wordt bij kleine verbruikers het voordeel weer tenietgedaan. Zorg er daarom voor dat u vooraf de gevolgen in kaart brengt.
(september 2008) 

Tj-biljet onbekend bij vakantiewerkers
Hebben uw kinderen een vakantiebaan gehad of heeft u vakantiewerkers in diens? Wijs ze dan op de mogelijkheid om netto meer geld over te houden van hun arbeid. Veel scholieren en studenten weten namelijk niet dat ze belasting terug kunnen vragen.
Van de ruim 1,2 miljoen scholieren en studenten met een vakantiebaan weet de helft niet wat een Tj-biljet is. Een gemiste kans, omdat jongeren via dit biljet het teveel aan ingehouden loonbelasting kunnen terugvragen. Volgens een schatting komt dit neer op gemiddeld € 50 per persoon.
(september 2008) 

Dga blijft (toch) in loonbelasting
Het plan om de directeur-grootaandeelhouder (dga) uit de loonbelasting te halen, stuitte op  nogal wat kritiek. Zo zouden ongeveer 1.600 dga’s door de wijziging straks geen recht meer hebben op de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk. De staatssecretaris heeft daarom besloten dat de dga ook in 2009 in de loonbelasting blijft.
(september 2008) 

Nieuwe maatregelen
In overleg met verschillende instanties is door de staatssecretaris een aantal voorstellen uitgewerkt. Het hieruit voortvloeiende pakket van nieuwe maatregelen moet een aanzienlijke administratieve lastenverlichting opleveren voor de dga.
De voorstellen op een rijtje:

Streefdatum voor de invoering van deze voorstellen is 1 januari 2010, met uitzondering van de grens voor het doen van een kwartaalaangifte, die datum ligt op 1 januari 2009. In de loop van 2008 publiceert de staatssecretaris een notitie over de fiscale positie van de dga. Daarin komen zowel verbeterpunten op korte termijn als een perspectief op lange termijn aan de orde.
(september 2008) 

Veroorzaker arbeidsongeschiktheid betaalt re-integratiekosten
De re-integratiekosten van werknemers die door schuld van een derde ziek of arbeidsongeschikt raken, zijn voor een werkgever tegenwoordig makkelijker te verhalen op de veroorzaker ervan. Dat is het gevolg van een nieuwe wet die sinds 1 juli 2008 van kracht is.
Tot voor kort weigerden veel verzekeraars nog om de re-integratiekosten van de werkgever te vergoeden. Argument: re-integratie is een wettelijke verplichting van werkgevers. De overheid wil echter dat een zieke of (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemer zo snel mogelijk weer aan de slag gaat. De nieuwe wet zou re-integratie stimuleren. Men verwacht dat een werkgever meer aan re-integratie doet als de kosten eenvoudig zijn te verhalen.
De regeling geldt voor alle werkgevers, al dan niet eigenrisicodrager. Alleen redelijke kosten worden uitgekeerd. Hieronder vallen bijvoorbeeld de kosten die een re-integratiebedrijf in rekening brengt. Zolang de werknemer arbeidsongeschikt is, kan de werkgever de gemaakte loon- en de re-integratiekosten verhalen op de veroorzaker van de arbeidsongeschiktheid. Hij moet dit wel binnen vijf jaar na het ongeval doen.
Mochten werkgever en verzekeraar van de veroorzaker er in onderling overleg niet uitkomen, dan kan de rechter een uitspraak doen over wat redelijk is in een bepaald geval.
(september 2008) 

Goedkoper en eenvoudiger lenen voor MKB
Wilt u goedkoper en eenvoudiger geld lenen? Overweeg dan eens een lening bij de Europese Investerings Bank (EIB), de bank van de EU. De EIB wil het MKB goedkoper en flexibeler geld lenen dan commerciële banken.
De leningen dienen wel via gewone banken te worden uitgegeven. In de contracten moet echter duidelijk staan vermeld dat de EU de voordelen mogelijk heeft gemaakt. “Want de voordelen van de EU komen al zo weinig in beeld”, aldus de voorzitter van de EIB. Een beetje promotie van de EU dus. De EIB kan zelf goedkoop geld lenen en uitlenen, omdat het als overheidsinstantie zeer solide is.
(september 2008) 

Zwangerschapsuitkering nu ook voor zelfstandigen
Bent u een vrouwelijke zelfstandige? Dan heeft u met ingang van 4 juni 2008 wettelijk recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal zestien weken. U hoeft hiervoor geen extra premie te betalen.
Belangrijkste reden voor de nieuwe regeling is de bescherming van moeder en kind. Veel vrouwelijke zelfstandigen zijn niet verzekerd tegen inkomensverlies door zwangerschap en bevalling. De nieuwe regeling vermindert de financiële noodzaak voor zelfstandigen om tijdens de zwangerschap lange tijd door te werken en na de bevalling weer snel te beginnen.
De uitkering in deze Zelfstandig en Zwanger-regeling (ZEZ-regeling) bedraagt maximaal het wettelijk minimumloon. Als u in het voorafgaande jaar minstens 1.225 uur werkte, krijgt u een uitkering op dit niveau. Wanneer u minder dan 1.225 uur werkte, hangt de uitkering af van de winst/inkomsten in het jaar voorafgaande aan de uitkering.
De regeling bestaat  uit een zwangerschapsverlof van minimaal vier weken tot maximaal zes weken voorafgaand aan de bevalling en een bevallingsverlof van tien tot twaalf weken na de bevalling. Het verlof schuift op als de baby na de uitgerekende datum wordt geboren.
U kunt met uw aanvraag terecht bij het UWV. Uw verzoek moet u daar tussen de vier en twee weken voorafgaand aan de ingangsdatum van uw verlof indienen. U mag de uitkering ook gebruiken om vervanging in te huren. In een brochure van het UWV leest u hier meer over.
(september 2008) 

Stel aankoop lenzen of bril niet uit
Voorziet u dat u binnenkort een nieuwe bril nodig heeft? En wordt deze niet vergoed door uw verzekering? Stel de aanschaf ervan dan niet te lang uit. 2008 is namelijk het laatste jaar waarin u dergelijke `buitengewone uitgaven` voor ziekte en invaliditeit onder voorwaarden van de belasting kunt aftrekken.
Met ingang van 2009 wordt een minder gunstige regeling voor chronisch zieken en gehandicapten opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Het is dus aan te raden om de aanschaf van lenzen, een gehoorapparaat, bril of bijvoorbeeld een kunstgebit nog in 2008 te doen. U kunt de kosten (die niet door uw verzekering worden vergoed) bij uw aangifte inkomstenbelasting 2008 opvoeren als `buitengewone uitgaven`. Deze uitgaven moeten wel een drempelbedrag overschrijden voordat ze voor aftrek in aanmerking komen.
De drempel voor buitengewone uitgaven zal met ingang van 1 januari 2008 verlaagd worden. Daartegenover staat dat het standaard aftrekbedrag voor de basisverzekering (2008: € 1.059) vervalt. Bij een verzamelinkomen (voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek) tot € 6.999 is de drempel € 115 per fiscale partner (in 2007:  € 793). Is uw verzamelinkomen hoger dan € 6.999? Dan is de drempel 1,65% (in 2007: 11,5%) van het verzamelinkomenvan u en uw fiscale partner.
(juni 2008) 

Heeft u een natura-begrafenisverzekering? Dan een tip voor 2008!
Bij een begrafenis-of crematieverzekering die bij overlijden niet een bedrag uitkeert maar recht geeft op een bepaalde standaard uitvaartverzorging is de premie aftrekbaar als buitengewone last in het jaar van betaling, mits u boven de drempel uitkomt (zie hiervoor). Nu wordt deze aftrekpost waarschijnlijk in 2009 afgeschaft. Afhankelijk van de drempel en andere buitengewone lasten kunt u overwegen de premie voor de komende jaren in één keer te betalen in 2008. Heeft u toch het belastingvoordeel!

Hoger gebruikelijk loon dga

Het “gebruikelijk loon” van de directeur-grootaandeelhouder wordt in 2008 vastgesteld op ten minste € 40.000 (dit was in 2007 € 39.000).
Als u werknemer van een B.V. bent waarin u meer dan 5% van de aandelen bezit, moet u een bepaald minimumloon ontvangen. Dit loon moet net ze hoog zijn als voor soortelijke dienstbetrekkingen gebruikelijk is. Het hanteren van een veel lager loon zou tot veel discussie kunnen leiden met de Belastingdienst (u betaalt dan immers minder belasting).
Daarom is in de wet bepaald dat een gebruikelijk loon voor een dga in principe € 40.000 is. Is dit bedrag bij u lager? Dan kan de Belastingdienst vaststellen dat uw loon omhoog moet.
(juni 2008)

Personeelsmutaties
Vanaf 1 juli is Anneke Visscher-Postma bij ons in dienst gekomen. Zij verzorgt op woensdag en donderdag de boekhouding voor onze cliënten.
Dave Scheele heeft ons kantoor helaas per 1 juli verlaten. Hij is nu werkzaam als administrateur bij een bedrijf. Op dit moment zijn we nog naarstig op zoek naar iemand die de werkzaamheden van Dave kan oppakken.

Geen mazen meer in de belastingwet bij bestelauto’s
Een personenauto aanmerken als bestelauto scheelt al snel veel belastinggeld. Automobilisten maken hier dan ook graag gebruik van. Het kabinet gaat echter een eind maken aan deze manier om de hoge belasting op personenauto’s, de BPM, te ontlopen. Om als bestelauto beschouwd te worden door de Belastingdienst, moet een auto aan strenge eisen voldoen.
Zo moet er achter de bestuurdersplaats een vlakke laadvloer in de auto liggen. Met een opgebouwde rail om achterstoelen op te kunnen monteren, is de laadvloer niet vlak meer. Een dergelijke auto geldt niet meer als een bestelauto, maar als een gewone personenauto (en krijgt dus een hogere belasting). Maar wat als de rail niet de op laadvloer is gemonteerd, maar erin is verzonden? Volgens een belastingrechter is de laadvloer dan wel degelijk vlak, precies zoals de wet voorschrijft. De staatssecretaris van Financiën is het daar echter niet mee eens. Hij heeft daarom het oordeel van de Hoge Raad gevraagd. Bovendien heeft hij direct een reparatiewet opgesteld die in de tussentijd zekerheid moet bieden.
De huidige wettekst biedt op dit moment ook nog de mogelijkheid om een zitje te bevestigen aan de vaste tussenwand of aan de zijwanden van de bestelauto. Ook hieraan wil de Tweede Kamer paal en perk stellen. Aan de al bestaande inrichtingseisen wordt de eis toegevoegd dat “de laadruimte niet is ingericht voor het vervoer van personen”. Houd hier rekening mee bij aankoop van uw auto.
(juni 2008)

Meer keus voor de leaserijder
Goed nieuws voor ondernemers die nieuwe leasewagens willen aanschaffen. Met ingang van 2009 is er ook voor de wat grotere auto’s extra fiscaal voordeel te behalen.
Begin dit jaar is de fiscale bijtelling voor leaserijders gewijzigd. Naast het reguliere tarief van 25% geldt er voor schone auto’s nu een tarief van 14%. De meeste auto’s in deze categorie zijn echter kleine modellen. In uw bedrijf is dat wellicht geen optie. Staatssecretaris De Jager heeft daarom aangekondigd dat hij een derde, voordelige, tussencategorie wil invoeren. De bijtelling voor deze nieuwe categorie moet 20% van de nieuwwaarde van de auto gaan bedragen. Op deze manier wil de staatssecretaris leaserijders aanmoedigen om te kiezen voor relatief schonere auto’s. Voor de automobilist levert dit enkele honderden euro’s per jaar op.
De bijtelling van 20% gaat gelden voor benzineauto’s met een uitstoot van 111 tot 140 gram per kilometer. Voor dieselwagens moet dit een uitstoot tussen de 96 en 116 gram zijn. Onder de nieuwe regeling vallen benzinewagens als de Volkswagen Golf 1.4, de Mini Cooper en de BMW 116i. Van de dieselauto’s zijn dat bijvoorbeeld de Seat Ibiza en de Volkswagen Polo.
(juni 2008)

VAR aanvraag digitaal en stilzwijgend verlengen
Waarschijnlijk kunt de VAR (Verklaring Arbeidsrelaties) al vanaf september 2008 digitaal indienen. De Belastingdienst onderzoekt nog of dit technisch haalbaar is.
Daarnaast wil de staatssecretaris van Financiën dat er een stilzwijgende verlenging van de VAR komt voor mensen die al drie jaar achtereenvolgend dezelfde VAR hebben gekregen. Eerder is volgens hem niet verstandig. De Belastingdienst heeft dan namelijk beperkte mogelijkheden om bij een eerste aanvraag de opgegeven gegevens te controleren. Dit vergroot oneigenlijk gebruik of misbruik. Overigens zijn VAR-houders dan wel verplicht om wijzigingen door te geven. De stilzwijgende verlenging voor de VAR-wuo (winst uit onderneming) en de VAR-dda (directeur-grootaandeelhouder) hoopt de staatssecretaris nog voor het kalenderjaar 2010 te realiseren.
(juni 2008)

Staatssecretaris maakt het toch leuker
Bij het midden- en kleinbedrijf leven veel irritaties over de boetes van de Belastingdienst. Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft daarom besloten tot een versoepeling van het boetebeleid. Het nieuwe beleid zou vanaf 2009 in moeten gaan.
Als u te laat bent met uw maandelijkse afdracht van btw krijgt u geen automatische boete meer. Dat geldt ook voor een te late afdracht van loonbelasting voor personeel.
De staatssecretaris wil in plaats daarvan een coulanceperiode van zeven dagen invoeren. Maakt u uw btw of loonbelasting binnen zeven dagen over, dan wordt u niet beboet.
Eén voorwaarde: u moet de keer daarvoor wel op tijd hebben betaald! Als een bedrijf twee keer achter elkaar te laat betaalt, volgt alleen een boete voor de tweede overschrijding. Let op: ondernemers die stelselmatig te laat zijn, kunnen de wettelijk maximale boete opgelegd krijgen.
(juni 2008)

Lagere tarieven bij nieuwe successiewet
De successiewet gaat op de schop. Als het aan staattsecretaris De Jager van Financiën ligt wordt de bijna 15 jaar oude wet vervangen door een nieuwe, minder ingewikkelde Wet Schenk- en Erfbelasting. Medio 2009 hoopt De Jager een wetsvoorstel in te dienen. Op de wet gemakkelijker te maken is hij van plan het mes te zaetten in de ruim 28 verschillende tarieven. Er moeten uiteindelijk nog maximaal twee schijven en drie tariefgroepen overblijven. Naast vereenvoudiging gaan ook de bijbehorende tarieven omlaag. De Jager stelt dat partners en kinderen van een overledene bijvoorbeeld nooit meer dan 20% belasting hoeven te betalen over hun erfenis. Nu is dat maximaal 27%. Ook het hoogste tarief van 638% wordt verlaagd tot 50%. Een ander belangrijk onderdeel van de nieuwe regeling is het creëren van een ruimhartige faciliteit om familiebedrijven te kunnen voortzetten.
(juni 2008)

Gemakkelijker en goedkoper procederen
Zal ik een proces beginnen of zijn de kosten hoger dan de opbrengst? Misschien dat u bij een geschil ook weleens tegen die vraag aanloopt. Op dit moment is de kantonrechter bevoegd bij zalen met een waarde tot € 5.000. Bij bedragen boven € 5.000 bent u op dit moment nog verplicht om een advocaat in te schakelen (de zaak moet dan immes voor de rechtbank komen). Minister Hirsch Ballin van Justitie heeft nu een wetsvoorstel gepresenteerd waarin de bevoegdheid van de kantonrechter wordt uitgebreid tot zaken met een waarde van € 25.000. Hierdoor kunnen de meeste debiteurenproblemen goedkoper, bij de kantonrerchter worden opgelost.
(juni 2008)

Uw btw terugvragen van niet betalende cliënten
Heeft u in 2007 dubieuze debiteuren gehad? Als u weet dat zij niet meer zullen betalen, kunt u bij de inspecteur een verzoek indienen voor teruggave van de btw die u afgedragen heeft voor die debiteuren. Hierbij moeten wel bewijsstukken toegevoegd worden waaruit blijkt dat uw factuur niet inbaar is. Doe het verzoek bij de laatste aangifte van het jaar, of direct na het vaststellen van de jaarrekening. De Belastingdienst kan het verzoek om teruggaaf weigeren indien u het te laat indient.
(december 2007)

Directeur-grootaandeelhouder (DGA) let op! U bent wellicht geen btw-ondernemer!
Het Europese Hof van Justitie heeft op 18 oktober 2007 een uitsproken, dat een DGA in ieder geval geen btw-ondernemer is als:

Uit de uitspraak volgt dat ook als hij of zij minder dan 100% van de aandelen bezit er geen sprake van btw-ondernemerschap is. De DGA is wel btw-ondernemer als hij buiten zijn dienstbetrekking activiteiten tegen vergoeding verricht, zoals de verhuur van een onroerende zaak.

De gevolgen van de uitspraak zijn groot: 

Naar verwachting zal de staatssecretaris van Financiën een beleidsmaatregel publiceren.
(december 2007)

Giften voor goede doelen; wat is een ANBI?
Schenken aan een goed doel heeft diverse fiscale voordelen, zoals de vrijstelling van schenkings- en successierechten. Vanaf 1 januari 2008 moet een ‘goeddoelinstelling’ echter officieel worden aangemerkt als Algemeen nut beogende instelling (ANBI) en gelden er ook nieuwe regels voor deze instellingen, zodat de instelling kan profiteren van de fiscale voordelen.
Welke instellingen kunnen aangemerkt worden als een ANBI? Dat zijn kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of algemeen nut beogende instellingen. Om als een ANBI aangewezen te kunnen worden, moeten het doel en de feitelijke werkzaamheden van de instelling een algemeen belang dienen. Verder mag een ANBI geen winstoogmerk hebben. Een instelling mag dus geen particulier of individueel belang dienen. Onder andere sportverenigingen, personeelsverenigingen en commerciële instellingen zijn geen ANBI.
Een voorwaarde is ondermeer dat zij vooraf een beschikking hebben aangevraagd bij de Belastingdienst waarmee ze als ANBI worden aangemerkt. Het is van belang dat een dergelijke ‘goeddoelinstelling’ deze beschikking tijdig krijgt, aangezien de aanwijzing niet met terugwerkende kracht van toepassing is.

Belangrijk voor de ondernemer!
Vanaf 1 januari 2008 kunt u in de aangifte inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting alleen gebruik maken van de giftenaftrek als de instelling een dergelijke beschikking heeft. Als u voor giftenaftrek in aanmerking wilt blijven komen moet de gift dus plaatsvinden aan een aangewezen ANBI.
(december 2007)

Belastingvrij bedrijfsfitness: waar moet u op letten?
‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’. Een eeuwenoude maar nog steeds actuele uitspraak. Bewegen is gezond; het verkleint de kans op hart- en vaatziekten en het maakt ons productiever op ons werk. Vandaar dat steeds meer werkgevers bedrijfsfitness aanmoedigen bij hun werknemers. De overheid helpt u een handje door bedrijfsfitness, onder bepaalde voorwaarden, belastingvrij te maken.

Belastingvrij bedrijfsfitness houdt in dat uw werknemers geen loonbelasting en premies over het fitnessen hoeven af te dragen. Sporten is voor hen dus aanzienlijk goedkoper én aantrekkelijker. Uiteraard zijn hier wel een aantal voorwaarden aan verbonden:

(december 2007)

Uitstel van beëindiging inhoudingsplicht directeuren-grootaandeelhouders

Eerder kondigde de overheid aan dat met ingang van 2008 bv’s die één of meerdere DGA’s op de loonlijst hebben staan niet langer inhoudingsplichtig voor de loonbelasting zijn (hun loon zou alleen in de inkomstenbelasting worden verantwoord). Dit wordt nu uitgesteld.
Deze nieuwe regel is gericht op directeuren-grootaandeelhouders die:

- alleen of samen met anderen directeur-grootaandeelhouder zijn van hun bv;
- niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

Vanuit de praktijk is veel commentaar gekomen op deze verplichte beëindiging op 1 januari 2008 van de inhoudingsplicht. Na overleg tussen het Ministerie van Financiën en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer, MKB Nederland, VNO-NCW en koepelorganisaties van belastingconsulenten en accountants, is besloten de bij amendement tot stand gekomen maatregel uit te stellen tot 1 januari 2009.
De inhoudingsplicht voor de loonheffingen blijft in 2008 dus bestaan. Van degenen die het formulier Opgaaf beëindiging inhoudingsplicht naar de Belastingdienst hebben gestuurd wordt dit niet in behandeling genomen. De Belastingdienst zal uitnodigingen voor het doen van aangifte loonheffingen 2008 doen uitgaan.
De vennootschap houdt in 2008 loonheffingen in op het salaris van de directeur-grootaandeelhouder. De DGA’s die in oktober 2007 een brief met een schattingsformulier hebben ontvangen van de Belastingdienst hoeven dat formulier niet in te leveren.
(december 2007)

Vanaf 1 januari is DigiD verplicht
In het afgelopen jaar was het mogelijk om de elektronische handtekening te gebruiken voor het doen van aangifte inkomstenbelasting per diskette en/of het aanvragen van zorg-, huur- of kindertoeslag. Vanaf 1 januari 2008 moet echter overal de DigiD-code worden gebruikt (DigiD staat voor ‘digitale identiteit’). Het is een strikt persoonlijke combinatie van een gebruikersnaam en een wachtwoord. Deze inlogcode kunt u gebruiken om snel informatie uit te wisselen met overheidsinstellingen. De DigiD-code is aan te vragen op www.digid.nl
(december 2007)

Schenken van aandelen in ondernemende vennootschap
De afgelopen jaren is het schenken van ondernemingsvermogen fiscaal veel aantrekkelijker geworden door een geleidelijk verhoogde vrijstelling voor het schenkingsrecht. Momenteel bedraagt deze vrijstelling maar liefst 75% van het geschonken ondernemingsvermogen. Deze vrijstelling geldt ook als het ondernemingsvermogen zich in een bv bevindt. Degene die deze aandelen schenkt moet dan wel minstens 5% van de aandelen in deze bv in bezit hebben. Als de bv verschillende soorten aandelen heeft is het voldoende om 5% van een van de soorten te hebben.

Maar wat als de aandelen van de bv eigendom zijn van een houdstermaatschappij? Kan de aandeelhouder van deze houdstermaatschappij dan met toepassing van de vrijstelling ook aandelen in de houdstermaatschappij schenken als hij (via de houdster) maar minimaal een aandelenbelang van 5% houdt? Zo eenvoudig is het helaas niet: de houdster moet ook nog eens het beleid van de werkmaatschappij bepalen. Maar wanneer is hier sprake van? Onlangs zijn hierover knopen doorgehakt: aan de beleidseis is in deze situatie voldaan als de houdstervennootschap op het moment van schenken minimaal 50% van het totale aandelenkapitaal van de werkmaatschappij bezit of (mede) het bestuur voert over de werkmaatschappij. Helaas is dit laatste criterium niet geheel duidelijk: is het genoeg om (mede) statutair bestuurder te zijn? Dat lijkt wel redelijk, maar moet nog duidelijk worden.
(december 2007)

Personeel inlenen?
De groei van de economie veroorzaakt een groot aantal vacatures. Om deze plaatsen op te vullen nemen veel ondernemers graag hun toevlucht tot uitzendbureaus, in binnen- en buitenland. Dat kan gemakkelijk want sinds 1 mei kunnen mensen uit OEM-landen (voormalige Oostbloklanden) zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland aan de slag (met uitzondering van inwoners van Roemenië en Bulgarije die de vergunning nog wel nodig hebben).
Een Nederlandse werkgever kan er voor kiezen om deze personen op de eigen loonlijst te zetten. De buitenlandse werknemers zijn dan zowel belasting- als premieplichtig in Nederland.
Een andere mogelijkheid om als ondernemer (inlener) aan personeel te komen is gebruikmaken van een uitzendbureau (uitlener). Dit kan via een Nederlands uitzendbureau of via een uitzendbureau elders in Europa.

Via een Nederlands uitzendbureau
Indien een Nederlandse onderneming personeel inleent via een in Nederland gevestigd uitzendbureau, dan zijn deze werknemers in Nederland belasting- en premieplichtig, vergelijkbaar met het eigen personeel. Om de zogenaamde inlenersaansprakelijkheid op dit punt zoveel mogelijk te beperken, wordt gebruikgemaakt van geblokkeerde bankrekeningen, de zogenoemde G-rekeningen. De inlener stort een deel van de vergoeding op deze rekeningen. De loonheffing wordt dan vervolgens weer vanaf deze rekeningen betaald. Als zaken bij de uitlener niet goed gaan, of de uitlener gaat failliet, dan kan de inlener aansprakelijk worden gesteld.

Via een buitenlands uitzendbureau
Bij personeel dat via een buitenlands bureau wordt ingeleend, wordt de belasting- en premieplicht anders vastgesteld. Ten eerste wordt bepaald bij wie de werknemer in dienst is en of er sprake is van zogenaamd materieel werkgeverschap (zij geeft aan welke opdrachten de werknemer moet uitvoeren en op welke wijze). Het uitzendbureau vervult vaak een formele rol. Het zorgt ervoor dat de werknemers ondergebracht worden bij opdrachtgevers en dat het loon wordt uitbetaald aan de werknemers. Het uitzendbureau loopt een beperkt risico. Wanneer er op een gegeven moment geen opdrachten meer zijn, zal de uitbetaling van loon zich beperken tot een aantal dagen. Onder andere hierdoor wordt het uitzendbureau als een formele werkgever aangeduid; de ondernemer wordt gezien als een materiële werkgever. Verder is het zo dat de vergoeding wordt betaald door de in Nederland gevestigde werkgever. Omdat de Nederlandse ondernemer materieel werkgever is, zijn de werknemers in Nederland belastingplichtig. Dit alles leidt er toe dat het uitzendbureau nu ook een loonadministratie voor Nederland moet verzorgen. De werknemer moet wel, voordat deze werkzaam is in Nederland, in het land van herkomst een zogenaamde E101-verklaring aanvragen. Hiermee is hij er dan van verzekerd, dat geen dubbele premieplicht optreedt. Deze verklaring is voor één jaar geldig en kan verlengd worden. 
(december 2007)

Nieuwe VAR aanvragen
Als u met freelancers werkt, is het goed duidelijkheid te hebben over het soort arbeidsrelatie. De Belastingdienst kan aan de freelancer een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) verstrekken. Een VAR kan bepalend zijn voor de vraag of u over de vergoeding van de freelancer loonbelasting en sociale premies moet inhouden en afdragen. Alleen als het een VAR-DGA of VAR-winst uit onderneming is, hoeft u met zekerheid geen loonbelasting en premies af te dragen. Hierbij gelden wel de voorwaarden dat de gepresenteerde feiten juist moeten zijn en dat de VAR alleen kan gelden voor de daarin omschreven werkzaamheden. Ook moet u een exemplaar van de VAR in uw administratie bewaren.

Een 'Verklaring Arbeidsrelatie' is geldig tot het einde van het jaar van afgifte. Het is dus raadzaam dat uw freelancer vóór 31 december een nieuwe VAR 2008 aanvraagt bij de Belastingdienst.
Als een opdracht vóór 1 november 2007 aangenomen is en als die doorloopt tot na 1 januari 2008, dan blijft de huidige VAR nog gelden.
(december 2007)

Fiscale bijtelling auto 14%!
Voor schone auto’s geldt met ingang van 2008 een bijtelling van 14% (!) i.p.v. 25%. De voorwaarden:
- Diesel: niet meer dan 95 gram CO2 uitstoot per kilometer
- Overige auto’s: benzine, elektro, benzine en elektro, lpg en aardgas niet meer dan 110 gram CO2 uitstoot per kilometer.
Helaas zijn er nog niet veel auto’s die aan de voorwaarden voldoen. De auto’s die wel voldoen zijn vooral kleine compacte auto’s. In de meeste gevallen helaas geen auto’s waar zakelijke rijders veelal voor kiezen. Hieronder de gelukkigen:
- Toyota Prius (middenklasser)
- Honda Civic Hybride (middenklasser)
- Citroën C1 (mini)
- Daihatsu Cuore 1.0 (mini)
- Peugeot 107 (mini)
- Toyota Aygo (mini)
- Smart For Two diesel (mini)
Er kan dus een behoorlijke besparing op de fiscale bijtelling worden behaald door zowel werknemers als de DGA. Voorwaarde is wel dat men dan kiest voor een relatief kleine auto. Hetzelfde geldt voor de IB-ondernemer (in dat geval betreft het onttrekking i.p.v. bijtelling) die zijn zakelijke auto door een nieuwe wil gaan vervangen.
(november 2007)

Maximaal € 15.000 minder belasting betalen over dividend?
Met ingang van 2008 vervalt het tijdelijke lage inkomstenbelastingtarief van 22%* over dividend uit de eigen bv. Belangrijk detail hierbij is dat dit tarief geldt tot een grensbedrag van € 250.000. Als een ondernemer met een eigen B.V. een fiscale partner heeft, dan kan het 22%-tarief in 2007 zelfs worden toegepast op in totaal € 500.000 aan dividend. Vanaf 2008 is er, ongeacht het bedrag, 25% inkomstenbelasting in Box 2 verschuldigd.

Voorbeeld
Als een 100%-aandeelhouder met een fiscale partner in 2007 in totaal € 500.000 aan dividend ontvangt van zijn eigen bv, waarvan bij de aangifte inkomstenbelasting over 2007 de helft wordt toegerekend aan de partner, dan is over dit gehele bedrag per saldo 22% van € 500.000 = € 110.000 aan inkomstenbelasting verschuldigd. Als dit bedrag echter pas geheel in 2008 zou worden uitgekeerd, dan zou hier € 125.000 aan inkomstenbelasting over verschuldigd zijn. Per saldo betekent uitkeren in 2007 dus € 15.000 belastingvoordeel!

Klinkt dus heel aanlokkelijk om dit jaar nog het belastingvoordeel van 3% mee te pikken. Vóór de keuze om een dividenduitkering naar voren te halen, moeten wel alle factoren volledig worden doorgerekend. Denk hierbij aan: de hoogte van het Vpb-tarief, de forfaitaire heffing in box 3, de financiële ruimte die de bv heeft en de eventuele verliezen in de bv die gebruikt kunnen worden om de rendementen, die op het niet uitgekeerde dividend worden behaald, te compenseren. Hierdoor kan het ogenschijnlijke voordeel in sommige gevallen zelfs omslaan in een nadeel. Indien het niet duidelijk is of er in de toekomst wel een dividenduitkering gaat plaatsvinden, moet helemaal worden opgelet. Onder de huidige regelgeving is het namelijk mogelijk om de heffing over vermogen in de B.V. generaties lang uit te stellen. Na een correcte rekenexercitie is het mogelijk om een keuze te maken, al blijft het psychologische aspect van het nu al afstorten van een fors bedrag bij de fiscus meewegen bij de ondernemer.

*Het verlaagde tarief van 22% inkomstenbelasting moet u niet verwarren met het verlaagde tarief van 15% voor de dividendbelasting. Dit is namelijk het tarief dat verschuldigd is bij de uitbetaling van het dividend. Het hogere tarief voor de inkomstenbelasting van 22% geldt bij de aangifte inkomstenbelasting. De eerder betaalde 15% dividendbelasting wordt daarbij verrekend, zodat het dividend uiteindelijk in totaal met 22% inkomstenbelasting is belast.
(november 2007)

Hoeveel schenken aan (klein)kind en goed doel?
Nog belastingvrije schenkingen doen aan uw kinderen of een goed doel? Hierbij de huidige bedragen van de vrijstellingen. U kunt uw kind € 4.412 per kalenderjaar vrijgesteld schenken ongeacht de leeftijd en burgerlijke staat van uw kind. Aan ieder kleinkind kunt u jaarlijks vrijgesteld € 2.648 schenken. Aan uw kinderen tussen 18 en 35 jaar kunt u éénmalig € 22.048 belastingvrij schenken. U doet dan bij uw aangifte een beroep op de verhoogde vrijstelling (deze verhoogde vrijstelling geldt ook als het eigen kind 35 jaar of ouder is, maar diens echtgenoot wel tussen de 18 en 35 jaar is). Let op: schenkingen die in de loop van een kalenderjaar worden gedaan aan dezelfde persoon, worden bij elkaar opgeteld.
Instellingen van algemeen nut, zoals kerkelijke en charitatieve, kunt u met alle bedragen vrij van schenkingsrecht ondersteunen. Er geldt hierbij geen maximumbedrag, mits wordt voldaan aan de voorwaarde dat de verkrijging ten nutte van het algemeen belang komt. Iedere andere partij dan hierboven vermeld, kunt u jaarlijks tot € 2.648 geven zonder schenkingsrecht te betalen. Indien u meer schenkt dan het drempelbedrag van € 2.648, dan vervalt de vrijstelling en moet er schenkingsrecht betaald worden over het hele geschonken bedrag.
(november 2007)

Stel bedrijfsverplaatsing uit tot 2008!
Met ingang van 2008 wordt de regeling voor fiscaal geruisloze doorschuiving bij bedrijfsverplaatsing uitgebreid. We spreken van fiscaal geruisloze doorschuiving als een ondernemer zijn bedrijf verplaatst zonder dat dit tot heffing van inkomstenbelasting leidt. De uitbreiding is zodanig dat deze regeling niet meer alleen van toepassing is bij overheidsingrijpen (bijvoorbeeld bij onteigening of reorganisatie van een bedrijfstak). De regeling geldt bij alle situaties waarin de ondernemer besluit met zijn oude onderneming te stoppen en (al dan niet elders) een nieuwe onderneming te beginnen. Heel veel vervelende discussies met de fiscus zullen met ingang van volgend jaar daarom tot het verleden behoren. Stel uw geplande bedrijfsverplaatsingen, indien mogelijk, uit tot 2008.
(november 2007)

Meewerkaftrek vervalt in 2008
De eerdergenoemde verruiming van de mogelijkheid tot fiscaal geruisloze bedrijfsverplaatsing kost het kabinet geld. Men bekostigt dit door de meewerkaftrek volgend jaar te laten vervallen. De huidige meewerkaftrekregeling houdt in dat als een partner zonder vergoeding meewerkt er, afhankelijk van het aantal uren, een winstafhankelijke aftrekpost is. Omdat de meewerkaftrek vervalt is het in veel gevallen verstandig om de meewerkende partner* in 2008 toch een arbeidsbeloning te laten ontvangen.

*Partners die zonder arbeidsbeloning meewerken in de onderneming van hun partner en die nu nog
gebruik maken van de meewerkaftrek.
(november 2007)

Kerstpakketten en geschenken
Voor geschenken in natura of cadeaubonnen aan uw werknemers geldt dat voor zover de waarde niet meer bedraagt dan € 70 (incl. BTW), u deze aan uw werknemers mag geven onder de voorwaarde dat u hierover 20% eindheffing toepast. Op deze wijze zorgt u ervoor dat op het loon van de werknemer vervolgens niets meer hoeft te worden ingehouden. Het is niet meer van belang of dit ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen of Sinterklaas wordt gegeven. Ook is niet langer vereist dat van deze regeling maar eenmaal per jaar gebruik wordt gemaakt. Het bedrag van € 70 is een totaalbedrag op jaarbasis.
Waarde meer dan € 70? Dan kunt u voor dit meerdere gebruik maken van de regeling voor kleine verstrekkingen. Deze kleine verstrekkingenregeling houdt in dat voor geschenken met een waarde van maximaal € 136 de eindheffing mag worden toegepast onder gebruikmaking van het gebruteerde tabeltarief. Een tweede voorwaarde is dat het gezamenlijke bedrag aan schenkingen in een jaar niet meer mag bedragen dan € 272. Meer informatie? Wij informeren u graag.Mocht ook de kleine verstrekkingenregeling geen uitkomst bieden, dan dient een en ander op de gebruikelijke wijze in de loonadministratie verwerkt te worden als loon in natura.

Voor anderen
Officieel moet de relatie, aan wie u het geschenk geeft, hierover de verplichte belasting betalen. Uiteraard is dit niet de bedoeling. U lost dit op door zelf deze belasting voor uw rekening te nemen. Ook dit loopt via een eindheffing. De voorwaarden:
- De regeling geldt alleen voor geschenken die u tegelijkertijd en voor dezelfde gelegenheid ook aan uw werknemers geeft.
- Voor een geschenk met een waarde in het economisch verkeer van maximaal € 136 moet u een eindheffing van 45% toepassen.
- Voor een geschenk met een waarde in het economisch verkeer tussen de € 136 en € 272 past u een tarief toe van 75% over de gehele waarde.
- U moet aan de ontvanger melden dat u de eindheffing heeft toegepast en dus de belasting heeft betaald. Daarnaast legt u vast wie de ontvanger van het geschenk is geweest.
(november 2007)

BTW-aspecten van een cadeau
Indien een ondernemer een kerstcadeau of iets van dien aard aan zijn medewerkers en/of relaties (die zelf geen recht op aftrek van btw hebben) wil verstrekken is het verstandig te beoordelen of de drempel van € 227 per medewerker of relatie per jaar daarbij wordt overschreden. Indien die drempel niet wordt overschreden, blijft de btw op de inkoop van het cadeau aftrekbaar. Voor het bepalen van de hoogte van de kosten van het kerstcadeau kan daarmee rekening worden gehouden. Bij overschrijding van deze drempel is de btw over het hele bedrag niet aftrekbaar!
(november 2007)

De DGA en de pensioenwet
Op 1 januari 2007 is de Pensioen- en spaarfondsenwet vervangen door de nieuwe Pensioenwet. De directeur-grootaandeelhouder (DGA) valt buiten deze wet met uitzondering van de DGA die verplicht deelneemt in een bedrijfstakpensioenfonds. Fiscaal wijzigt er niets voor de pensioenopbouw, de Wet op de Loonbelasting blijft ongewijzigd. DGA’s met een op 01-01-2007 bestaande pensioentoezegging vallen onder het overgangsrecht. Zij moeten in 2007 beslissen of een verzekerd gedeelte van de regeling onder de Pensioenwet moet vallen. Een in eigen beheer opgebouwd pensioen kan nooit onder de Pensioenwet vallen. Het is verstandig om met ons te overleggen voordat u een keuze maakt. De keuze is namelijk onherroepbaar.
(november 2007)

De DGA en een nieuwe pensioentoezegging
Indien een directeur-grootaandeelhouder nog dit jaar een pensioenvoorziening op de balans wil opnemen, zal hij zichzelf dit jaar nog pensioen moeten toezeggen. Dit betekent dat de notulen AvA (Algemene Vergadering van Aandeelhouders) en de pensioenbrief nog in 2007 moeten worden opgemaakt en ondertekend.
(november 2007)

Aankomende wetgeving: het wetsvoorstel Personenvennootschappen
Het wetsvoorstel Personenvennootschappen is in behandeling. Waarschijnlijk wordt de wet op 1 januari 2008 ingevoerd. In het wetsvoorstel is geregeld dat de personenvennootschappen in hun huidige vorm vervallen. Personenvennootschappen zijn een vof, CV en een maatschap.
Voor eenmanszaken en BV´s heeft deze wet geen consequenties; voor de huidige vof’s, CV´s en openbare maatschappen (maatschappen die onder een gemeenschappelijke naam actief zijn) wel. Die zullen waarschijnlijk als openbare vennootschappen aangemerkt worden.
De nieuwe indeling van soorten personenvennootschappen bestaat uit:

a. De niet-openbare vennootschap (dit zijn samenwerkingsverbanden, die niet onder een gemeenschappelijke naam naar buiten treden).
Deze is te vergelijken met de huidige stille maatschap. Wel komt er een afgescheiden vermogen.

b. De openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV).
Deze is te vergelijken met de huidige vof en de CV. Daarnaast zal ook de openbare maatschap (de maatschap die wel onder een gemeenschappelijke naam naar buiten treedt) straks een openbare vennootschap zijn. Nieuw is dat de vennootschap blijft bestaan bij het toe- en uittreden van vennoten, tenzij het tegendeel in de overeenkomst is opgenomen.

c. De openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (OVR)
De belangrijkste wijziging in de nieuwe wetgeving is dat de openbare vennootschap ook rechtspersoonlijkheid kan krijgen. De vennoten blijven echter wel hoofdelijk aansprakelijk. Voordeel is dat de vennootschap dan zelf eigenaar kan worden van goederen (zoals bedrijfswagens of een bedrijfspand) en zelf een contract kan afsluiten. Om rechtspersoonlijkheid te krijgen moet de vennootschapsakte in een notariële akte worden opgenomen, inclusief de goederen die tot de vennootschappelijke gemeenschap behoren.

In de nieuwe regeling worden alle vennoten (uitgezonderd de commanditaire vennoot) van een openbare vennootschap hoofdelijk aansprakelijk. Dit geldt ook voor de OVR.
(september 2007)

Van openbare vennootschap naar besloten vennootschap?
Door de nieuwe wet personenvennootschappen zullen dienstverleners en beroepsbeoefenaren die nu nog in een openbare maatschap werken (zoals advocaten, notarissen, accountants, tandartsen en apothekers) gaan samenwerken in een openbare vennootschap met een hoofdelijke aansprakelijkheid. Dit is een behoorlijke verzwaring van de aansprakelijkheid. Dit kan een reden zijn om de openbare vennootschap om te zetten in een besloten vennootschap. In de nieuwe regeling is het makkelijker om een openbare vennootschap om te zetten in een BV. Een belangrijke reden om dit te doen is de beperkte aansprakelijkheid voor bestuurders en aandeelhouders in een BV. Het heeft echter wel fiscale gevolgen. Het is raadzaam tijdig te overleggen wat voor u het beste is.
(september 2007).

Kosteloos advies voor ICT
Het gebruik van ICT en internet voor contact met de klant en leveranciers is in de meeste bedrijven gebruikelijk. Te denken valt aan track & tracingprogramma’s, digitalisering van het inkoop- en verkoopproces en e-marketing. Door elektronisch gegevens uit te wisselen bespaart men kosten en tijd. Om ondernemers te ondersteunen om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden is er het programma ‘Nederland Digitaal in verbinding’ opgezet. Een adviseur brengt samen met de ondernemer in kaart wat voor hem mogelijk en raadzaam is. Dankzij bijdragen van het Ministerie van Economische Zaken is deelname aan dit project gratis. Zie voor meer informatie www.syntens.nl bij Projecten, Nederland.
(september 2007).

Familiebedrijven hebben grote waarde voor economie
Familiebedrijven leveren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. In Nederland zijn 180.000 familiebedrijven verantwoordelijk voor 40% van de werkgelegenheid en 50% van het Bruto Nationaal Product. Dit heeft te maken met de belangrijkste kracht van het familiebedrijf: continuïteit, door de lange termijnvisie en sterke band met het personeel. We spreken over familiebedrijven als een bedrijf aan twee van de drie navolgende criteria voldoet: meer dan 50% van de eigendom is in handen van één familie, één familie heeft beslissende invloed op de bedrijfsstrategie of op opvolgingsbeslissingen en ten minste twee leden van de ondernemingsleiding zijn afkomstig uit één familie. Het familiebedrijf kent een eigen organisatie- en eigendomsstructuur en een problematiek, die niet gelijk is aan het MKB of het grootbedrijf. De overheid wil een betere focus op familiebedrijven bewerkstelligen om het concurrentievermogen van de Nederlandse economie positief te beïnvloeden.
Op initiatief van de Kamer van Koophandel is de Expertgroep Familiebedrijven opgericht. Die heeft in een notitie aan de overheid 18 aanbevelingen gedaan. Men wil stimulerende maatregelen treffen en barrières wegnemen. Drie van de belangrijke aanbevelingen zijn:
- Fiscaal: Afrekenen met de fiscus bij kapitaalonttrekking i.p.v. bij kapitaaloverdracht.
- Familiebedrijven hebben te kampen met een negatief imago. Meer kennis over het familiebedrijf zal zorgen voor meer waardering. De Expertgroep geeft aanbevelingen om kennis te verzamelen en over te dragen.
- Er ontstaat een trend waarbij Corporate Governance (ondernemingsbestuur) steeds meer wordt opgelegd bij ondernemingen. In familiebedrijven is de verhouding onderneming, eigendom en familie echter onlosmakelijk met elkaar verbonden in tegenstelling tot niet-familiebedrijven. Een uniforme regeling zou de flexibiliteit belemmeren. Er mag geen overregulering gaan ontstaan met betrekking tot de bestuursinrichting van het familiebedrijf.
(september 2007).

Last van verontreinigd bedrijfsterrein?
De nieuwe Wet bodembescherming is op 1 januari 2006 in werking getreden. U als eigenaar of erfpachter bent verantwoordelijk voor de sanering van uw bedrijfsterrein indien de bodem verontreinigd is. De overheid subsidieert echter en heeft de mogelijkheden hiertoe verruimd. Onder bepaalde voorwaarden kan de eigenaar of erfpachter als MKB-bedrijf subsidie krijgen tot 70% van de saneringskosten. De subsidie moet vóór 1 januari 2008 bij het bevoegd gezag (provincie of gemeente) of bij het Bodemcentrum (www.bodemcentrum.nl) worden aangevraagd. Dit Bodemcentrum is een initiatief van VNO-NCW, MKB-Nederland, Rabobank Nederland en verschillende brancheorganisaties.
In principe is de subsidie overdraagbaar op een nieuwe eigenaar of erfpachter. Als de aanvraag tijdig is ingediend, kan tot 2030 gebruik worden gemaakt van de subsidiemogelijkheid.
(september 2007).

Wijziging aanslag DGA m.i.v. 2008
In 2006 heeft toenmalig minister Zalm aangekondigd dat directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) met ingang van 2008 niet meer onder de loonbelasting en premies volksverzekering zullen vallen. Dit alles met als doel de administratieve lasten voor ondernemers te verlichten.
Een belangrijke voorwaarde is dat de houdstermaatschappij waaruit de DGA’s hun salaris ontvangen geen andere werknemers in dienst mag hebben.
Op basis van een schatting van het looninkomen uit de ‘eigen’ BV wordt door middel van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen betaald. Deze situatie is gelijk aan die van een ondernemer met een eenmanszaak.
De Belastingdienst stuurt de komende periode eerst een brief naar alle DGA’s waarin zij kunnen aangeven of voor hen inderdaad de inhoudingsplicht gaat vervallen. Vervolgens krijgen DGA’s in september of oktober 2007 een brief van de fiscus waarin zij kunnen aangeven voor welk bedrag zij een voorlopige aanslag willen ontvangen.
Het vervallen van de inhoudingsplicht kan samenvallen met een al bestaande tegemoetkoming voor DGA’s die hun salaris ontvangen uit een houdstermaatschappij voor werkzaamheden voor de werkmaatschappij van die houdstermaatschappij.
Indien de DGA voor zijn werkzaamheden bij de werkmaatschappij aangemerkt wordt als een werknemer voor de werknemersverzekeringen, moet de werkmaatschappij normaliter de loonheffing en de werknemersverzekeringspremies afdragen over het loon van de DGA. Vaak is geregeld dat de DGA een arbeidsovereenkomst heeft met de houdstermaatschappij, welke maatschappij vervolgens weer een managementovereenkomst heeft met de werkmaatschappij. Het loon dat de DGA verdient bij de werkmaatschappij wordt aldus ‘doorbetaald’ (vandaar de term ‘doorbetaaldloonregeling’) door de houdstermaatschappij aan de DGA.
Op dit moment is het vaak zo geregeld dat een DGA met een minderheidsbelang in de werk-BV in zijn eigen houdstermaatschappij de loonbelasting/premie volksverzekeringen betaalt en dat de werk-BV zorgt voor de afdracht premie werknemersverzekeringen. Vanaf 2006 is dit eigenlijk wettelijk niet meer mogelijk en zou ook de loonbelasting/premie volksverzekeringen door de werk-BV afgedragen behoren te worden. Begin dit jaar is echter een besluit genomen welke de huidige situatie toch goedkeurt tot eind 2007.
Vanaf 1 januari 2008 ontstaat een geheel nieuwe situatie omdat vanaf dat moment de eigen houdstermaatschappij niet meer inhoudingsplichtig is en dus ook geen loonbelasting/premie volksverzekeringen kan inhouden en afdragen. Dientengevolge moet dit wel door de werk-BV ingehouden en afgedragen gaan worden. Dit kan echter leiden tot aanpassingen in managementovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten en/of pensioenovereenkomsten. De staatssecretaris acht het echter niet wenselijk dat dit alles gewijzigd zou moeten worden en bereidt daarom een wetswijziging voor om deze structuren ook na 1 januari 2008 mogelijk te maken.
(september 2007).

Bijzondere situatie bij bijtelling auto
Een uitspraak van de rechter gaf meer duidelijkheid over de autokostenbijtelling in een bijzondere situatie. Het ging hier om een situatie waarbij een werknemer in eerste instantie over een verklaring ‘geen privégebruik’ beschikt (en dus minder dan 500 kilometer per jaar privé reed) en deze vervolgens weer introk. Het blijkt dat voor de bijtelling van belang is of een auto gedurende het gehele of een gedeelte van het kalenderjaar aan de werknemer ter beschikking is gesteld. In dit geval vond gedurende de eerste twee maanden geen bijtelling plaats en de werknemer kon een kilometeradministratie overleggen waaruit bleek dat hij geen kilometer privé had gereden.
De werknemer verzocht de Belastingdienst om de verklaring vanaf begin maart in te trekken. Functiewisseling met onregelmatiger gebruik van de auto (daarom lastiger bij te houden ) en verkoop van privéauto was de reden om meer dan 500 kilometer privé te rijden.
De verklaring ‘geen privégebruik’ werd ingetrokken, maar de werknemer kreeg tevens een naheffingsaanslag over de maanden januari en februari. Hiertegen is de werknemer in beroep gegaan, omdat hij vond dat hij in deze maanden geen voordeel van de auto had.
Maar de rechtbank oordeelde dat het eventuele voordeel dat de werknemer geniet beoordeeld moet worden aan de hand van de vraag of de auto gedurende het gehele kalenderjaar aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Het is niet van belang of de auto daadwerkelijk gedurende het gehele kalenderjaar is gebruikt.
Conclusie: als u weet dat later in het jaar de situatie verandert hoeft u geen administratie bij te houden. Let wel: het is dus ook niet mogelijk om bijvoorbeeld gedurende de vakantietijd de verklaring in te trekken om dan meer kilometers privé te rijden.
(september 2007).

Waardering onderhanden werk gewijzigd
Tot 2007 was het (op basis van jurisprudentie) toegestaan om de fiscale winstneming uit te stellen totdat een werk was opgeleverd of een opdracht afgerond. Ingaande dit jaar geldt dat onderhanden werk in opdracht van een derde als volgt dient te worden gewaardeerd: het constante gedeelte van de algemene kosten dat toerekenbaar is aan het onderhanden werk, dient ook geactiveerd te worden. Onderhanden werk dient met voortschrijdende winst genomen te worden. Uitstel van winstneming tot oplevering van het werk of afronding van de opdracht is dus niet meer toegestaan. Per einde jaar dient voortaan het onderhanden werk te worden gewaardeerd op het gedeelte van de overeengekomen vergoeding voor het gehele werk of de volledige opdracht, dat aan het onderhanden gedeelte kan worden toegerekend. Bij bijvoorbeeld 50% voortgang van een project moet dus 50% winst worden genomen. Het blijft wel mogelijk om een voorziening te treffen voor eventueel te lijden verlies op een onderhanden werk. Nieuwe waardering zal normaliter voor het eerst plaatsvinden op 31 december 2007.
(september 2007).

Veel bedrijfsoverdrachten op komst
De babyboomgeneratie gaat met pensioen. De komende jaren zullen er meer dan 100.000 bedrijfsoverdrachten plaatsvinden.
Het is belangrijk om voldoende tijd te nemen voor een overdracht. Vijf tot tien jaar is een goede periode om niet alleen de praktische zaken te regelen maar ook zeker om het psychologische en emotionele proces voldoende tijd te gunnen. Gedegen financieel en juridisch advies is van groot belang. Bij onderhandelingen is er maar één devies: emoties overboord, vooral zakelijk blijven.
Er zijn verschillende mogelijkheden om de overdracht te vergemakkelijken. Het pand uit de transactie halen is hier een voorbeeld van. Voor de koper wordt het hierdoor makkelijker om de overdracht financieel rond te krijgen. Hij kan het pand bijvoorbeeld eerst een periode huren. De huuropbrengst kan de verkoper helpen bij de overbrugging naar het pensioen.
Een aantal tips: beoordeel tijdig de waarde van uw bedrijf om eventueel pensioenmaatregelen te kunnen nemen; zorg dat bedrijfsmiddelen modern zijn (de koper zit niet direct op hoge investeringen te wachten); vorm een middenkader (u bent dan niet onmisbaar en de koper staat er niet alleen voor); bereid medewerkers voor en zorg dat afspraken met hen schriftelijk vastgelegd zijn.
Nogmaals, goede begeleiding is essentieel bij een bedrijfsoverdracht. Meer weten? Neemt u gerust contact met ons op.
(juni 2007).


Let op: vóór 1 juli buitenlandse btw terugvragen
Als u in 2006 in een ander EU-land buitenlandse btw betaald heeft (voor goederen, diensten, maar ook bijvoorbeeld autobrandstof) kunt u, als u in dat land niet belastingplichtig bent, de btw in het betreffende land terugvorderen. Dit verzoek om teruggave moet dan wel vóór 1 juli 2007 ingediend worden. De originele facturen moeten meegestuurd worden (bewaar dus kopieën voor uw administratie). Tevens moet u een verklaring overleggen van de Nederlandse Belastingdienst waaruit blijkt dat u in Nederland omzetbelasting moet betalen. Er gelden wel drempelbedragen voor de teruggaaf. In de meeste EU-landen is dat voor een tijdvak van drie maanden € 200 en voor een tijdvak van een jaar € 25. Hiermee wordt gestimuleerd om de btw in een keer terug te vorderen. Let op: elk land kent zijn eigen beperkingen ten aanzien van kosten met een privékarakter.
(juni 2007).

Personeelsverstrekkingen en btw
De invoering van de fictieve heffing voor privégebruik, heeft geen invloed op de bestaande regels voor personeelsverstrekkingen.
Sinds 1 januari 2007 is er een regeling in de wet opgenomen om privégebruik te belasten. Deze regeling houdt in dat de ondernemer btw verschuldigd is als een ondernemer/eenmanszaak:

- goederen levert vanuit zijn onderneming aan zichzelf in privé;
- goederen levert vanuit zijn onderneming aan zijn personeel voor het privégebruik van het personeel;
- bedrijfsgoederen gebruikt voor privédoeleinden van hemzelf;
- bedrijfsgoederen gebruikt voor zijn personeel;
- diensten verricht voor eigen privédoeleinden;
- diensten verricht voor zijn personeel.

Voorheen bestond al het zogenaamde BUA (Besluit Uitsluiting Aftrek) voor personeelsverstrekkingen. Het BUA houdt in dat gedurende het jaar alle btw in aftrek mag worden gebracht en aan het einde van het jaar een correctie moet worden gemaakt voor het privé gebruik. Deze BUA-regeling blijft van toepassing op personeelsverstrekkingen. Ook de al bestaande regeling voor de correctie van het privégebruik van de auto van de zaak van de ondernemer/eenmanszaak blijft van toepassing.
De nieuwe bepalingen dienen niet als vangnet voor situaties van personeelsverstrekkingen, waarvoor het BUA niet corrigeert, zoals:

- indien de jaargrens van € 227 per personeelslid niet wordt overschreden;
- besloten busvervoer;
- fiets voor woon-werkverkeer (onder bijbehorende voorwaarden);
- outplacement;
- indien het privégebruik niet plaats vindt in het jaar van aanschaf, maar in het jaar daarop.

Voor die personeelsverstrekkingen is geen BUA-correctie en evenmin een fictieve heffing aan de orde.
De nieuwe wettelijke bepalingen lijken voor zover ze betrekking hebben op personeelsverstrekkingen alvast opgenomen te zijn voor het geval de Europese rechter het BUA onverbindend verklaart.
(juni 2007).

Wijzigingen in de loonbelasting met ingang van 1 januari 2007
Fietsregeling
De werkgever kan eens per drie jaar de aanschafkosten van een fiets van een werknemer onbelast vergoeden indien de waarde van de fiets meer bedraagt dan € 68 en maximaal € 749 is. Voorwaarde hierbij is dat de werknemer op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij woon-werkverkeer heeft, gebruik maakt van de fiets. De oude regel dat dan € 68 belast was, is vervallen. De werkgever kan de werknemer per kalenderjaar voor maximaal € 82 onbelast vergoeden voor met de fiets samenhangende zaken.

Telefoon en internet
Indien de werknemer telefoon, internet en vergelijkbare communicatiemiddelen voor meer dan 10% gebruikt ten behoeve van de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, zijn de verstrekkingen en vergoedingen vrijgesteld van loonbelasting. Te denken valt aan aanschafkosten, aanleg- of aansluitkosten, abonnementskosten en gesprekskosten.

Maaltijdregeling
Vergoedingen en verstrekkingen van maaltijden waarvan het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang is, zijn altijd volledig vrij van loonbelasting. Van een meer dan bijkomstig zakelijke maaltijd is sprake als een werknemer door zijn werk 's avonds niet op een normale tijd (tussen 17.00 en 20.00 uur) thuis kan eten. Bijvoorbeeld bij een dienstreis, een zakenbespreking buiten de deur, voor winkelpersoneel op koopavonden of ander overwerk. Deze nieuwe regeling geldt ook voor werknemers die op wisselende locaties werken (een vertegenwoordiger, een bouwvakker et cetera).
Maaltijden met een bijkomstig zakelijk karakter, zoals lunches op de vaste werkplek, worden belast naar de waarde in het economisch verkeer. De zogenaamde 80-maaltijdenregeling is afgeschaft (dit hield in dat een vergoeding of verstrekking van maximaal 80 maaltijden per kalenderjaar met een meer dan bijkomstig zakelijk belang volledig onbelast was en dat vanaf de 81e maaltijd een normbedrag bij het loon moest worden geteld).

Vaste reiskostenvergoedingen
Als een werknemer hoofdzakelijk naar een vaste plaats van werkzaamheden reist, kan voortaan een vaste vrije vergoeding worden verstrekt alsof de werknemer altijd naar deze plaats reist. Ter voorkoming van discussies is vastgesteld dat de vaste vergoeding betaald mag worden voor 214 dagen per kalenderjaar (op fulltime basis), ook als de werknemer minder dagen reist, mits hij meer dan 150 dagen reist. Bij parttimecontracten wordt het aantal dagen naar evenredigheid verminderd.

Vergoeding onregelmatige diensten
De vrije vergoeding van kosten die de werknemer thuis maakt ter zake van onregelmatige diensten of continudiensten, kunnen niet langer vrij vergoed worden. Het betreft de extra kosten van voeding, verlichting en verwarming in de woning van de werknemer.

Geschenkenregeling
Over één of meerdere geschenken in natura tot € 70 per kalenderjaar kan de werkgever een eindheffing laten plaatsvinden tegen een tarief van 20%. Voorheen was dit € 35, maar het tarief was 15% (dat is nu wat ongunstiger). De werkgever kan er ook voor kiezen om de geschenken tot het loon te rekenen en daarover de loonheffingen toe te passen.
Ook na 1 januari 2007 kan de werkgever nog de eindheffingsregeling blijven toepassen voor geschenken in natura met een waarde in het economische verkeer van maximaal € 272 per jaar en maximaal € 136 per verstrekking.

Bijtelling openbaarvervoerkaarten
De bijtelling voor de werknemer van openbaar vervoerkaarten die mede voor het werk of woon-werkverkeer worden gebruikt is met ingang van 1 januari 2007 afgeschaft. Naast dit voordeel voor de werknemer vervalt ook de eis dat de plaatsbewijzen per werknemer moeten worden bewaard.
(juni 2007).

Werkgevers krijgen boete tot € 6700 bij ontduiking minimumloon
Werkgevers die werknemers minder uitbetalen dan het wettelijke minimumloon, krijgen daarvoor direct een boete van de Arbeidsinspectie. De hoogte van de boete hangt af van de mate van ontduiking en bedraagt maximaal € 6700 per werknemer. Ook kan de arbeidsinspectie deze werkgevers een dwangsom opleggen om ze te verplichten alsnog het minimumloon uit te betalen. De Eerste Kamer heeft ingestemd met het voorstel van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in deze zin te wijzigen.
(juni 2007).

Alle uren die u besteedt aan zakelijke belangen tellen mee voor het urencriterium
Eerder berichtten wij u over het bijhouden van het urencriterium, waarbij geldt dat u jaarlijks minimaal 1225 uur voor uw onderneming actief moet zijn. Het goed bijhouden is onder andere van belang voor uw MKB-winstvrijstelling. Als ondernemer hoeft u over 10% van de belastbare winst geen belasting te betalen. Een uitspraak van de Hoge Raad heeft een ondernemer in het gelijk gesteld ten opzichte van de Belastingdienst. Het bouwen van een website voor zijn bedrijf gold ook als arbeidsuren voor de onderneming. De Hoge Raad is duidelijk: alle uren die besteed worden aan de zakelijke belangen van het bedrijf tellen mee. Ook de uren die u, buiten de openingstijden van uw bedrijf, besteedt aan uw administratie, studie voor uw bedrijf, het lezen van vakliteratuur of overleg met uw bank tellen mee. Voorwaarde is dat u aannemelijk moet maken dat de arbeidsuren voor zakelijk belang golden.
(juni 2007).

Meer geld voor innoverende bedrijven door WBSO
Indien u als bedrijf onderzoek wilt doen naar een innovatie (technologische vernieuwing) komt u waarschijnlijk in aanmerking voor de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Onder speur- en ontwikkelingswerk wordt verstaan:
- ontwikkeling van technisch nieuwe fysieke producten, fysieke productieprocessen, programmatuur of onderdelen hiervan;
- technisch wetenschappelijk onderzoek waarmee een verklaring wordt gezocht voor een verschijnsel op gebieden zoals fysica, chemie, biotechnologie, productietechnologie en informatie- en communicatietechnologie;
- de analyse van de technische haalbaarheid van een eigen S&O-project dat u mogelijk wilt gaan opstarten;
- technisch onderzoek dat zich richt op de verbetering van uw fysieke productieproces of de door u gebruikte programmatuur.

De WBSO-regeling is een korting op de loonbelasting over de uren die door u besteed worden aan de ontwikkeling van een nieuw product of proces. De korting bedraagt 42% van de bruto loonkosten van eigen werknemers. Dit percentage geldt voor een bruto loonsom tot €110.000 per jaar. Over het bedrag daarboven is dit 14%. ‘Technostarters’ (mensen die op basis van een technische vinding een onderneming starten en zo hun technische vinding willen commercialiseren) krijgen zelfs 60% korting over de eerste belastingschijf.
Uit een evaluatie blijkt dat deze WBSO-regeling goed werkt en bedrijven stimuleert tot extra inspanningen op innovatief gebied. Dit jaar is er een budget van 425 miljoen euro beschikbaar voor het stimuleren dit speur- en ontwikkelingswerk. Ruim tienduizend bedrijven doen er jaarlijks een beroep op. De minister van Economische Zaken vindt het positief dat met name het midden- en kleinbedrijf zijn voordeel doet met de belastingaftrek. De regeling wordt uitgevoerd door SenterNovum, een agentschap van het ministerie van Economische Zaken. Uiteraard kunt u ook bij ons terecht voor meer informatie en hulp bij een aanvraag.
(juni 2007).

Vestigingswet verleden tijd
De Vestigingswet Bedrijven 1954 wordt ingetrokken. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor ondernemerschap, concurrentie en werkgelegenheid. De wet was bedoeld om de kwaliteit van ondernemers te waarborgen en stamt uit de dertiger jaren! In de loop der tijd heeft de wet vele aanpassingen gekend omdat veel regels overbodig werden. De laatste jaren kwamen steeds meer eisen en sectoren te vervallen zoals de eis van kredietwaardigheid en de eisen aan Algemene Ondernemersvaardigheden. De huidige Vestigingswet bevat, voor een beperkt aantal sectoren, nog slechts eisen die betrekking hebben op de kennis over wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Men streeft ernaar de Vestigingswet op 1 juli 2007 in te trekken.
(juni 2007).

Business-to-Business Beurs Noordwest Veluwe
Deze beurs werd gehouden op 27 en 28 maart in Harderwijk. Van Welie Accountants was ook aanwezig met een stand.
Bekijk hier de foto´s.

Onterecht privégebruik auto van de zaak
Bij gebruik van een auto van de zaak door een werknemer moet u als werkgever 22% van de cataloguswaarde van de auto optellen bij het loon van de werknemer en hier belasting over inhouden en afdragen. Wanneer een werknemer een verklaring ‘geen privégebruik auto van de zaak’ bij de Belastingdienst heeft ingediend hoeft dit niet. Deze verklaring kan worden ingediend indien er minder dan 500 kilometer per jaar gebruik wordt gemaakt van de auto voor privédoeleinden.
Uit steekproeven is gebleken dat er vaak geen belasting is betaald voor het gebruik van auto’s van de zaak voor privégebruik. Men overschrijdt, ondanks de schriftelijke verklaring, dus de kilometergrens. De Belastingdienst houdt daarom vanaf medio februari door het hele land mobiele controleacties op onterecht privégebruik van auto’s van de zaak. Men controleert het gehele jaar door bij drukbezochte locaties zoals festivals, bouwmarkten, woonboulevards en grensovergangen in de vakantieperiodes.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van ‘slimme’ camera-auto’s die zijn uitgerust met een computersysteem dat automatisch nummerplaten scant en herkent. Het kan, al rijdende, 8 kentekens per seconde registreren. De gegevens worden vergeleken met de verklaringen van ‘geen privégebruik auto van de zaak’ die bij de Belastingdienst opgegeven zijn. Degene die, ondanks zo’n gegeven verklaring, toch voor privédoeleinden gebruik maakt van een auto van de zaak ontvangt een schriftelijke uitnodiging om inzicht te geven in de rittenregistratie waarmee aangetoond kan worden dat er per jaar minder dan 500 privékilometers met de auto van de zaak worden gereden. Als dit niet kan worden aangetoond wordt een naheffing opgelegd (de controles worden toegepast over het belastingjaar 2007, maar naheffingen over voorgaande jaren worden mogelijk ook opgelegd).
De naheffing wordt altijd opgelegd als van privégebruik van de auto van de zaak sprake is. De verklaring ‘geen privégebruik auto van de zaak’ kan op elk gewenst moment worden ingetrokken. Een naheffing wordt dan opgelegd over de periode waarin er privé in de auto van de zaak is gereden. De werkgever moet na intrekking van de verklaring het gebruik weer in de loonheffing opnemen. Indien de verklaring wordt ingetrokken wordt de bijtelling niet verhoogd met een boete.

Rekenvoorbeeld:
Een werknemer met een salaris van € 3.000 per maand rijdt in een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 30.000. Als bij controle blijkt dat de verklaring ‘geen privégebruik auto van de zaak’ niet is ingetrokken terwijl er meer dan 500 privékilometers per jaar mee wordt gereden kan hij de volgende naheffingsaanslag verwachten:
Bijtelling € 30.000 x 22% = € 6.600 x belastingtarief 42 % = € 2.772.
Eventuele boete 50% van € 2.772 = € 1.386.
Totale aanslag € 4.158.
U ziet: een goede reden om te controleren of alle verklaringen die opgestuurd zijn nog actueel zijn. Zo niet, dan kan bij de Belastingdienst het formulier ‘intrekking verklaring geen privégebruik auto van de zaak’ opgevraagd worden.
(maart 2007).


Onderschat discussiesite niet

Kent u de sites waar men discussieert over producten? Steeds meer mensen (25%) zoeken eerst op internet informatie over een product. De klant is minder trouw aan een merk dan voorheen. Hij staat argwanend tegenover reclame en hecht meer waarde aan het oordeel van vrienden en familie. Bedrijven laten zich niet zien op die discussiesites, maar laten zo kansen liggen. Dit wordt veelal gedaan uit angst de ‘controle te verliezen’. Er leeft het idee dat men met reclame-uitingen zelf bepaalt hoe er over het product gedacht wordt. Toch is het voor u als ondernemer verstandig om u te mengen in de discussies. Discussies vinden namelijk sowieso plaats en zo kunt u invloed uitoefenen en profiteren van de kennis van de klanten.
(maart 2007).

Wat verandert er voor u door uniforme dienstverlening van het UWV?
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) gaat in de loop van dit jaar organisatiebreed gebruikmaken van één enkel incassosysteem. Tot nog toe werden er verschillende systemen gebruikt, die gerelateerd waren aan de uitkeringsinstellingen die in het UWV zijn opgegaan.
Het UWV gaat, om de dienstverlening te uniformeren én om de interne administratie efficiënter te maken, het incasseren van premies en boetes van de jaren vóór 2006 uitvoeren via het incassosysteem van het vroegere GAK. In de eerste helft van 2007 is de overgang gepland. Dit wordt in fases uitgevoerd, achtereenvolgens voor de vroegere USZO, BVG, Detam, GUO en Bouw.
Wat verandert er nu voor u?
• U krijgt een aparte nota voor te betalen/ontvangen bedragen en herinneringen c.q. aanmaningen, met specificatie naar: Sociale Verzekering (SV), Boete, Arbeidsgehandicaptenkorting (AGH), Re-integratie Arbeidsgehandicapten (REA), OR (premie Ondernemingsraad).
• Betaling is helaas alleen nog mogelijk via acceptgirokaart of betalingsopdracht (niet meer per automatische incasso!).
• Betalingen dient u voortaan over te maken op rekeningnummer 67.25.35.300 ten name van het UWV te Amsterdam (o.v.v. uw aansluitingsnummer).
Schroom niet om contact met ons op te nemen om u hierbij van dienst te zijn.
(maart 2007).

Wetswijzigingen pensioen- en zorgverzekering van 2006
Uit onderzoek is gebleken dat werknemers in 2006 alle veranderingen op het gebied van pensioen- en zorgverzekering met moeite konden bijhouden. Van hen heeft vrijwel niemand gebruik gemaakt van de levensloopregeling. Negen van de tien bedrijven heeft een collectieve levensloopregeling afgesloten. Ruim een kwart van de werkgevers verstrekt hierbij een werkgeversbijdrage. De meeste werknemers maken geen gebruik van de levensloopregeling, maar laten dit uitbetalen.
Bijna 95% van de ondernemingen heeft een collectieve ziektekostenverzekering afgesloten voor het personeel. Vier van de tien verstrekken een extra werkgeversbijdrage naast de verplichte 6,5%. Alhoewel er gekozen kan worden voor een andere collectiviteit dan die de werkgever aanbiedt, hebben de meeste werknemers dat niet gedaan. De keuze voor de zorgverzekeraar laat men dus veelal over aan de werkgever.
(maart 2007).

Veranderde Arbeidstijdenwet (per 1 april 2007)
De Arbeidstijdenwet is vereenvoudigd en zal op 1 april 2007 in werking treden.
Deze wet stelt regels vast voor arbeids- en rusttijden. Dit met het oog op veiligheid, gezondheid en welzijn. Tevens heeft de wet tot doel om het voor werknemers makkelijker te maken om werk te combineren met zorgtaken en/of andere verantwoordelijkheden die zij buiten het werk hebben. Met deze veranderde wet krijgen werkgevers en werknemers meer mogelijkheden om zelf afspraken te maken over de arbeids- en rusttijden.
Wat er verandert per 1 april 2007:
- De maximum arbeidstijd is 12 uur per dienst en 60 uur per week. In een periode van 4 weken mag een werknemer gemiddeld 55 uur per week werken en per 16 weken gemiddeld 48 uur.
- Een nachtdienst mag niet langer duren dan 10 uur. Voor werknemers die regelmatig nachtdiensten draaien, mag de werkweek over een periode van 16 weken gemiddeld niet meer dan 40 uur bedragen. Na één of meer nachtdiensten geldt altijd een langere rusttijd.
Het aantal nachtdiensten dat een werknemer draait blijft beperkt: per 16 weken maximaal 36 nachtdiensten. Alleen bij cao of na een afspraak van de werkgever met de ondernemingsraad mag dit aantal verhoogd worden tot 140 nachtdiensten per jaar.
De huidige standaard- en overlegregeling komt te vervallen. Behalve voor het aantal nachtdiensten, geldt in de nieuwe wet voortaan nog maar één norm.
Van sommige bepalingen (met betrekking tot pauzeduur, aantal vrije zondagen en gemiddelde wekelijkse arbeidstijd per 4 weken) mag uitsluitend ‘bij collectieve regeling’ gebruik gemaakt worden. Dat wil zeggen nadat daarover in collectief overleg overeenstemming is bereikt, bijvoorbeeld in een cao of een schriftelijke overeenstemming tussen de werkgever en het medezeggenschapsorgaan over een arbeids- en rusttijdenregeling (meestal de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging).
In principe geldt de Arbeidstijdenwet voor iedereen die voor een werkgever werkt, dus voor alle werknemers, inclusief stagiaires, uitzendkrachten en gedetacheerden. In een aantal gevallen geldt de Arbeidstijdenwet ook voor zelfstandigen. Het gaat dan om situaties waarin ook de veiligheid van derden in het geding is, zoals in de vervoerssectoren.
De nieuwe Arbeidstijdenwet zal op 1 april 2007 in werking treden. Voor sectoren die een cao hebben afgesloten die vóór genoemde datum in werking is getreden, is er een overgangsregeling. In deze sectoren blijft de oude wet van toepassing tot het moment dat die cao afloopt, maar nooit langer dan 1 jaar na inwerkingtreding van de wet. Uiterlijk op 1 april 2008 geldt de nieuwe wet dus voor alle sectoren.
(maart 2007).

Benzinebonnen en aftrek BTW
Let op bij contant betalen bij tanken. Als u rekent op BTW-teruggave van uw benzinekosten moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen.
De belastingwet schrijft voor dat de BTW pas afgetrokken kan worden als er op een voorgeschreven wijze een factuur is gemaakt. Een vereiste is dat de naam en het adres van de ondernemer en zijn afnemer op de factuur zijn opgenomen. Bij benzinebonnen hoeven de gegevens van de afnemer (u als klant dus) niet noodzakelijk op de bon te staan, echter de betalingen moeten wel traceerbaar zijn.
Bij contant afrekenen voldoet de ondernemer of de werknemer volgens de Belastingdienst niet aan deze voorwaarde.
Om uw BTW-teruggave probleemloos te laten verlopen, dient u dus te betalen door middel van een bank- of giropas, creditkaart of een tankkaart.
(maart 2007).

Verandering Wet Kinderopvang: wat betekent deze wet voor u als ondernemer?
De Wet kinderopvang bestaat sinds 1 januari 2005 en hierin staat dat ouders, werkgevers en overheid samen verantwoordelijk zijn voor de kinderopvang.
De wet liet het aan werkgevers over of ze hun personeel met kinderen al dan niet een financiële bijdrage voor kinderopvang zou verstrekken. De bedoeling was dat in 2008 ruim 90% van de werknemers met kinderen een werkgeversbijdrage zou ontvangen voor kinderopvang. Gebleken is echter dat 35% geen of geen volledige bijdrage ontving. Omdat de streefcijfers voor 2008 niet gehaald zouden worden, is per 1 januari 2007 de vrijwillige werkgeversbijdrage vervangen door een verplichte bijdrage.
Werkgevers betalen nu geen vergoeding meer aan werkende ouders. Deze ontvangen voortaan alleen nog van de overheid een bijdrage voor de kinderopvang. De kosten hiervan rekent de overheid door aan alle werkgevers. Dit gebeurt via een vaste opslag op het werkgeversdeel van de WW-premie (de 'sectorpremie'). In 2007 bedraagt deze zogeheten kinderopvangheffing 0,28% van het premieloon. Deze heffing geldt voor zowel het loon van werknemers met kinderen als zonder kinderen.
Ouders krijgen een toeslag als ze gebruik maken van formele kinderopvang (een geregistreerd kinderopvangcentrum of gastoudergezin dat is aangesloten bij een ingeschreven gastouderbureau).
Als u als werkgever op eigen initiatief een werkgeversbijdrage betaalde, kon u hier sinds 1 januari 2007 mee stoppen. Mocht uw bijdrage voortkomen uit een cao of een bedrijfsregeling dan kan het zijn dat u de bijdrage nog moet betalen zolang de cao en bedrijfsregeling niet zijn aangepast aan de nieuwe situatie. Daarom is geregeld dat u zolang deze situatie zich voordoet per 1 januari 2007 uitsluitend nog verplicht bent de afgesproken werkgeversbijdrage te betalen voor zover deze gunstiger is dan de vaste toeslag die de overheid aan de ouders verstrekt.
Uw administratieve lasten nemen af als u voorheen een werkgeversbijdrage verstrekte. Dit geldt echter niet als u nog met de genoemde overgangsregeling te maken heeft.
Werknemers met kinderen waren in de oude situatie minder aantrekkelijk voor werkgevers die een bijdrage betaalden dan werknemers zonder kinderen. Dat is nu niet meer het geval, aangezien nu voor iedere werknemer een opslag moet worden betaald.
Situatie voor zelfstandigen.
Met de invoering van de Wet Kinderopvang in 2005 kregen zelfstandigen dezelfde rechten als werknemers wat de vergoeding van de kinderopvang betrof. Zij konden aanspraak maken op een inkomensafhankelijke toeslag én op een extra inkomensafhankelijke compensatie van het Rijk omdat ze geen werkgeversbijdrage ontvingen. Vanaf 1 januari 2007 hebben zelfstandigen recht op de vaste toeslag en op de inkomensafhankelijke toeslag.
(maart 2007).


Gewijzigde grensbedragen rechtspersonen
Per 25 oktober jl. zijn de grensbedragen uit artikel 2:396 lid 1 en artikel 2:397 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek aangepast aan een dienovereenkomstige wijziging van de vierde EU-richtlijn inzake de jaarrekening. Het besluit tot wijziging is gepubliceerd in Staatsblad 2006, nr. 474. Sindsdien gelden de volgende nieuwe citeria:

Middelgroot:
- totaal aan activa was tot € 14.600.000, wordt tot € 17.500.000
- netto-omzet was tot € 29.200.000, wordt tot € 35.000.000
- aantal werknemers blijft: kleiner dan 250

Klein:
- totaal aan activa was tot € 3.650.000, wordt tot € 4.400.000
- netto-omzet was tot € 7.300.000, wordt tot € 8.800.000
- aantal werknemers blijft: kleiner dan 50

De grensbedragen bepalen of een rechtspersoon klein, middelgroot of groot is. Indien een rechtspersoon klein of middelgroot is, zijn bepaalde vrijstellingen van de wettelijke voorschriften voor het opstellen, doen controleren en publiceren van de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens mogelijk. Door de verhoging van de grensbedragen kunnen meer rechtspersonen profiteren van die vrijstellingen.
Volgens artikel 3 van het besluit zijn de nieuwe grensbedragen van toepassing op de jaarrekening over 2007 en kunnen ze ook al worden toegepast op de jaarrekening over 2006. In de praktijk is onduidelijkheid ontstaan over de vraag hoe deze toepassing zich verhoudt tot het voorschrift van het eerste lid van de artikelen 2:396 en 397 BW, dat de rechtspersoon op twee opeenvolgende balansdata moet hebben voldaan aan twee van de drie criteria van een bepaalde categorie, om als middelgrote of kleine rechtspersoon te worden geclassificeerd.
Uit overleg met het ministerie van Justitie is gebleken dat het de bedoeling van het besluit is om het bedrijfsleven al in een zo vroeg mogelijk stadium te laten profiteren van de verlichting van de administratieve lasten ten gevolge van de verhoging van de grensbedragen. De nieuwe bedragen gelden vanaf het moment dat de grensbedragen door het in werking getreden besluit zijn gewijzigd. Om voor boekjaren die zijn begonnen op of na 1 januari 2006, vast te stellen of op twee achtereenvolgende balansdata is voldaan aan de hoogte van de grensbedragen, mogen ook voor het vorige boekjaar (dat is begonnen op of na 1 januari 2005) de aangepaste grensbedragen worden gehanteerd. Een rechtspersoon die dus de jaarrekening over 2005 heeft opgesteld als middelgrote rechtspersoon, maar die met de nieuwe grensbedragen over zowel 2005 als 2006 onder de categorie kleine rechtspersoon valt, mag de jaarrekening over 2006 opstellen als kleine rechtspersoon en de vrijstellingen van artikel 2:396 BW toepassen.
Volledigheidshalve heeft het ministerie van Justitie te kennen gegeven dat dit is wat met het besluit is beoogd, hoewel uiteindelijk de rechter altijd het laatste woord heeft bij kwesties van interpretatie van wetten en besluiten. De artikelen 2:396 en 397 BW zijn facultatieve bepalingen, zodat toepassing ervan vrijstaat. Voor de duidelijkheid zij opgemerkt dat het grootte-regime voor jaarrekeningen over boekjaren die zijn begonnen vóór 1 januari 2006 op basis van de oude grensbedragen wordt bepaald.
(december 2006).

Loon DGA alleen nog belast in de inkomstenbelasting
De Tweede Kamer heeft het Belastingplan 2007 aangenomen. Door middel van een amendement is hierin opgenomen dat het loon dat de directeur-grootaandeelhouder (DGA) van de BV ontvangt, vanaf 1 januari 2008 alleen nog in de inkomstenbelasting wordt belast en niet meer in de loonbelasting. De fiscale positie van de directeur-grootaandeelhouder wijzigt in beginsel niet. De BV wordt dan niet meer als inhoudingsplichtige aangemerkt. Het voeren van een loonadministratie voor de DGA is niet meer nodig. Wat uiteraard een werkelijke lastenverlichting is. Deze regeling geldt slechts als er uitsluitend een of meer DGA's in dienst zijn.
(december 2006).

Vooruitgang in pensioensituatie van ZZP’ers
De groep van ZZP’ers (zelfstandigen zonder personeel) wordt door de vakcentrale FNV op zo’n 500.000 mensen geschat. Dit zal naar verwachting in 2010 zijn toegenomen tot circa 800.000, wat 15% van de beroepsbevolking inhoudt. Dit is dus zeker geen kleine groep, maar naar de mening van de vakcentrale is het een vergeten groep. De FNV noemt inkomensverzekeringen voor pensioen, arbeidsongeschiktheid en zwangerschap veelal onbereikbaar of onbetaalbaar voor deze groep. De FNV meent dat meer dan de helft van de ZZP'ers niet verzekerd is voor arbeidsongeschiktheid.
De vakcentrale gaat wat doen aan de pensioensituatie. Ze gaat eenmansbedrijfjes die FNV-lid zijn vanaf volgend jaar een collectieve pensioenregeling aanbieden. Zo wordt de mogelijkheid gegeven aan 25.000 ZZP’ers om een gunstiger pensioen op te bouwen. De FNV verwacht binnen enkele weken de onderhandelingen over het nieuwe pensioenfonds met de verzekeraars af te ronden.
(december 2006).

Minimumloon per 1 januari 2007
Per 1 januari 2007 wordt het bruto minimumloon verhoogd tot € 1.300,80 per maand.
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de hoogte van het minimumloon per 1 januari 2007 bekend gemaakt. Tweemaal per jaar wordt het minimumloon aangepast aan de gemiddelde ontwikkeling van de CAO-lonen.
Iedere werknemer tot van 23 tot 65 jaar heeft recht op het wettelijk minimumloon. Voor werknemers van 15 tot 23 jaar geldt het minimumjeugdloon. Per leeftijdsjaar geldt een ander minimumloon. Voor jongeren van 14 jaar en jonger bestaat (nog) geen wettelijk minimumloon. In november 2006 sprak de Hoge Raad zich nog uit tegen een wettelijk minimumloon voor 13- en 14-jarigen.
Voor een werknemer van 23 jaar of ouder is het bruto minimumloon bij een volledig dienstverband per 1 januari 2007:
per maand € 1.300, 80; per week € 300, 20; per dag € 60, 04.

Bruto minimumjeugdlonen per 1 januari 2007:
Leeftijd, percentage van het bovengenoemde minimumloon en maand bedrag:
22 jaar 85,0 % € 1.105,70
21 jaar 72.5 % € 943,10
20 jaar 61.5 % € 800,00
19 jaar 52.5 % € 682,90
18 jaar 45.5 % € 591,85
17 jaar 39.5 % € 513,80
16 jaar 34.5 % € 448,80
15 jaar 30,0 % € 390,25
(december 2006).

Geen minimumloon voor 13- en 14-jarigen
Jongeren van 13 en 14 jaar oud krijgen toch geen recht op een minimumloon. Dit blijkt na een uitspraak van de Hoge Raad, die hiermee een uitspraak van het Haagse gerechtshof en de rechtbank in Den Haag vernietigt. Vakcentrale FNV en CNV Jongeren maakten zich altijd hard voor een minimumloon voor deze jonge werknemers en waren hierover een rechtszaak tegen de Staat begonnen.
De Hoge Raad stelt in haar uitspraak dat het uitblijven van minimumloon voor 13 en 14 jaar geen leeftijdsdiscriminatie is. Sinds 1996 mogen 13- en 14-jarigen licht werk verrichten. Bedrijven hoeven zich, in tegenstelling tot 15-jarigen, bij deze groep niet aan een minimumsalaris te houden. De vakbonden vinden dat iedereen die werkt, moet worden beschermd door een minimumloon. De overheid wil de jongeren niet stimuleren van school weg te blijven en is daarom tegen het recht op minimumloon voor de groep.
In tegenstelling tot de Hoge Raad hebben lagere rechtscolleges eerder besloten dat de Staat niet kan hardmaken dat meer 13- en 14-jarigen gaan werken als ze een minimumsalaris verdienen. Volgens de Hoge Raad bestaat er een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor het maken van een onderscheid tussen deze leeftijdscategorieën op het punt van het minimumloon.
Raad stelt dat het internationaal aanvaard is dat jongeren pas na hun 15de verjaardag betaald mogen verrichten. Met de lichte klusjes die zij alleen onder toezicht mogen uitvoeren, is het niet de bedoeling dat zij daarvan moeten leven. De Hoge Raad stelt: 'invoering van een minimumjeugdloon zou de verkeerde indruk kunnen wekken dat inschakeling van deze kinderen in het gewone arbeidsproces aanvaardbaar zou zijn'.
(december 2006).

Verkoop onderneming telt mee voor urencriterium
Wanneer u uw bedrijf verkoopt, is het toegestaan om de hieraan bestede uren mee te tellen voor het urencriterium. Dat heeft de Hoge Raad onlangs bepaald. Dit criterium is onder andere van belang voor de zelfstandigenaftrek.
Op 1 mei 1997 verkocht een ondernemer zijn onderneming. In zijn aangifte inkomstenbelasting 1997 claimde hij de zelfstandigenaftrek. De inspecteur was het hier niet mee eens. De uren die de man na 1 mei 1997 had besteed aan de afwikkeling van de verkoop van zijn onderneming telden volgens de inspecteur niet mee. Hierdoor voldeed de man niet aan het urencriterium (1.225 uur werkzaam in de onderneming).
De inspecteur werd door het hof in het gelijkgesteld. De man dreef vanaf 1 mei 1997 geen onderneming meer, zodat de uren na mei 1997 niet waren besteed aan het feitelijk drijven van een onderneming. De zaak kwam uiteindelijk voor de Hoge Raad terecht.
Deze floot het hof echter terug. De Hoge Raad was van mening dat de afwikkeling van een onderneming nadat deze is gestaakt, wel degelijk samenhangt met het feitelijk drijven van een onderneming. De uren die besteed zijn aan deze afwikkeling kunnen worden beschouwd als ‘in beslag genomen door het feitelijk drijven van een onderneming’. De man mocht de uren dus wél meetellen voor het urencriterium.
(december 2006).

Ondernemer niet verplicht administratiesoftware van de fiscus te gebruiken
U weet dat u als ondernemer verplicht bent een degelijke, betrouwbare administratie bij te houden. Dat laat u wellicht door ons doen of u houdt (samen met ons)zelf alle cijfers bij. Uit een recente uitspraak van de rechtbank in Breda blijkt dat de administratieverplichting niet eindloos kan worden opgerekt.
Want het voert te ver als een belastinginspecteur eisen gaat stellen aan de inrichting van de boekhouding. Als ondernemer mag u de boekhouding inrichten op een voor u wenselijke manier, mits de Belastingdienst binnen een redelijke termijn inzicht kan verkrijgen in uw cijfers.
De ondernemer die in de casus centraal staat, maakt voor zijn administratie gebruik van het softwarepakket ‘SAP R3’. De inspecteur in kwestie wil echter dat de ondernemer een speciaal door de Belastingdienst ontwikkeld softwarepakket gebruikt om het voorraadverloop te bepalen. De rechtbank in Breda krijgt de vraag voorgelegd of de administratie moet worden aangeleverd op een door de inspecteur bepaalde wijze, of dat de ondernemer hierin vrij is.
Bij de beoordeling van de zaak wijzen de rechters er allereerst op dat de inspecteur een wettelijke bevoegdheid heeft om eisen te stellen aan de inrichting van de boekhouding. Deze eisen mogen, zo redeneren zij, echter niet verder gaan dan noodzakelijk om controle door de Belastingdienst binnen een redelijke termijn mogelijk te maken. Vervolgens stelt het rechtscollege vast dat de boekhouding van de ondernemer in kwestie voldoet aan deze eisen. Daarom mag de inspecteur van de belastingplichtige niet verlangen dat hij gebruikmaakt van een ander softwarepakket, zelfs niet indien dit voor de Belastingdienst efficiënter is. De rechtbank oordeelt daarom ten gunste van de ondernemer.
(december 2006)
.

Kabinet: landbouwgrond vrijstellen van overdrachtsbelasting
Het Kabinet wil de verkrijging van alle cultuurgrond die bestemd is voor toepassing in de landbouw vrijstellen van overdrachtsbelasting. Ter voorkoming van misbruik van de vrijstelling wordt de eis gesteld, dat de grond nog gedurende 10 jaar in de landbouw wordt gebruikt.
Dat blijkt uit een brief van minister Zalm van Financiën waarin hij ingaat op vragen vanuit de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Werken aan Winst. Het kabinet wil met de cultuurgrondvrijstelling een einde maken aan een wirwar van bestaande vrijstellingen in de agrarische sfeer met ieder hun eigen zeer specifieke en ingewikkelde voorwaarden, schrijft Zalm.
Het enkele feit dat er bijvoorbeeld een wijziging van het bestemmingsplan plaatsvindt, hoeft niet te betekenen dat alle in deze termijn genoten vrijstellingen op grond van de cultuurgrondvrijstelling komen te vervallen. Pas op het moment dat binnen de termijn de grond feitelijk niet meer als landbouwgrond wordt gebruikt, komen alle eerder verkregen vrijstellingen te vervallen. Door het opnemen van een kettingbeding in de koopovereenkomst kunnen verkopende partijen op eenvoudige wijze financiële risico’s uitsluiten en ervoor zorgen dat zij aan hun verplichtingen kunnen voldoen, stelt de minister.
De heffing van overdrachtsbelasting kan ook achterwege gelaten worden wanneer de verkregen grond een natuurbestemming krijgt. Dit om een drempel weg te nemen voor agrarisch natuurbeheer. Als dit binnen het kader van het landbouwbedrijf plaatsvindt, valt dit binnen de vrijstelling.
Als de grond binnen tien jaar gebruikt wordt voor de bouw van agrarische bedrijfsopstallen zou in principe alsnog overdrachtsbelasting verschuldigd zijn omdat de grond niet langer als cultuurgrond wordt benut. In deze specifieke situatie kan heffing van overdrachtsbelasting ook achterwege blijven omdat de bouw van agrarische bedrijfsopstallen gezien kan worden als passend binnen de voortzetting van het agrarische bedrijf.
Er is niet overwogen de regeling zo vorm te geven dat een uitzondering wordt gemaakt bij wijziging van grondgebruik door overheidsingrijpen binnen de tienjaarstermijn. In een dergelijke situatie zal de verschuldigdheid van overdrachtsbelasting in de verkoopprijs verdisconteerd zitten, aldus Zalm.
(december 2006).

Adviesraad en een Kenniscentrum voor Microkredieten
Er komt een Adviesraad en een Kenniscentrum voor het verzamelen en verspreiden van kennis en ervaring over microkredieten.
Dat heeft Staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken bekend gemaakt na een werkbezoek en een overleg met vertegenwoordigers van banken in Amsterdam. De Adviesraad zal de overheid gaan adviseren over beleid voor microfinanciering, dat zijn leningen aan ondernemers van minder dan € 25.000.
Veel kleine ondernemers hebben moeite bij het krijgen van een financiering omdat het om kleine bedragen gaat waar voor de banken weinig zekerheden tegenover staan. Tevens zijn er moeilijk te beoordelen risico´s. Ook is vaak meer begeleiding nodig dan banken kunnen en willen bieden. Inmiddels is er een aantal initiatieven waar ondernemers een dergelijk krediet kunnen krijgen zoals het Startersfonds Zuidoost in Amsterdam waar Van Gennip een bezoek bracht samen met H.K.H. Prinses Maxima. Die initiatieven zijn veelal lokaal en hebben vaak een beperkte looptijd. De Adviesraad en het kenniscentrum moeten de versnipperde kennis bundelen.
(december 2006).

Coulance bij boetebeleid Eerstedagsmelding
Sinds maandag 3 juli 2006 is de Eerstedagsmelding (EDM) in werking getreden. U dient uw nieuwe werknemers via de EDM te registreren bij de Belastingdienst. In de praktijk is gebleken dat de EDM toch nog vragen en onduidelijkheden met zich meebrengt. De Belastingdienst heeft laten weten dat zij niet direct boetes zal uitdelen wanneer werkgevers fouten maken met de EDM. De nadruk zal liggen op ondersteuning van werkgevers bij het tijdig en juist doen van de EDM. Zorg echter wel dat u de EDM snel ‘in de vingers krijgt’, want hoelang deze periode van coulance zal duren, is niet bekend.
(september 2006).

Extra tijd voor administratie overstappen van spaarloon naar levensloop
Vanaf 2006 kunnen werknemers jaarlijks kiezen aan welke regeling ze willen deelnemen: spaarloon of levensloop. Een werknemer die in 2006 aan spaarloon heeft deelgenomen, heeft tot 1 juli 2006 de mogelijkheid gehad om die keuze te herzien. De stortingen in de spaarloonregeling die in 2006 tot die datum hebben plaatsgevonden, moesten in dat geval vóór 1 juli door de bank zijn teruggestort naar de werkgever.
Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft nu goedgekeurd dat de werkgever tot en met 30 september (in plaats van tot 1 juli) de tijd heeft om dit teruggestorte spaarloon vervolgens als belast loon uit te keren aan de werknemer. Hiermee komt hij tegemoet aan signalen uit de praktijk dat het veel werkgevers nog niet is gelukt om de omzetting van spaarloon naar levensloop in de loonadministratie te verwerken.
(september 2006).

Hogere WW-premie om kinderopvang te betalen
Even leek het erop dat u als werkgever zou worden verplicht om bij te dragen aan de kosten van kinderopvang. Dit is nu van de baan. De overheid gaat meer bijdragen aan kinderopvangkosten. Juich echter niet te vroeg, want werkgevers gaan vanaf 1 januari 2007 wel een hogere WW-premie betalen.
Uit onderzoek van minister De Geus van Sociale Zaken bleek dat 65% van de werkgevers een bijdrage aan de kinderopvangkosten van het personeel leveren. Het regeringsstreven was dat 90% van de werkgevers in 2008 een bijdrage zou leveren. De Geus is na overleg met werkgevers en werknemers tot de conclusie gekomen dat dit niet meer haalbaar is.
Daarom is de ministerraad akkoord gegaan met een wetsvoorstel om de vrijwillige werkgeversbijdrage te vervangen door een verhoging van de overheidsbijdrage en de kosten hiervan op alle werkgevers te verhalen. Dit betekent dat werkgevers te maken krijgen met een verhoging van het werkgeversdeel van de WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of en in welke mate werknemers gebruikmaken van kinderopvang.
De opslag zal naar schatting 0,28% van de loonsom bedragen. De premieopslag zal echter geen extra administratieve lasten met zich meebrengen, zo verwacht de regering. Het wetsvoorstel zal binnenkort worden ingediend bij de Tweede Kamer. De Raad van State heeft er inmiddels al advies over uitgebracht.
(september 2006).

Onbelaste maaltijdvergoeding op koopavond alleen bij lange werkdag
U kunt uw werknemers een onbelaste maaltijdvergoeding verstrekken op een vaste (wekelijkse) koopavond. Let hierbij wel op dat uw werknemer op de dag van de koopavond niet alleen ’s middags maar ook ’s ochtends heeft gewerkt. Anders is de vergoeding niet onbelast. Rechtbank Den Haag, die hierover een procedure behandelde, heeft een norm gesteld. Naar hedendaagse opvattingen behoort het werken op een wekelijkse koopavond tot een normaal werkpatroon in een onderneming (winkel) als in deze procedure. Voorwaarde is wel dat er niet langer dan 8 à 9 uur wordt gewerkt.
De procedure heeft betrekking op de premieheffing werknemersverzekeringen. De betreffende bepaling uit de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen vertoont grote gelijkenissen met het bepaalde in de Wet op de loonbelasting waardoor de uitspraak van belang kan zijn voor de heffing van loonbelasting.
(september 2006).

Verkeersboetes tijdens werktijd voor rekening van de werkgever
Rijden uw werknemers regelmatig te hard tijdens werktijd? Dan laat u hen zelf de boete betalen. Het gerechtshof in Den Haag denkt hier anders over. Op 12 mei 2006 heeft het Gerechtshof uitspraak gedaan in een zaak tussen TPG Post en een van haar postbezorgers. De chauffeur overtrad een aantal malen de snelheidslimiet en werd daarbij geflitst. De drie bekeuringen werden opgelegd aan TPG Post, want die is kentekenhouder van de bestelbus. Deze verhaalde de boete op de werknemer. De rechter ging uiteindelijk niet akkoord met het verhalen van twee boetes op de werknemer. Het Hof oordeelt dat men in het verkeer gemakkelijk even iets te hard rijdt zonder dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Over het algemeen zal er dan ook bij een overschrijding van de maximum snelheid tot 10 kilometer per uur geen sprake zijn van opzet of bewuste roekeloosheid. TPG Post moest de boetes ten aanzien van de snelheidsovertredingen van 4 en 6 kilometer per uur terugbetalen aan de werknemer. TPG is in hoger beroep gegaan. Door het cassatieverzoek van TPG wordt de uitspraak van het Gerechtshof opgeschort. Dat betekent dat verkeersovertredingen vooralsnog verhaald kunnen blijven worden op werknemers. De onderneming hoopt dat de Hoge Raad de kwestie terugverwijst.
Algemeen geldt in het arbeidsrecht dat een werknemer zich moet gedragen als goed werknemer. Het is dus mogelijk in een arbeidscontract op te nemen dat een bepaald aantal boetes (in een bepaalde periode) voor rekening komt van de werkgever, maar dat dan elke boete daarna voor rekening is van de werknemer. Zo'n regeling is niet in strijd met de wet.
(september 2006).

Aanschaf zuinige auto levert belastingvoordeel op
Menig autoreclamespot wijst u er al op. Kopers van zuinige auto’s krijgen een korting op de Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen (BPM). Hoe zuiniger de auto, hoe meer korting. Op niet-zuinige auto's komt meer belasting.
De aanschafbelasting op een nieuwe personenauto is afhankelijk van het energielabel. Voor zuinige auto's wordt een korting gegeven (€ 1000 voor A-label) en voor niet-zuinige auto's moet meer belasting worden betaald (€ 540 voor een G-label) Voor een zuinige auto met hybride aandrijving is de korting extra hoog (tot € 6000). Een hybride auto wordt aangedreven door een combinatie van benzine-dieselmotor en elektromotor.
Op elke nieuwe personenauto is een energielabel aangebracht. Op dit label wordt het brandstofverbruik, de CO2-uitstoot en de zuinigheidscategorie vermeld. De zuinigheidscategorie geeft aan hoe zuinig of onzuinig de auto is ten opzichte van andere auto's die ongeveer net zo groot zijn. Auto's met een A-label zijn zuinig voor hun grootte en auto's met een G-label onzuinig.
De CO2-uitstoot van het wegverkeer is de afgelopen jaren flink toegenomen en dat heeft nadelige gevolgen voor het klimaat. Om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen wil de overheid de aankoop van zuinige auto's bevorderen. Een zuinige auto verbruikt minder energie en stoot dus minder CO2 uit.
(september 2006).

Verlaging dividendbelasting niet interessant voor DGA's
De dividendbelasting gaat omlaag van 25% naar 15%. Dat lijkt interessant, maar is het niet, althans niet voor directeuren-grootaandeelhouders. De maatregel is vooral bedoeld voor grote bedrijven, om het fiscaal aantrekkelijker te maken zich in Nederland te vestigen.
Bij een tarief van 15% in de dividendbelasting moet een DGA voortaan 10% van het uitgekeerde (bruto)dividend bijpassen voor de inkomstenbelasting. Dit komt doordat het vaste tarief in Box II onveranderd 25% blijft.
Let op: het feit dat u later moet bijbetalen, kan tot gevolg hebben dat u juist duurder uit bent, omdat er ook heffingsrente in rekening wordt gebracht. U kunt dit voorkomen door de fiscus te vragen om meteen een aanvullende voorlopige aanslag inkomstenbelasting op te leggen, ter grootte van 10% van het uitgekeerde dividend.
(september 2006).

Wijziging BTW-onderwijsvrijstelling per 1 december 2006
Er zijn nieuwe BTW-richtlijnen vastgesteld, die ingaan per 1 december 2006. De keuzemogelijkheid voor beroepsonderwijs wordt op deze datum afgeschaft. Een overgangsregeling zal gelden voor contracten die voor 1 december 2006 zijn ingegaan en die zijn gesloten voor een periode van maximaal één jaar.
Het gaat hierbij ten eerste om beroepsonderwijs in strikte zin, zoals een opleiding voor een specifiek beroep of beroepsherscholing. Daarnaast geldt de vrijstelling voor bepaalde opleidingen en cursussen die buiten het beroepsonderwijs vallen. Dit zijn name opleidingen voor het functioneren in een (toekomstige) werkkring.
Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan tekstverwerkingscursussen, managementcursussen, automatiseringscursussen en cursussen administratieve organisatie. De vrijstelling van BTW heeft als gevolg dat de BTW op de kosten die betrekking hebben op dit onderwijs vanaf 1 december 2006 niet meer aftrekbaar zijn.
(september 2006).

Pensioen en de DGA
Naar verwachting wordt de Pensioenwet, die de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) vervangt, per 1 januari 2007 ingevoerd. De directeur-grootaandeelhouder valt niet onder de reikwijdte van de nieuwe wet. Dit betekent dat een aantal zaken moet worden vastgelegd in de pensioenbrief, maar het belangrijkste gevolg is dat het extern verzekerde pensioen van de DGA niet meer is beschermd bij een faillissement.
Onder de huidige pensioenwetgeving, de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) is het extern verzekerde pensioen van de DGA beschermd bij een faillissement. Voor zover het pensioen in eigen beheer wordt opgebouwd, loopt de DGA wel risico.
Voor bestaande DGA-pensioenregelingen zal waarschijnlijk een overgangsrecht van kracht worden. Zoals het er nu naar uitziet blijft gedurende het eerste jaar na invoering van de Pensioenwet voor die werknemers, die op het moment van invoering van de Pensioenwet DGA zijn, de huidige PSW van kracht. Dit betekent dat gedurende het eerste jaar na invoering ook de huidige regels voor waardeoverdracht gelden. Dit geeft de DGA dus een jaar de tijd om een beslissing te nemen over het al dan niet extern verzekeren van zijn pensioen.
Op basis van hetgeen hierover momenteel bekend is, zal de DGA die al een pensioentoezegging heeft, onder de Pensioenwet vallen voor zover de pensioenopbouw bij aanvang van de wet al bij een verzekeraar geschiedt. De beschermende werking bij faillissement van de Pensioenwet kan dus een reden zijn, nu reeds het (gehele) pensioen bij een verzekeringsmaatschappij onder te brengen.
De DGA kan kiezen of hij gedurende het jaar 2007 zijn pensioen bij een verzekeraar wil onderbrengen of in eigen beheer houdt. Wanneer wordt gekozen voor het onderbrengen bij een verzekeraar, dient de DGA zich als werknemer van zijn BV te laten aanmerken. Eenmaal gemaakte keuzes zijn definitief. Het verzekerde pensioen retourneren naar de eigen BV is dus niet meer mogelijk. Andersom geldt dit ook. Kiest de DGA voor het houden van pensioen in eigen beheer, dan bestaat vanaf 1 januari 2008 geen mogelijkheid meer om het pensioen bij een verzekeraar onder te brengen.
Let op: het betreft echter een wetsvoorstel en met name over de positie van de DGA hebben verschillende fracties al vragen gesteld. De kamerbehandeling zou derhalve nog tot aanpassingen kunnen leiden.
(september 2006).

Wet consumentenbescherming door Tweede Kamer
Onlangs heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel handhaving consumentenbescherming. Het belangrijkste onderdeel van het voorstel is het oprichten van een Consumentenautoriteit. De Consumentenautoriteit neemt burgers in bescherming tegen inbreuken op consumentenrechten door bedrijven. Zo let de Consumentenautoriteit op onredelijke algemene voorwaarden bij een product, ‘de kleine lettertjes’.
In tegenstelling tot de particuliere Consumentenbond is de Consumentenautoriteit een publieke toezichthouder. ‘De autoriteit handhaaft de wet en kan boetes of een dwangsom opleggen of naar de rechter stappen. De autoriteit zal veel contact onderhouden met consumenten- en werkgeversorganisaties en toezichthouders als de OPTA en NMa-Dte. Klachten die zij binnenkrijgen, kunnen een signaal voor de Consumentenautoriteit zijn dat er sprake is van een collectieve inbreuk op het consumentenrecht. Na behandeling in de Eerste Kamer gaat de Consumentenautoriteit, een dienst van het ministerie van Economische Zaken, nog voor januari 2007 volledig van start.
(september 2006).

Eerstedagsmelding
In de strijd tegen illegale tewerkstelling, zwart werk en daarmee samenhangende fraude, is binnenkort een nieuwe maatregel voorhanden: de verplichte eerstedagsmelding (EDM). Werkgevers dienen nieuwe dienstverbanden uiterlijk op de dag vóór aanvang van de werkzaamheden aan te melden.
De eerstedagsmelding wordt 4 juli 2006 ingevoerd. Net als de loonaangifte moet de EDM in principe elektronisch plaatsvinden, maar de inspecteur kan daar ontheffing voor verlenen. In dat geval kan er een speciaal meldingsformulier gebruikt worden.
De melding dient te bevatten de bedrijfsnaam, de naam van de werknemer, het SoFi-nummer en de datum van indiensttreding.
De Belastingdienst zal bij een controle op de werkplek, nagaan of een werknemer is aangemeld. Als er geen eerstedagsmelding is gedaan voor de werknemer, dan zal de Belastingdienst ervan uitgaan dat er sprake is van een fictief dienstverband van zes maanden. Een werkgever kan niet meer beweren dat een werknemer pas op de dag van de controle bij hem begonnen is met werken, zoals bij illegale tewerkstelling vaak gebeurt. Werkgevers kunnen een naheffingsaanslag en een boete opgelegd krijgen.
(juni 2006).

Boetes voor MOT-overtreding fors omhoog
Vanaf mei van dit jaar zijn de sancties voor het overtreden van de Wet MOT (Melding Ongebruikelijke Transacties) fors verhoogd. De FIOD-ECD kan na controle boetes opleggen tot bijna € 22.000 per overtreding.
Veel ondernemers zijn al een aantal jaren verplicht om contante betalingen van € 15.000 of meer en andere financiële transacties die ongebruikelijk zijn te melden bij het speciaal daarvoor in het leven geroepen Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Dit geldt ook voor cheques aan toonder. Vanaf mei staan daar flinke boetes tegenover. De FIOD-ECD controleert op de juiste toepassing van de Wet MOT bij handelaren van zaken in grote waarde (auto’s, kunst en antiek, schepen, veilinghuizen en juweliers) en makelaars. Die controles zijn reguliere boekencontroles bij bedrijven die ‘gevoelig’ kunnen zijn voor ongebruikelijke transacties of controles naar aanleiding van informatie van derden. Het is belangrijk dat meldingsplichtigen zich bewust zijn van mogelijke financiële gevolgen van het niet-melden van een ongebruikelijke transactie. Een ondernemer bij wie meerdere overtredingen worden geconstateerd kan namelijk voor elk van die overtredingen een boete opgelegd krijgen.
De Wet Melding Ongebruikelijke Transacties is in 1994 van kracht geworden om het rondgaan van crimineel geld in de samenleving tegen te gaan. Daarbij werd vooral gedacht aan witwassen en terrorismefinanciering. Banken en andere financiële instellingen moeten sinds 1994 ongebruikelijke transacties melden. In 2001 is deze wet ook van toepassing verklaard op handelaren in zaken van grote waarde, zoals autodealers, verkopers van boten etc. In juni 2003 is de reikwijdte van de wet verder uitgebreid tot dienstverleners zoals advocaten, accountants, makelaars, belastingadviseurs en notarissen.
(juni 2006).

Werkgevers mogen wettelijke vakantiedagen niet afkopen
Nederlandse werknemers hebben wettelijk recht op minstens vier weken vakantie per jaar bij een fulltime dienstverband. Wie het wettelijke aantal dagen niet heeft opgemaakt, mag deze niet uitbetaald krijgen, ook niet als het om dagen gaat die zijn meegenomen uit een eerder jaar. Aldus luidt een advies van de advocaat generaal van het Europese Hof van Justitie, dat dit oordeel binnenkort waarschijnlijk zal overnemen. Als het advies wordt ingevoerd, mogen er alleen nog maar bovenwettelijke dagen worden uitbetaald. Dat betekent dat de werkgever voortaan precies moet gaan administreren op hoeveel wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen zijn of haar personeel nog recht heeft.
(juni 2006).

Cadeaus aan derden
Werkgevers die aan zakelijke relaties een cadeau geven, kunnen de verschuldigde belasting onder voorwaarden via de eindheffing loonbelasting voor hun rekening nemen. De relatie hoeft het cadeau dan niet in zijn aangifte inkomstenbelasting op te nemen.
Het percentage waartegen de eindheffing moet worden berekend bedraagt:
45%, met betrekking tot een verstrekking waarvan de waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 136;
75%, met betrekking tot een verstrekking waarvan de waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 136.

Afdracht via de eindheffing is overigens slechts mogelijk indien:
de verstrekker schriftelijk mededeling doet aan de relatie en aannemelijk kan maken wie de ontvanger is van de verstrekking;
de geschenken ook aan de eigen werknemers worden verstrekt;
het totaal van de geschenken niet meer bedraagt dan € 272 per jaar.
De regeling geldt overigens ook voor spaarpunten en goederen en diensten in de promotionele sfeer. Toepassing in deze gevallen is echter niet gebonden aan een maximum.
(juni 2006).

Werken aan winst op een rij
De concurrentiepositie van Nederland wordt sterk verbeterd. De belasting op winst wordt gemoderniseerd. Belangrijkste doel van deze modernisering is om meer bedrijven in Nederland te houden en om meer bedrijvigheid aan te trekken. “Als Nederland zich blijvend in de shortlist van investeerders weet te positioneren is dat goed voor het groeivermogen van onze economie”, aldus staatssecretaris Wijn in het voorwoord van de nota ‘Werken aan Winst’.
In de nota wordt het volgende voorgesteld:
· In de inkomstenbelasting wordt een MKB-winstvrijstelling ingevoerd van 10% van de belastbare winst (dus na toepassing ondernemersaftrek) van ondernemers die voldoen aan het urencriterium.
· Het algemene tarief in de vennootschapsbelasting wordt in 2007 verlaagd naar 25,5%.
· Er komen nu tweeMKB-tarieven. Het MKB-tarief over de eerste € 25.000 zal 20% gaan bedragen. Het tweede MKB-tarief over de volgende € 35.000 zal 23,5% gaan bedragen.
· Overwogen wordt een apart tarief van 5% in te voeren dat het saldo van ontvangen en betaalde rente op groepsleningen gaat belasten (de zogenaamde groepsrentebox).

De Tweede Kamer fracties hebben tot en met juni 2006 de tijd om schriftelijk vragen in te dienen.
(juni 2006).

Vraag vóór 1 juli ‘buitenlandse BTW’ terug
Heeft u in 2005 buitenlandse BTW betaald? Vraagt u die dan zo snel mogelijk terug. U kunt uiterlijk tot 1 juli 2006 deze BTW terugvragen. Vóór die datum moet u uw teruggavenverzoek indienen bij de belastingdienst van het betreffende EU-land. Binnen zes maanden moet de buitenlandse bevoegde belastingdienst u laten weten wat de beslissing is op het verzoekschrift en eventueel teruggaaf verlenen. Bent u in het buitenland zelf aangifteplichtig voor de omzetbelasting? Dan kunt u de in rekening gebrachte ‘BTW’ reeds in uw aangifte verrekenen. Het teruggaveformulier kunt u bij de Nederlandse Belastingdienst en bij de buitenlandse belastingadministratie aanvragen. Er gelden wel drempels voor de teruggaaf. Deze drempels zijn niet in alle EU-landen gelijk. U kunt bij ons terecht voor meer informatie of om het verzoek voor u in te dienen.
(juni 2006).

Meewerkende ongehuwde partner is ook familie
Wanneer u een familielid in uw bedrijf laat meewerken, kan het zo zijn dat u geen premies hoeft af te dragen voor de werknemersverzekeringen. Voorwaarde voor deze familieverhouding is dat het gaat om een met u gehuwde partner of bloedverwanten tot in de tweede graad. Hier is nu verandering in gekomen. Als u ongehuwd samenwoont met uw partner, maar wel een samenlevingsovereenkomst heeft, valt ook deze partner onder het begrip familieverhouding. De Centrale Raad van Beroep heeft dat onlangs beslist. De Centrale Raad had in 1977 nog bepaald dat de uitzondering voor de familieverhouding alleen beperkt bleef tot gehuwden en hun bloedverwanten. De Centrale Raad heeft die uitspraak in de daaropvolgende jaren niet verlaten, maar heeft nu erkend dat die uitspraak door de tijd is achterhaald.
(juni 2006).

Bijbaantjes, kinderbijslag en studiefinanciering
Hoeveel mogen uw kinderen nou eigenlijk bijverdienen zonder dat het gevolgen heeft voor de kinderbijslag of studiefinanciering? En hoe zit het met vakantiewerk? Hieronder de regels op een rij:

Kinderbijslag
Is uw kind nog geen 16 jaar en woont hij of zij nog thuis, dan mag uw kind bijverdienen zonder dat de kinderbijslag in gevaar komt.
Is uw kind 16 of 17 jaar en nog thuiswonend, dan mag per drie maanden maximaal € 1.175 netto worden bijverdiend.
Ontvangt u dubbele kinderbijslag voor uw kind, dan mag per drie maanden niet meer dan
€ 781 netto worden bijverdiend.
Is uw kind niet thuiswonend en ontvangt u kinderbijslag, dan mag uw kind per kwartaal maximaal € 1.662 netto bijverdienen.
Ontvangt u dubbele kinderbijslag, maar woont uw kind niet meer thuis, dan mag niet meer dan € 1.024 netto per drie maanden worden bijverdiend.
In de vakantiewerkperiode (de maanden juni, juli en augustus) mag op bovenstaande bedragen nog wat extra worden bijverdiend met een vakantiebaantje: € 1050 netto om precies te zijn. Let op dat dit alleen echt vakantiewerk is. Het mogen dus geen werkzaamheden zijn die ook buiten deze maanden worden uitgevoerd.
Geld dat via een Tj-biljet is verkregen, geldt als inkomen. Alles wat boven de € 800 wordt ontvangen, moet worden gemeld bij de instantie die de kinderbijslag uitbetaalt, de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Studiefinanciering
Ontvangt uw kind in 2006 studiefinanciering, dan mag per jaar netto € 10.527,57 worden bijverdiend. Houd dit goed in de gaten, want wie boven dat bedrag komt, moet de studiefinanciering stopzetten en de OV-studentenkaart inleveren. Let op dat uw zoon of dochter dit niet vergeet of gewoonweg weigert te doet. Het teveel verdiende geld dient met rente te worden terugbetaald en daar komt een boete van € 136 per maand bovenop.

Het bedrag dat in 2006 mag worden bijverdiend geldt tot 1 januari 2007.
(juni 2006).

Belastingdienst op de stoep
Iedereen kan een keer aan de beurt komen voor een belastingcontrole. U heeft uiteraard alles op orde, dus is er geen reden tot paniek. Maar geregeld bereikt ons de vraag in hoeverre medewerking moet worden verleend aan de inspecteur. Moet u echt álles laten zien? Daar kunnen we kort op antwoorden: Ja, inderdaad. U bent verplicht mee te werken. De controleurs mogen alles inzien wat te maken heeft met uw fiscale heffing. En met alles bedoelen we ook alles. Naast de balans en winstverliesrekening, kunnen zij ook vragen naar nota’s, kwitanties, calculaties en brieven.
Er is wel een uitzondering: de vertrouwelijke correspondentie en fiscale adviezen van uw belastingadviseur. Deze informatie mogen de inspecteurs kort inzien om te bepalen of het daadwerkelijk gaat om documenten die zij niet mogen inzien. Een andere uitzondering zijn de medische gegevens van uw personeel.
Wanneer de fiscus informatie wil over derden, dient u tevens mee te werken. In dit geval gaat de inlichtingenplicht net zo ver als bij een onderzoek naar uw administraties. De controleurs zijn niet verplicht vooraf te vertellen om wie het gaat. U bent dus verplicht mee te werken aan onderzoek naar collega-ondernemers.
U kunt zich wel voorbereiden op een controle. De fiscus mag namelijk niet zomaar binnenvallen. De FIOD mag dit wel, maar dan heeft een bedrijf aardig wat op de kerfstok. Belt de Belastingdienst voor een afspraak, dan kunt u rustig contact met ons opnemen. Dan bepalen we het plan van aanpak en zorgen we voor een soepele controle.
(juni 2006).

Werkgevers en werknemers krijgen meer vrijheid bij invullen arbobeleid
Werkgevers en werknemers krijgen vanaf volgend jaar meer ruimte om samen het eigen arbobeleid in te vullen. Ze worden nauwer betrokken bij de uitvoering van het beleid, waardoor de kwaliteit ervan verbetert. Dat staat in een voorstel voor een nieuwe Arbeidsomstandighedenwet die staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
In de nieuwe wet komen zo min mogelijk Haagse regels bovenop de regels van de Europese Unie. Alleen als er sprake is van zeer ernstige risico’s, maakt Van Hoof een uitzondering. Bijvoorbeeld bij het werken met professioneel vuurwerk of bij het vervangen van producten met vluchtige organische stoffen.
(juni 2006).

Uitstel verplichte roetfilters op diesels
Nederland mag roetfilters op dieselauto's niet per 1 januari volgend jaar verplicht stellen. Dat blijkt uit een uitspraak van de Europese Commissie. Op z'n vroegst vanaf 2009 mag het roetfilter wel worden verplicht. Volgens de Commissie verstoort de maatregel de interne Europese markt. Nederland ontzegt daarmee dieselauto's zonder filter de toegang tot de Nederlandse markt.
(juni 2006).

Beoordeling door klanten: 8.6/10 - 62 beoordelingen


Naar homepage Van Welie Accountants